De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herder en Hovenier

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herder en Hovenier

Jezus zei tegen haar: Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u? Zij dacht dat het de tuinman was... Johannes 20:15

3 minuten leestijd

Kenmerkend voor Jezus’ omgang met mensen in de Evangeliën is dat Hij hen onvoorwaardelijk aanvaardt zoals ze zijn, maar hen vervolgens niet láát zoals ze zijn. Hij vernieuwt hun leven. Die werkwijze is na Zijn opstanding tot op de dag van vandaag niet veranderd.

Maria Magdalena is op de ochtend van de eerste paasdag naar Jezus’ graf gegaan om Zijn lichaam beter te verzorgen. Omdat de steen voor de ingang van het graf is weggerold, veronderstelt ze dat er sprake is van grafroof.

Petrus en Johannes stellen vast dat het lichaam inderdaad verdwenen is. Dat het lichaam is gestolen, is echter hoogst onwaarschijnlijk. De doeken waarin het lichaam gewikkeld was, liggen er immers ongeschonden bij. De twee discipelen keren terug naar Jeruzalem, terwijl Maria alleen in de graftuin achterblijft.

Oeverloos verdriet

Johannes schrijft in vers 11 twee keer dat Maria huilt. Zo onderstreept hij dat haar droefheid oeverloos is. Dat hangt samen met haar levensgeschiedenis. De evangelist Lukas vertelt dat Jezus haar bevrijd heeft uit de macht van zeven demonen (Luk.8:2). Na haar genezing is zij haar Bevrijder gevolgd, mede omdat zij zich in Zijn nabijheid beschermd voelde.

Nu Hij gestorven is, grijpt de angst haar aan dat ze terug zal vallen. Haar verdriet heeft verder nogal egocentrische trekken: ‘mijn Heere’, ‘ik weet niet’, ‘zeg mij en ik zal’. Bovendien wil zij Jezus’ lichaam herbegraven en die plek voor zichzelf houden (Joh.20:15).

Ontwaakt

Hoe gaat de Opgestane nu om met deze vrouw, verstrikt in een web van verdriet en zelfbetrokkenheid? Hij ontfermt Zich over haar. Om te beginnen zijn er twee engelen die haar vragen: ‘Vrouw, waarom huilt u?’ (vs.13) Maria is echter zo vervuld van haar eigen droefheid dat zij niet eens doorheeft dat het engelen zijn.

Vervolgens is daar de Opgestane Zelf met dezelfde vraag: ‘Vrouw, waarom huilt u?’ Opvallend is dat Hij er een vraag aan toevoegt: ‘Wie zoekt u?’ In deze vraag ligt subtiel een correctie opgeslagen. Maria is immers op zoek naar een dood lichaam, maar Hij vraagt: ‘Wie zoekt u?’ Daarmee doelt Hij op een levend iemand. Maar Maria merkt het niet op. Christus geeft echter niet op en doet een tweede poging haar te bereiken. Hij noemt haar naam: ‘Maria’ (vs.16). Aan het uitspreken van haar naam herkent zij de stem van haar Bevrijder. Roept dit een herinnering op aan haar eerdere bevrijding? In ieder geval ontwaakt ze: ‘Rabbouni, Meester’.

De korte dialoog doet denken aan de manier waarop Jezus in Johannes 10 een échte herder kwalificeert: die roept de schapen bij name en zij herkennen hem aan zijn stem. De Opgestane openbaart Zich hier als goede Herder. Hij gaat naast dit dwalende schaap staan en aanvaardt Maria in haar verdriet en gerichtheid op zichzelf. Hij is door dood en opstanding heen Dezelfde gebleven. Wij mogen Hem ook nu nog kennen als goede Herder.

Snoeimes

In het contact met Maria laat Christus Zich van een andere kant zien. Hij heeft ook trekken van een hovenier. Een hovenier beschikt onder andere over een scherp snoeimes waarmee hij niet alleen dode takken verwijdert, maar eveneens vruchtdragende ranken bewerkt. Gezonde loten worden weggesneden om de vruchtopbrengst van de ranken te bevorderen. Als goede Herder aanvaardt Jezus Maria zoals zij is, maar als Hovenier láát Hij haar niet zoals zij is. Zij krijgt, hoewel zij Hem lijfelijk wil vasthouden, opdracht om met een boodschap naar de broeders toe te gaan (vs.17). Zij wordt buiten het warme nest gestoten en de wereld ingestuurd met een taak.

Daarmee doorbreekt Hij haar zelf betrokkenheid en wordt zij vruchtbaar gemaakt voor Gods Koninkrijk.

Aan de omgang van de Opgestane met Zijn volgelingen zit zowel een zachte, aanvaardende kant als een scherpe, pijnlijke kant. Het is heilzaam beide aspecten te verwerken, opdat wij niet teleurgesteld en ontmoedigd raken in het leven met Christus.

Ds. H.G. de Graaff uit Nieuwerbrug is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Herder en Hovenier

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's