Haakjes maken in Huizen
Evangelist Jan Verkerk: Achter veel gesprekken zit een vraag
Gemeentestichten stond tien à vijftien jaar geleden ineens op de kerkelijke agenda. Jan Verkerk (54) had er niet zo veel mee. De evangelist van pioniersplek De Brug in Huizen trekt nauw met de verschillende wijkgemeenten op. ‘Laat God Zijn werk doen.’
De Protestantse Kerk experimenteert sinds 2012 met vernieuwende vormen van kerkzijn. Ook De Brug in Huizen, waar Jan Verkerk evangelist is, mag zich sinds 2014 een pioniersplek noemen. Toch verandert voor De Brug inhoudelijk weinig; de Ontmoetingsdiensten en de doordeweekse samenkomsten bestaan dan al een jaar. Wel krijgen Verkerk en zijn team nu begeleiding vanuit de Protestantse Kerk en de IZB. ‘De achterliggende gedachte van De Brug is dat zoekers en pasgelovigen op hun eigen tempo en niveau God en geloven kunnen beleven,’ licht Verkerk toe.
‘We ontmoeten mensen tijdens onze activiteiten en proberen zo een plek te bieden en een relatie op te bouwen. We eten met elkaar, gaan het gesprek aan. Het hoeft niet meteen over God te gaan, al is daarvoor wel ruimte.’
Er is geen direct verband tussen de doordeweekse activiteiten en de zondag. ‘Sommige mensen zijn eenzaam of vinden het fijn samen te eten. Tijdens Koffie Creatief gaat een groep onder leiding van een kunstenares aan de slag. Soms is er een mannenontbijt of een miniconcert. We brengen mensen samen en hopen dat ze zich thuis voelen.’
Dat De Brug voor de buurt een belangrijke sociaalmaatschappelijke betekenis heeft, vindt de evangelist prima. ‘Maar het gaat hier over God en geloven en dat is voor niemand raar. Het doel van De Brug is God en ook elkaar ontmoeten. Het gaat om het volgeling van Jezus worden. Gemeenschap is de weg daarnaartoe. Als mensen bij ons iets ervaren van de aanwezigheid van de Heere God, dan zal Hij met hen verdergaan.’
Tweede vraag
Toen Verkerk in 2004 zijn missionair werk in Huizen begon, stak hij in op relaties. ‘Ik probeerde mensen in een vrije omgeving te ontmoeten. Ik knoopte een gesprekje met de caissière in de winkel aan, ging naar recepties en was present als er iets te doen was. Aan deuren bellen is niet mijn ding, liever ontmoet ik mensen spontaan. Ik ben een figuur van de tweede vraag, hoor ik altijd. Inderdaad, ik vraag altijd wel door.
Omdat ik fulltime werker voor onbepaalde tijd ben, kon ik het werk op mijn gemak opbouwen. Ik ken de voorgangers in Huizen, net als de artsen. Voert een huisarts een slechtnieuwsgesprek, dan verwijst hij gerust naar mij. Rond het sterven heb ik veel mensen leren kennen. Dan steek ik in op relatieopbouw; vanuit nabijheid komt het tot gesprekken en ontmoetingen die jarenlang verdergaan.’
Inmiddels weet een groot deel van Huizen wel dat er een evangelist is met wie je een gesprek zou kunnen aangaan. Ieder jaar komen zo’n vijf à tien ‘nieuwe’ mensen op Verkerks weg. ‘We hebben contact en ik nodig hen op een gegeven moment uit. In persoonlijke ontmoetingen is mijn eerste vraag: wie ben je, wat is je achtergrond, wat is je vraag eigenlijk? Ik ga niet meteen bidden of in de Bijbel lezen. Ik loop met mensen mee en kijk waar een plekje is om te landen. Die momenten dienen zich meestal vanzelf aan. Achter de gesprekken zit vaak een vraag, een verhaal. De tijd is mijn vriend; ik hoef me niet te haasten. Laat God Zijn werk doen. Wij mogen kijken hoe zich dat ontwikkelt.’
Bijbel opendoen
Het speerpunt van de activiteiten in De Brug is de Ontmoetingsdienst, een laagdrempelige eredienst op zondag waar het Woord van God en de verkondiging daarvan centraal staan. ‘Mensen gaan echt zitten om wat van God te horen. Er is rust, al is het soms interactief. Er is een moment van stilte en gebed. We proberen met elkaar te zingen, heel laagdrempelig. We houden het informeel: soms laten we als introductie een filmpje zien of een lied horen. Of iemand deelt een korte ervaring.
Alles is eenvoudig, maar niet simpel of in Jip en Janneke-taal. Zoekers en pasgelovigen vormen onze doelgroep. Er gebeurt veel. Mensen komen gaandeweg met de vraag naar het heilig avondmaal. Naar de doop. Papa is ongelovig, maar de mama gelooft wel. Het vraagt veel energie en tijd om dat te begeleiden, maar het is geweldig om te doen.
