Eeuwig licht
Preken tot mensen die lijden (3, slot, zonneschijn)
Hoe vreemd het klinkt, het mag ook zonnig toegaan als in de prediking het lijden aan de orde komt. Dat heeft alles te maken met God. Want Hij is voor de pelgrims naar Zijn huis – en christenen zijn dat! – te allen tijde een Zon en Schild. En Hij zal genade en ere geven.
Wie met lijden geconfronteerd wordt, ziet de zon vaak niet meer schijnen. Maar de prediking mag de christenen in de Zon zetten.
Positief
Het is opvallend hoe positief de apostelen over lijden en verdrukking die zij en andere christenen meemaken, spreken. Het is gemeenschap aan het lijden van Christus. Daarover verblijden Paulus en Petrus zich. En ze roepen medechristenen op zich er met hen over te verblijden. Als gelovigen smaadheid aangedaan wordt om de naam van Christus, dan zijn ze zalig. Daarvoor hoef je je niet te schamen, maar je mag er God juist in verheerlijken. De Geest van God, Die in de gelovigen werkt, wordt door degenen die verdrukken en spotten wel gelasterd, maar Hij wordt in de gelovigen op deze manier verheerlijkt. (1 Pet. 4:12-16) Kruis en aanvechting die ons in de directe omgeving van Christus ten deel vallen, zijn geen schande, maar eretekens: ‘Hoffarbe Christi’! (Luther)
Enkel vreugde
Gelovigen moeten het lijden niet zien als iets vreemds. Het is juist iets wat door God nodig gevonden wordt. Ze worden er door Jakobus toe opgeroepen om het ‘enkel vreugde te achten’ wanneer ze in allerlei verzoekingen terechtkomen. De verzoeking is niet aangenaam; ze is bedroevend. Maar de wetenschap dat God ervoor zorgt dat de geloofsbeproeving die in de verzoekingen meekomt volharding teweegbrengt, maakt het grijze van het lijden tot geel. En het beproefde geloof, dat van groter waarde is dan die van goud, zal in de weg van geloofsvolharding ‘bij de openbaring van Jezus Christus blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid’. (1 Pet.1:6-7)
Lichtgewicht
We kennen ze: de lichtgewicht koffers, fietsen, tenten, rolstoelen. Ze zijn flink van maat, maar toch wegen ze niet zwaar. Lijden mag voor christenen een zaak van lichtgewicht zijn. Het is niet klein, ook niet onbetekenend of pijnloos. Maar het weegt toch niet zwaar. Zo spreekt Paulus erover als hij het lijden van deze tegenwoordige wereld vergelijkt met de heerlijkheid die geopenbaard zal worden. Ons huidige lijden noemt hij dan: ‘onze lichte verdrukking, die van korte duur is’. Omdat ze in ons brengt een alles overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid.
Die vergezichten dient de prediking christenen ook te tonen. De weersverwachting voor de christelijke toekomst is gunstig: volop zonneschijn. Weergaloze heerlijkheid. Gaandeweg wordt ons leven door de Geest van God van binnen getroost en vernieuwd. De uiterlijke mens vergaat, maar de innerlijke mens wordt vernieuwd van dag tot dag. (2 Kor.4:16-17).
Door lijden heen worden geloof, hoop en liefde versterkt, verdiept en verinnigd.
Weegschaal
De Bijbel zegt veel over de heerlijke toekomst die Gods kerk tegemoet gaat. En de prediker mag dat laten doorklinken. C.S. Lewis zegt in zijn boekje The Problem of Pain (Gods megafoon): ‘Als het waar is dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die ons zal geopenbaard worden, laat een boek dat over lijden spreekt, maar niets over de hemel zegt, alles van de ene kant van de rekening weg. Schrift en traditie plaatsen gewoonlijk de vreugden van de hemel in de weegschaal tegenover het lijden van deze aarde, en geen oplossing van het probleem van pijn die dat niet doet, kan een christelijke genoemd worden.’ Dat mag de prediker zich gezegd weten en hij mag het voort-zeggen.
