Eerlijk en hoopvol schrijven
Geloof en literatuur (1)
Leven vanuit geloof levert restricties op en literatuur roept om openheid. Literatuur en geloof vormen dus een spanningsveld en de vraag is hoe ik daarmee omga. Hoe laat ik mijzelf, mijn afkomst en overtuiging zien in mijn boeken? Hoe ligt voor mij de relatie tussen geloof en schrijven?
Welke dingen doe ik niet of juist wel? Om hierop een antwoord te vinden, ga ik op reis door mijn boeken. Ook zou ik heel graag nog een aantal andere dingen willen delen naar aanleiding van het credo ‘Het nagelaten geloof’.
Ze zijn persoonlijk van aard, en ik meen dat dat ook niet anders kan bij geloof. Het is namelijk niet te verklaren, niet te beredeneren en niet te ontleden.
Niemand van ons is zonder geloof, van welke aard dan ook, maar voor de duidelijkheid wil ik me vooral richten op christelijk geloof, wat daar de definitie dan ook van moge zijn.
Geloof
Wat is geloof? Blijkbaar is het iets wat je kunt nalaten, in maar liefst drie betekenissen: dat wat verdwenen is, of dat wat blijft na jou, of dat wat je niet hebt gedaan. ‘Wat is geloof?’ is een vraag die nogal aan mij bleef knagen toen ik dit artikel in mijn hoofd voorbereidde en vormgaf.
Geloof is in mijn opinie dat wat schrijfster Bosboom-Toussaint schreef in een brief aan de bekende literatuurcriticus Busken Huet:
‘Gij verwijt mij te blijven staan in het geloof der kinderjaren en van de catechisatiekamer. Ik schaam mij er niet voor te belijden dat ik werkelijk sta in dat geloof en doe U alleen opmerken dat het woord blijven onjuist is. Ik heb dat geloof veroverd onder allerlei smartelijke strijd en worsteling des uiterlijken en des innerlijken levens. Het is nu door Gods genade mijn eigen verkregen goed, en ik heb er de kracht van leren kennen bij ervaring.’
Geloof is ook wat de grote denker en wiskundige Pascal beleefde en neerschreef op het briefje dat men later ingenaaid in de voering van zijn wambuis terugvond en waaruit ik citeer:
‘God van Abraham, God van Isaac, God van Jacob’, niet die der wijsgeren en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Aandoening. Vreugde. Vrede. De wereld vergeten, en alles buiten God. Vreugde, vreugde, vreugde, tranen van vreugde. Jezus Christus. Dat ik in eeuwigheid niet van Hem gescheiden worde.’
Wat is geloof? Ik kan hier woorden uit de Bijbel citeren, natuurlijk, maar geloof is ten diepste dat wat je op leven en dood zelf hebt uitgevochten, verkregen, gekregen, genade. Geloof is je vleugels breken op iets dat meer kost dan we denken te hebben, dat met grote woorden als verloochenen, vertrouwen en verlangen smijt, terwijl je je in werkelijkheid hartverscheurend eenzaam kunt voelen onder een hemel die dicht zit en dicht blijft en een God Die zich verstopt en zwijgt. En geloof is nog zoveel meer en zo anders en zo niet te verwoorden als je het wilt proberen.
Leren vliegen
Terwijl ik nadacht over wat geloof wel was, en wat het niet was, in mijmering verzonken aan het autorijden met mijn kleine dochter van drie jaar naast me, kreeg ik zomaar een cadeautje, precies op het goede moment, en beter kan ik het niet verwoorden.
Want ze brak mijn gedachten en de stilte met een vraag.
‘Mama, wilt u een vriendinnetje uitnodigen? Dan kan ik die ook leren vliegen.’
En ik vroeg, opgeschrikt en een beetje onnozel: ‘Kun jij vliegen dan?’
Ze keek me verontwaardigd van opzij aan en antwoordde met een licht verwijt in haar stemmetje: ‘Natuurlijk, je ziet toch dat ik vleugels heb!’ en ze deed haar armen wijd.