Ik wil de Bijbel opendoen, bij het hart van de mensen komen. Mijn woorden moeten niet maar een maatschappelijk praatje zijn, of bij het gevoel blijven steken. Het leerelement vind ik heel belangrijk, om gaandeweg stevigheid krijgen. Als ik preek, probeer ik allemaal haakjes te maken, zodat mensen iets kunnen ophangen, meenemen. Ik neem altijd iemand in gedachten; nu eens meneer X, dan mevrouw Z. Soms kan het stevig, maar iedere maand komt er wel iemand binnen die nauwelijks kennis van de Bijbel en het christelijk geloof heeft. Daarom leg ik telkens alles uit, ook waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Belangrijk is ook inclusief taalgebruik. Het is niet ‘wij-zij’, maar ‘ons’; sámen zoeken we God. Ik ben voorganger, maar deze plek is van ons sámen.’
Vrijlaten
Verkerk wil de mensen niet ‘dwingend’ voorhouden dat ze in Jezus moeten geloven. ‘Af en toe doe ik dat wel, maar in het algemeen geef ik ruimte en leg de mensen de vraag voor: Zou Jezus voor jou een mogelijkheid zijn? Zou je een stap willen maken? Ik weet dat dat vrijblijvend klinkt. Toch, als mensen weinig of niets met Jezus hebben, vraagt dat van mij wijsheid. Het is vrijlaten, vrijlaten, vrijlaten – met het gebed dat God een weg met die persoon gaat. Als iemand zes keer niet is geweest, zeg ik niet: ‘Waar was je?’ maar: ‘Welkom, fijn dat je er weer bent.’ Het is belangrijk dat mensen de Bijbel gaan lezen, gaan bidden. De Brug heeft twee bijbelleesgroepen. We beginnen bij Markus. Het is mooi om de ontdekkingen die mensen daar doen, te zien. Om te zien dat ze gaan bijbellezen, gaan bidden. Je hoort geen doorwrochte verhalen, maar toch merk ik iets van het werk van de Heilige Geest.’
Momenteel bezoeken 45 tot 60 mensen de zondagse Ontmoetingsdienst in Huizen. ‘Ik zie het langzaam groeien. We huren een zaaltje met een keuken. In het begin kwamen moeders met kinderen. Toen zijn we gaan sparen voor een pipowagen voor de kinderoppas, met de droom dat kinderen daar een bijbelverhaal zouden horen. Dat gebeurt nu. Maar het is bijna te vol. We zien dat de verantwoordelijkheid voor de kinderen ook bij ons ligt. De vraag is hoe we dit moeten vormgeven.’
Geen hechting
‘Pasgelovigen sluiten zich zelden bij een bestaande wijkgemeente aan. Bij tachtig à negentig procent zie je dat er geen hechting in de wijkgemeente plaatsvindt. Het vraagt van een gemeente veel om nieuwgelovigen op te vangen als hij of zij zonder godsdienst is opgegroeid of een moslimachtergrond heeft. Iemand blijkt vijf tot zeven relaties nodig te hebben om te kunnen wortelen, en dat zo’n drie tot vijf jaar. Dat vraagt veel van gemeenteleden. Daar komt bij dat het sociale netwerk zich in de ‘gewone’ gemeente al heeft gevormd.
Het is belangrijk dat een nieuwkomer wordt meegenomen en bevestiging krijgt. Mensen die tot geloof komen, raken in hun eigen omgeving vaak in een isolement. Ze staan alleen in hun gezin, familie of vriendenkring. Ik hoor dan: ‘Nu ik met het geloof bezig ben, is mijn leven moeilijker geworden.’ Of: ‘Sinds ik op de cursus zit, wil ik bidden. Dat lukt me thuis niet.’ Ik weet van een moslimgezin dat is gedoopt en belijdenis heeft gedaan, maar dat zich heel eenzaam voelt.’
Betekent dat dat de bestaande gemeente nauwelijks openstaat voor pasgelovigen? ‘Ik geloof niet zo in grote gemeenschappen. Als ik de namen van de bezoekers niet meer ken, moet er een tweede plek komen. Het is belangrijk om de mensen te kennen. Daar zit enorm veel kracht in. Ik weet wie jarig is geweest, dat een echtgenoot een hartaanval heeft gehad, of een kind ziek is.
Na collecte is er een gebedsmoment. Bezoekers mogen dan hardop hun gebedspunten noemen. Je ziet dat mensen na de dienst elkaar aanspreken. ‘Kan ik helpen?’ ‘Ik zal voor je bidden.’ Of: ‘Hoe gaat het nu?’ Er ontstaat zorg voor elkaar. En je wordt gezien. Ik zorg dat ik in de loop van de weken met iedereen een praatje heb gemaakt. We bidden concreet voor elkaar.’
Pastoraal team
‘Je merkt dat veel bezoekers hun hart willen luchten. Een groot deel neemt iets mee waar zorg voor nodig is. Daarom zijn we in de loop van de jaren een pastoraal team gaan vormen van gemeenteleden met pastorale vaardigheden, die rond de Ontmoetingsdiensten beschikbaar zijn. Dat is een gouden greep geweest.’