Het is me een realiteit die eraan komt! Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, het nieuwe Jeruzalem waar God bij de mensen woont en met hen omgaat. Alle tranen worden van hun ogen afgewist. Dood, rouw, jammerklacht en moeite zullen verleden tijd zijn. Als de aardse tent van ons lichaam is afgebroken, wacht ons een eeuwig huis dat God voor ons in Zijn eeuwige heerlijke werkelijkheid heeft klaarstaan en dat door de Heere Jezus voor ons op naam is gezet. Ons vernederde lichaam zal gelijkvormig zijn aan het verheerlijkte lichaam van Christus. Groot loon zal daar zijn voor degenen die om Christus’ wil vervolgd werden.
Altijd goede moed
‘Wij hebben dan altijd goede moed.’ Zo ziet het christenleven er jammer genoeg niet steeds uit.
Kerkgangers komen nogal eens zonder moed de kerk binnen. Uitgeput en afgemat zijn ze op hun plekje neergezonken. De prediker mag de moed er echter inbrengen. Nee, hij kan niet zeggen dat het nu meevalt. Hij mag wel zeggen dat het gaat meevallen. Hij mag het Woord brengen, en de Geest wil het Woord gebruiken tot geloof. En als het geloofsoog gaat zien, wordt het hart opgebeurd, de hoop verlevendigd en de moedeloze bemoedigd. De gelovige wist het nog niet of was het wellicht vergeten: ‘Zolang wij inwonend in het lichaam zijn (met alle lijden van dien) zijn wij uitwonend van de Heere.’ (2 Kor.5:6-8) De prediker mag hem eraan herinneren: dit lijden duurt maar even, maar Zijn gunst verduurt een eeuwig leven!
Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen. Dat is de realiteit. En dat moet een gelovige weten en willen weten. Op kosten van Christus heeft hij deel aan alles: rechtvaardiging, heiliging, heerlijk-making. Maar hij leeft ervan als een hem beloofde en toegezegde zaak, die bij de Heere achter slot en grendel voor Hem bewaard wordt. De Geest maakt deze beloofde werkelijkheid tot realiteit waar het geloofs-bestaan het goed bij heeft. Het is en blijft echter een geloofsbestaan. Wat kan een gelovige gezegend de kerk uitkomen als hij dat weer weet en ook beoefent: ik gelóóf.
Kruisdragers
Doen alsof het lijden er niet bij hoort, zo preken dat mensen de indruk krijgen dat strijd, tranen, lijden, droefheid, klagen niet bij het christenleven op aarde horen, is tegen de opdracht van Christus. Een glorietheologie voor het leven op aarde, een christendom dat meent zo van de overwinning te kunnen leven dat ze strijd en worsteling te boven is, is niet wat Christus ons heeft aangereikt. Christenen zullen kruisdragers zijn in deze wereld. En ze hoeven daar niet vreemd van op te kijken. Het is ons voorzegd. Maar er is wel de doorkijk die de prediking ons geven mag. Wie nu het kruis draagt in Christus’ naam en achter Hem gaat, zal straks de kroon ontvangen.
Christus nabij
Licht in het lijden is ook dat Christus ons nabij wil komen. Juist daar waar we beschadigd, gebeukt, verdrietig over wat anderen en wijzelf teweeggebracht hebben ons tot Christus wenden met de bede: ‘Ontferm U over mij’, buigt Hij Zich naar ons over. Hij laat ons Zijn lijden zien. We vinden vertroosting in Zijn wonden. En de prediker mag het woord van Jezus tot de moordenaar doorgeven aan de schuldige, gefolterde en geplaagde: ‘Heden zult u met Mij in het paradijs zijn.’ Is Christus nabij, dan schijnt de zon in de ziel van de gelovige. Steeds weer.
Ds. A. de Lange is predikant van de hervormde gemeente te Nieuw-Lekkerland.
Licht en puur
Wat Hij bedoelt, dat rijpt tot zin,
wordt klaar van uur tot uur.
De knop is bitter, is begin,
de bloem wordt licht en puur.
Hoe blind vanuit zichzelve is
het menselijk gezicht.
Godzelf vertaalt de duisternis
in eind’lijk eeuwig licht.
William Cowper
Liedboek voor de Kerken,
Gezang 447:5,6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's