De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Twee heikele kwesties

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee heikele kwesties

7 minuten leestijd

Voorafgaand aan Pasen staat het lijdensevangelie in de kerken centraal. Het ligt dan ook voor de hand dat in de diverse kerkelijke bladen hierover geschreven wordt. Toch was het dit jaar anders dan doorgaans het geval is. Het was alsof een kleine bom ontplofte.

De kop boven een artikel in De Nieuwe Koers van de hand van Tjerk de Reus geeft dat goed weer: ‘Wat is er toch met de lijdenstijd aan de hand?’ Die ophef verbaast mij. Dat er rond de lichamelijke opstanding van Christus vragen zijn, verbaast mij niet, omdat dit heilsfeit voor ons onbegrijpelijk is, omdat het rechtstreeks tegen onze ervaring ingaat, terwijl lijden door de ervaring juist wordt bevestigd. Lijden is een ervaringsfeit, opstanding niet. Daarom kan de Passion op grote belangstelling rekenen van seculiere mensen, terwijl zij op Pasen niet verder komen dan de paaseieren en de paashaas.

Maar nu is er in kerkelijke kring commotie ontstaan over het lijden van Christus. Waarom?

De Nieuwe Koers

Golgotha, Goede Vrijdag, het bloed van het Lam – veel christenen vragen zich af wat ze er precies mee moeten. Het is allemaal een beetje ‘vreemd’ geworden, juist omdat er van oudsher zo’n expliciet zonde- en schuldprobleem aan vast zit. Een God die oordeelt, die boos is over de zonde en zelfs toornig op mensen – terwijl Hij tegelijk zielsveel van ons houdt? (...)

Wat een geweld, zo’n kruisdood! Waarom zou dat voor God per se nodig zijn? Dat hier een delicate kwestie aan de orde is, bleek recent toen het nieuwe boek van Reinier Sonneveld verscheen: Het vergeten evangelie, met als ondertitel: Het geheim van Jezus verandert alles.

Hierin betoogt Sonneveld dat het lijden van Jezus aan het kruis niet opgevat moet worden als ‘straf op de zonde’ maar als strijd van Jezus tegen de machten van de dood. Anders gezegd, het kruis staat niet voor ‘verzoening door voldoening’ maar voor overwinning op de dood. Victorie! Het beeld dat Sonneveld met kracht naar voren schuift, heet dan ook Christus Victor.

Gevoelige zenuw

Kennelijk raakt dit thema een gevoelige zenuw, want er werd meteen een studiedag aan gewijd met maar liefst zeven sprekers. Dat is op zichzelf al een duidelijk signaal. Er verschijnen veel boeken. Waarom dan meteen een studiedag? Dat kan alleen als er iets in de lucht zit. Als ik me niet vergis, knelt ook in orthodoxe kringen de klassieke leer van de verzoening. Maar wat is precies het probleem? Opnieuw De Reus:

De theologie van Christus Victor zullen de meeste christenen als waardevol beschouwen, zeker ook behorend tot de kern van het geloof. En ja, Sonneveld heeft gelijk als dit aspect van de verzoening meer aandacht verdient, bijvoorbeeld op basis van vroegchristelijke theologie. Maar het wordt een ander kwestie als deze benadering als exclusief wordt voorgesteld en andere perspectieven moeten wijken. Je kunt zeggen: dat is terecht als er goede argumenten voor zijn! En zijn het niet vooral de vroege kerkvaders (...) die vooral de focus legden bij Christus als overwinnaar van zonde en dood? Klopt allemaal, maar als je de Bijbel opslaat en over verzoening wil lezen, ontdek je zeker geen kant-en-klare visie op de betekenis van Jezus’ kruisdood. (...)

Wie de Bijbel opslaat, komt terecht in een bijna tegenstrijdige veelkleurigheid, bijna zo bont als het leven zelf. Er valt bijvoorbeeld te lezen dat God ‘een verterend vuur’ is en dat het ‘vreselijk’ is te vallen in ‘de handen van de levende God’. De zorgzame handen van God hebben in de Bijbel dus soms een heel ander accent. (...)

De kruisdood is een paardenmiddel dat we niet zelf bedacht hadden. De notie van verzoening door voldoening heeft iets onbevattelijks, maar is geen absurditeit voor wie thuis is in het Bijbelse taalveld. Oordeel, vrijspraak, recht, loskoop, overwinning en vergeving zijn de trefwoorden die nooit uit het kerkelijke vocabulaire kunnen verdwijnen.

De discussie over de verzoening raakt aan een gevoelige kwestie. De verzoening door het lijden en sterven van Christus is het hart van het geloof. Het is niet alleen goed, het is een vereiste om daarover heel precies te spreken. Nauwkeurigheid is bij zakelijke contracten en transacties normaal. Dan wordt elk woord gewikt en gewogen. Waarom zou dat in de theologie anders zijn?

