De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

Dr. M. van Campen, dr. J. Hoek en dr. M.J. Paul (red.)
Als de Geest waait. Over het werk van de Heilige Geest in onze tijd
.
Uitg. Groen, Heerenveen; 140 blz.; € 9,95.

De zes hoofdstukken van het boek Als de Geest waait zijn bewerkingen van een serie zogenoemde Ankerlezingen. Elk hoofdstuk begint met een Verkenning, waarin een passend bijbelgedeelte wordt aangegeven. De gespreksvragen die aan iedere bijdrage zijn toegevoegd, maken de bundel geschikt om in kringverband te behandelen. Wie zich nader wil oriënteren op de afzonderlijke thema’s, vindt onder het kopje ‘Om verder te lezen’ de nodige verdiepingslectuur vermeld.

In ieder hoofdstuk komt heel wat aan de orde met het oog op veelgehoorde vragen over de persoon en het werk van de Heilige Geest. Zo gaat dr. G.C. Vreugdenhil nader in op de manier waarop de Heere God de Zijnen leidt door via Zijn Woord en Geest tot ons te spreken. Omdat hierbij ook tamelijk moeilijk te omschrijven begrippen aan de orde komen, vraagt deze bijdrage, ondanks de verhelderende afbeeldingen, nogal wat inspanning van de lezer.

Dr. M. van Campen vraagt aandacht voor zowel de doop als de verzegeling met de Heilige Geest. Hij stelt naar aanleiding van diverse teksten uit het Nieuwe Testament dat we hierbij moeten denken aan een krachtige doorwerking van de Geest, een vreugdevolle en troostvolle doorbraak in het geestelijk leven, die stimuleert tot lofprijzing en tevens aanspoort tot dienst in Gods Koninkrijk. Voor wat de verzegeling met de Heilige Geest betreft zoomt de auteur vooral in op Efeze 1:13-14.

Dr. W. van Vlastuin schrijft over de vervulling met de Heilige Geest. Eerst legt hij de oproep uit Efeze 5:18 zorgvuldig uit. Daarna wordt vooral de aard van de vervulling met de Geest puntsgewijs besproken. Er komen wel wat overlappingen in voor met wat in andere bijdragen aan de orde komt. Over de gaven van de Heilige Geest in ons leven schrijft dr. J. Hoek. Hij gaat onder meer in op de blijvende actualiteit van de charismata en geeft een nadere aanduiding van de gave van de profetie, tongentaal en de dienst der genezing. Ten aanzien van de gaven van de Geest in ons persoonlijk leven merkt hij op dat deze verkregen worden in de weg van het gebed om ons te helpen in de voorlopigheid van het hier en nu te volharden in liefdevolle dienst in Gods Koninkrijk.

Dr. H.J. Selderhuis schrijft over de Heilige Geest en het gebed bij Luther en Calvijn. Vooral over de inhoud en de praktijk van het gebed worden behartigenswaardige dingen aangereikt. Het stelt, zeker gezien de titel van deze bijdrage, echter wat teleur om aan het slot ervan te lezen dat de relatie tussen de Geest en het gebed bij de reformatoren meer een vanzelfsprekende vooronderstelling is dan dat deze uitvoerig beschreven wordt.

De laatste bijdrage is van de hand van dr. M.J. Paul. Hij schrijft over de Heilige Geest en de vernieuwing van de schepping en vraagt onder meer aandacht voor de Geest en de schepping, de toerusting door de Geest (kunstenaars, richters, koningen) het profetisch getuigenis ten aanzien van de Geest (Jesaja, Ezechiël, Joël), de vergankelijkheid van de huidige schepping, rentmeesterschap en Gods onderhouding van de schepping. De opvattingen van evolutionisten en theïstische evolutionisten wijst de auteur daarbij bij herhaling af. De bezinning op het actuele werk van de Geest is met deze uitgave zeker gediend. Voor de vrucht van de Geest had wel wat meer aandacht mogen zijn.

D. Dekker, Putten


Iemke Epema
Niets gaat ooit verloren. Transcendentie en transformatie in het denken van Charles Taylor
.
Uitg. Skandalon, Middelburg; 368 blz.; € 35.

Onlangs gebruikte synodescriba dr. René de Reuver het beeld van een slang die uit zijn oude huid kruipt en een nieuwe huid krijgt. Naast de pijn die er is in veel gemeenten over de gevolgen van de secularisatie, zo stelde hij, maakt de kerk ook een verandering door naar iets nieuws. Anders gezegd, er voltrekt zich een transformatie van kerkelijkheid. Transformatie is een van de woorden die centraal staan in de studie van ds. Iemke Epema uit Zwolle naar het gedachtengoed van de Canadese filosoof Charles Taylor, waarop ze vorig jaar zomer promoveerde aan de PThU.

Taylor is onder theologen vooral bekend geworden door zijn monumentale studie Een seculiere tijd uit 2007. Het is een boek dat wereldwijd tot veel discussie heeft geleid en een stroom van reacties op gang bracht. In meer dan duizend pagina’s schetst Taylor de ontwikkeling van een tijd waarin het vrijwel onmogelijk was om niet in God te geloven, naar een cultuur waarin geloven in God een van de vele opties is geworden. Dat is niet minder dan een Copernicaanse omwenteling in onze cultuur waar wij – ook de lezers van De Waarheidsvriend – ons niet aan kunnen onttrekken.

Dr. Epema zoomt in op het begrip transformatie bij Taylor. In hoeverre is dat begrip bepalend voor zijn denken over secularisatie en de toekomst van religie in onze westerse cultuur? Op die punten brengt zij Taylor in gesprek met drie Nederlandse denkers: Harry Kuitert, Ger Groot en Erik Borgman.

Het eerste deel van dit boek laat zich heel goed lezen als een inleiding op het denken van Taylor. Epema schetst Taylors levensloop en onderzoekt zijn vroegere filosofische studies op het belang van het thema transformatie. Ze vraagt daarbij aandacht voor de invloed van Hegel op Taylor en staat ook uitgebreid stil bij zijn andere meesterwerk Bronnen van het zelf. Verder biedt Epema een samenvatting van Een seculiere tijd en een overzicht van de voornaamste kritiekpunten op het boek.

Als het om het begrip transformatie gaat, komt de auteur tot de conclusie dat het wezenlijk is voor Taylors opvatting van religie. Er is bij hem sprake van transcendentie, gerichtheid op een werkelijkheid die ons overstijgt, waar een appèl van uitgaat dat mensen noopt tot verandering (respons). Het is die dieptestructuur van appèl en respons waardoor onze werkelijkheid wordt bepaald. Er is – met andere woorden – ‘een diepere waarheid te vinden (...), die ieder mens afzonderlijk en alle mensen samen aangaat en die niemand uitsluit.’

Het boek van Epema is prettig leesbaar door haar glasheldere schrijfstijl en ook nog eens mooi uitgegeven; wat wil je nog meer? Nou, ik zou graag nog meer willen horen over de implicaties van de focus op transformatie voor de concrete gestalte van de kerk en voor de vertolking van het Evangelie in onze dagen. En hoe is het mogelijk om enerzijds deel te hebben aan een seculiere tijd en tegelijkertijd gelovig te zijn? Essentiële thema’s waar andere lezers van Taylor, zoals James K.A. Smith en in ons land Herman Paul mee bezig zijn en waarvan ik hoop dat collega Epema er buiten het bestek van deze studie op door wil denken. Ze kan er de kerk in transitie mee dienen.

G. van Meijeren, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's