De Liturgie onder de loep
PThU en TUK zetten samen promotiestudie op
‘Geliefden in de Heere Christus, u hebt gehoord dat de doop een instelling van God is om aan ons en ons nageslacht Zijn verbond te verzegelen.’ Deze woorden roepen direct een bepaalde gevoelswaarde op.
Vrijwel iedere kerkganger zal deze woorden herkennen als de inleiding op de vragen in het klassieke doopformulier. Ze klinken geregeld in gemeenten die in de gereformeerde traditie willen staan, en dat al vele eeuwen.
Kostbaar erfgoed
Het doopformulier vormt, samen met andere formulieren en met een aantal ‘christelijke gebeden,’ De Liturgie, die achterin vrijwel ieder psalmboek is opgenomen. De Liturgie is een kostbaar erfgoed dat de moeite van nader onderzoek meer dan waard is. Er heeft wetenschappelijk onderzoek plaatsgevonden, maar tot op heden was dat incidenteel en fragmentarisch. De Theologische Universiteit Kampen (TUK) en de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam-Groningen (PThU) hebben daarom plannen gemaakt voor een breed opgezet onderzoek. De PThU wordt in dit project substantieel financieel ondersteund door de Gereformeerde Bond. In dit artikel wi ik, mede namens dr. Erik de Boer en dr. mr. Klaas-Willem de Jong, de plannen nader toelichten.
Petrus Dathenus
Het heeft in de loop der tijd niet aan aandacht ontbroken voor De Liturgie, in het bijzonder de formulieren voor doop en avondmaal. In deze aandacht lag het accent vaak op het praktische gebruik van de formulieren, denk bijvoorbeeld ook aan de voorbereiding op de viering van het heilig avondmaal. Het uit de achttiende eeuw stammende ‘De godvruchtige Avondmaalganger’ van Petrus Immens is daarvan een bekend voorbeeld.
Petrus Dathenus heeft in 1566 drie Nederlandstalige formulieren uitgegeven, voor doop, avondmaal en huwelijk. Naar de oorsprong van deze formulieren is onderzoek gedaan, maar uitputtend is dit niet geweest. De voorgeschiedenis is dan ook complex. In de tijd van de Reformatie zijn Nederlanders op de vlucht geslagen en uitgezwermd over het buitenland, zoals Engeland en Duitsland. Ze zijn mede beïnvloed door wat ze daar ter plaatse aan tradities aantroffen. Sommige gebruiken en teksten uit de vluchtelingengemeenten zijn blijven bestaan. Een goed voorbeeld daarvan is het zogenoemde Londens aanhangsel in de uitdelingswoorden bij het heilig avondmaal: ‘Neemt, eet, gedenkt en gelooft...’ Het bijvoeglijk naamwoord zegt het al: deze woorden zijn in eerste instantie in Londen gebruikt. Studie naar de achtergrond van Dathenus’ werk helpt onder meer het gereformeerde theologische en liturgische profiel dat in deze tijd ontstond aan te scherpen.
De synode van Dordrecht
Dathenus heeft met zijn uitgave een standaard gezet, maar een belangrijk deel van De Liturgie is van later datum. Zijn doopformulier bijvoorbeeld is grondig bewerkt, de redactie van de doopvragen is meer dan eens gewijzigd. Voor de bevestiging van predikanten, ouderlingen en diakenen is pas later een formulier gemaakt. Verder ontwikkelen zich in de loop van de tijd de zogenaamde christelijke gebeden voor in de kerk, kerkelijke vergaderingen en thuis. In de tijd van de bekende synode van Dordrecht (1618-19) kwam er een einde aan de ontwikkelingsgang van formulieren en gebeden en kregen ze de redactie zoals wij die nu kennen. Meer zicht op de ontwikkelingsgang van de ruim vijftig jaar tussen Dathenus en de synode kan ons helpen de kennis van de Reformatie in de Nederlanden in deze periode te verdiepen.
De Liturgie is vervolgens plaatselijk gebruikt, al weten we weinig over de praktijk. In de zeventiende eeuw en daarna is ze geëxporteerd naar het buitenland en vertaald. Onder meer in Noord-Amerika is dat het geval geweest, maar ook in Zuid-Afrika. In de afgelopen eeuw zijn er hertalingen gemaakt en verkortingen. Hieruit kan duidelijk worden gemaakt waar de kracht van het erfgoed van De Liturgie ligt.
Promotiestudie
De TUK en de PThU willen voor elk van de formulieren een promotiestudie in gang zetten. De TUK neemt daarbij de formulieren voor het huwelijk en de bevestiging van ambtsdragers voor haar rekening, de PThU voor doop en avondmaal. Een deel van het begeleidingstraject is gezamenlijk, een deel valt onder de promotor. Aan de TUK is dat prof. dr. Erik de Boer, aan de PThU ikzelf. De projectleiding is in handen van dr. mr. Klaas-Willem de Jong (PThU). Een belangrijk onderdeel van de studies is het zichtbaar maken van de ontwikkeling van het desbetreffende formulier: waar liggen de wortels, hoe heeft het formulier zich sinds Dathenus ontwikkeld en welke uitwerking heeft het vervolgens gehad? Het ligt in de bedoeling dat de promovendi uiterlijk per 1 september aan de slag gaan. De werving gaat binnenkort van start.
Wie dit overzichtje leest, zal beseffen dat er enkele onderdelen ontbreken. De formulieren voor de uitoefening van de tucht hebben nog geen plek gekregen, net als de christelijke gebeden. De instellingen zoeken nog naar fondsen om dit mogelijk te maken. Zij zouden dan ook graag in contact komen met mensen die een financiële bijdrage willen leveren, of die hiervoor tips hebben.
Prof. dr. Wim Moehn is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het gereformeerd protestantisme aan de PThU.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's