Nederlands Dagblad

Een andere delicate kwestie is het menselijke leven. Hoe beschermwaardig is het prille menselijke leven? Maar ook: wat doen we met kinderen die levenloos geboren zijn en toch geleefd hebben? Juist op dat punt is iets ten goede veranderd. Over deze opmerkelijke verandering schrijft rabbijn Lody van de Kamp onder de titel ‘Het heeft geleefd’ een column in het Nederlands Dagblad.

Op de site van de Rijksoverheid staat het in ambtelijke taal vermeld: ‘U kunt een verzoek tot registratie van uw levenloos geboren kind indienen bij uw gemeente. Door onderstaande vragen te beantwoorden kunt u zien wat u moet doen om uw levenloos geboren kind te registreren in de Basisregistratie Personen (BRP).’

Deze mogelijkheid tot registratie begon in 2015 met een petitie, gestart door direct betrokken ouders. Die stap leidde uiteindelijk tot de goedkeuring van de wetswijziging die nodig was voor deze registratie. Op 4 februari stonden de eerste ouders voor de balie van hun gemeenten.

De koele overheidstaal verhult de jaren van verdriet die met deze mogelijkheid van registratie voor veel van deze ouders in ieder geval voor een klein stukje kunnen worden afgesloten. Jaren die ooit begonnen met het blijde toeleven naar de geboorte van een kindje, maar die eindigden met die verschrikkelijke boodschap, dat deze vreugde plaats moest gaan maken voor verdriet. Wel moest ik de stukken over deze wetswijziging heel goed doorlezen en nog een keer doorlezen: ‘De aanleiding voor de voorgestelde wijziging is gelegen in de uitdrukkelijke wens van ouders van deze overleden kinderen om (...) door het laten opmaken van een akte van de burgerlijke stand het feitelijke bestaan van het kind in een overheidsdocument vast te leggen, om zo recht te doen aan het feit dat deze kinderen voor de geboorte geleefd hebben.’

Ja, ik lees het goed. Mijn overheid erkent dat ‘deze kinderen voor de geboorte geleefd hebben’. Ik herhaal het nog maar een keer: ‘dat deze kinderen voor de geboorte geleefd hebben’.

Dit oordeel dwingt mij een ander deel van onze wetgeving erop na te slaan. Ons land kent immers, net als inmiddels tal van andere landen op de wereld, een wetgeving die abortus toestaat. Abortus, in de zin van het bewust beëindigen van een ongewenste zwangerschap. Dus, zoals het nu is geformuleerd, het beëindigen van een mensenleven waarvan de wetgever zegt dat dit voor de geboorte al bestond.

Ongetwijfeld bestaat er voldoende juridische fijnslijperij om een modus te vinden om enerzijds het ongeboren leven voldoende te kwalificeren, zodat het ‘geregistreerd’ kan worden, terwijl op hetzelfde moment dat leven mag worden aangetast door abortus.

Rabbijn Van de Kamp wijst erop dat het nu dus mogelijk is om een mensenleven waarvan de wetgever zegt dat dit voor de geboorte bestond, te beëindigen.

Dat dit met elkaar in conflict is werd trouwens al meteen zichtbaar toen in een televisieprogramma melding gemaakt werd van een moeder die een abortus had ondergaan. Zij kreeg daarvan veel spijt en liet vervolgens haar kind inschrijven in het geboorteregister.

Het is opmerkelijk dat deze moeder – want dat is zij: als je een kind hebt, dan ben je moeder ook wanneer je het hebt laten weghalen – de diepe intuïtie had dat bij haar niet slechts weefsel werd weggehaald maar haar eigen kind. Haar intuïtie weerspreekt de medische wetenschap die zegt dat het slechts weefsel is en daarom geen beschermwaardigheid verdient. Het is opnieuw een voorbeeld van de samenleving die in ethisch opzicht de koers kwijt is.

Hoe dan ook, het is toe te juichen dat deze mogelijkheid van inschrijving van levenloos geboren kinderen nu bestaat. Dat was vroeger wel anders. Het kindje kreeg geen naam en werd in een naamloos graf begraven zonder gedenksteen. Nu erkent ook de overheid – wat ouders altijd al zo ervaren hebben – dat ongeboren leven niet slechts leven is, maar een kind. Wat dat betreft is de kop boven de column, die niet door rabbijn Van de Kamp bedacht zal zijn, een misser. Niet ‘het’ heeft geleefd, maar hij of zij. Dat is een principieel verschil.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Twee heikele kwesties

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's