Gaandeweg zijn er ook zogenaamde connectgroepen gevormd. ‘Er is veel eenzaamheid, zien we, en er wordt veel geconsumeerd. Het is daarom goed om elkaar beter te leren kennen. Een echtpaar uit het pastorale team vormt samen met een aantal bezoekers zo’n connectgroep. Zes keer per jaar doen ze samen iets: eten, een museum bezoeken, spelletjes of iets anders. Dat is vooral bedoeld om mensen met elkaar in verbinding te brengen. Je ziet dat mensen binnen de connectgroep elkaar opzoeken. Dat is precies de bedoeling.’
God heeft Verkerk voor grote missers behoed, zegt hij. ‘Ik weet geen knoepers van fouten. Mijn grote fout is dat ik te weinig geloof heb, te weinig vertrouwen. En ik vraag me wel eens af: Zoek ik mezelf of zoek ik de eer van God? Ben ik op het goede pad? Heere, wijs mij de weg. Soms ben ik bang dat ik me brand aan het Woord. Soms denk ik aan de jongste dag – heb ik het dan goed gezegd? De vraag of ik het Woord op de juiste wijze en naar de wil en mening van de Geest heb gebracht, houdt me wel bezig. Naar mezelf toe is mijn fout dat ik grenzeloos kan zijn. Ik moet opletten dat ik niet opbrand.
Ik houd consequent stille tijd, al dertig jaar. Dat is heel belangrijk voor me. De dag start ik rustig, met bijbellezen en gebed. Het is heerlijk om zelf ook naar de kerk te gaan. Ik heb dat erg nodig, maar het lukt helaas niet altijd. Daar staat tegenover dat ik veel ontvang in de drie uren die ik vrijhoud voor bijbelonderzoek ter voorbereiding van een Ontmoetingsdienst. De Heere voorziet me in alle dingen.’
Huizens missionaire zoektocht
De oriëntatiecursus ‘Christelijk geloof’ die rond 2000 in Huizen door evangelist Wim Poldervaart wordt gegeven en na 2004 door Jan Verkerk voortgezet, levert jarenlang nieuwe ‘zoekersgroepjes’ op. Er is een vrij constante groep van 45 tot 60 mensen. Sommigen komen tot geloof, leggen belijdenis van het geloof af en worden gedoopt.
Tegelijk is duidelijk dat de nieuwkomers in de wijkgemeenten niet wortelen. Hervormd Huizen gaat zich vanaf 2008 onder leiding van Verkerk op het missionair werk bezinnen. Kernvraag is of er een plek kan komen waar pasgelovigen en geïnteresseerden kunnen samenkomen. Liefst op zondag, de opstandingsdag.
Met tien gemeenteleden uit alle Huizense wijken en twee mensen uit de doelgroep oriënteert Verkerk zich op een alternatieve bijeenkomst. De evangelist schrijft een visiedocument en deelt dat met de hervormde predikanten, wijkkerkenraden, de missionaire commissie en de algemene kerkenraad. ‘We wilden een alternatieve samenkomst het liefst een ambtelijk karakter geven, met de leiding in handen van een ambtsdrager. Bovendien moest het niet zomaar een activiteit zijn, waar we op een willekeurig moment de stekker uit konden trekken.’
We dachten ook vooruit: wat te doen als de vraag naar de sacramenten of een huwelijksvoltrekking zich aandient? Hoe logisch is het als daarvoor een predikant zou worden benaderd, iemand die voor de mensen onbekend zou zijn?’ De formele en kerkordelijke vragen werken vertragend, maar de Huizense evangelist en de algemene kerkenraad willen hun werk goed doen. In 2013 wordt de eerste Ontmoetingsdienst gehouden.
Zelf is Verkerk hbo-theoloog en mist hij op dat moment de bevoegdheden voor ambtelijke diensten. Wel preekt hij in de Huizense wijkgemeenten en ook elders in het land, maar daar voelt de evangelist zich eigenlijk ‘nooit helemaal goed’ bij. ‘Als ik preek, wil ik dat niet zonder toestemming van de Protestantse Kerk doen.’ In januari 2013 wordt hij bevestigd als ouderling met een bepaalde opdracht, terwijl hij in december van dat jaar preekconsent krijgt.
Inmiddels biedt de kerkorde van de Protestantse Kerk kerkelijk werkers de mogelijkheid om de ambtelijke bevoegdheden van een predikant toegewezen te krijgen, als deze aan een negental voorwaarden voldoen. De algemene kerkenraad vraagt dit voor Verkerk aan. Vanaf april 2015 is de evangelist ook bevoegd om de sacramenten te bedienen.
Het missionaire werk in Huizen is gedelegeerd aan een orgaan van bijstand van de algemene kerkenraad. Deze missionaire commissie adviseert de algemene kerkenraad, gevraagd en ongevraagd. Verkerk is formeel in dienst van de algemene kerkenraad. In de praktijk trekt hij nauw op met de diverse wijkengemeenten in Huizen, met de predikanten, evangelisatieouderlingen en de teams van De Brug.
Tineke van der Waal is redactielid van De Waarheidsvriend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2019
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2019
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's