En ik keek naar haar, en ik glimlachte en ik zei: ‘Ik zie het, lieverd, ze zijn prachtig.’
Nooit zonder hoop
Literatuur en geloof vormen een spanningsveld. Immers, leven vanuit geloof levert restricties op. En literatuur roept om openheid, het diepste, het vuilste, het mooiste, het slechtste, het onbarmhartigste, het liefste; zonder embargo, zonder filter. Het geloof waarmee ik opgevoed ben en waar ik de waarde van inzie, vraagt ook om eerlijkheid, om recht-door-zee zijn, maar het gebiedt mij ook om nooit zonder hoop te schrijven, omdat er geen eeuwigheidsperspectief is zonder hoop.
Dat kan botsen. Dit schuurt. Hoewel ik wat dat betreft mijn eigen stem wel heb gevonden, merk ik dat ik soms wel meer bevrijd zou willen zijn van, wat ik noem, de ogen over mijn schouder. Maar gelukkig hoef ik geen lieve, zoetsappige boeken te schrijven met weinig ruimte voor het verbeelden van kwaad, want zo is het leven niet. En als er één boek is dat oprecht over kwaad en goed in het leven van mensen schrijft is het de Bijbel wel. Ik hoef ook niet te preken of te bekeren, ik mag gewoon een verhaal vertellen.
Net als bomen
Toen ik een jaar of zestien was, las ik het fenomenale boek van Oriana Falacci Niets en zo zij het. Zij schrijft als oorlogscorrespondente over de oorlog in Vietnam, die ze van zeer dichtbij meemaakte. Haar nichtje Elisabetta van vijf jaar vroeg haar vlak voor ze naar Vietnam vertrok: ‘Het leven, wat is dat eigenlijk?’ Oriana antwoordde haar: ‘Het leven is de tijd die voorbijgaat tussen het ogenblik waarop je geboren wordt en waarop je sterft.’
‘En verder niets?’
‘Nee hoor, verder niets.’
‘En de dood, wat is dat?’
‘De dood is wanneer we aan ons eind komen en er niet meer zijn.’
‘Net als wanneer het winter wordt en een boom verdort?’
‘Zo ongeveer.’
‘Maar een boom eindigt niet he? Die wordt weer levend he?’
‘Een mens niet.’
‘Dat kan niet!’
‘Toch is het zo, Elisabetta.’
‘Dat is niet eerlijk! Ik geloof het niet. Ik geloof dat mensen net als bomen zijn. Het leven moet iets anders zijn dan jij zegt.’
‘Dat is het ook, Elisabetta. Ooit zal ik het je vertellen.’
Desillusie
De volgende dag vertrekt Oriana Fallaci naar Vietnam. Daar maakt zij kennis met de gruwelen van de oorlog, het lijden, zinloosheid. Murw en ziek van ellende komt zij ervan terug. En daar geeft zij haar nichtje een nieuw antwoord:
‘Ik houd van deze groen en wit en lichtblauwe bal die krioelt van goed, van kwaad, van leven. Het is een vergiftigde bal, en door haar aan te raken, door er te zijn, sterf je. Juist omdat wij ter dood veroordeeld zijn, moeten we goed over het toneel van het leven lopen, het vullen zonder een seconde in slaap te vallen, zonder bang zijn om ons te vergissen, om kapot te gaan. Op een dag vroeg je mij wat het leven is, wil je dat nog steeds weten? Het is iets wat je goed moet vullen zonder tijd te verspillen. Zelfs al zou het kapot gaan wanneer je het goed vult.’
‘En wanneer het kapot is, Oriana?’
‘Dan dient het nergens meer toe. Tot niets en zo zij het.’
Ik kan mij nog het gevoel van desillusie en ontwrichting herinneren toen ik dat las. Tot niets en zo zij het? Zo zou ik geen boek willen schrijven, realiseerde ik mij toen. Zo niet.
Els Florijn uit Bilthoven is schrijfster.
Volgende week het slot, over wat Els Florijn zelf na wil laten met haar boeken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's