Boekbesprekingen
Ewald Mackay
De gedenkbalk van het Grote Huis: een persoonlijk perspectief op de geschiedenis.
Uitg. de Banier, Apeldoorn; 602 blz.; € 29,95.
Historicus en filosoof dr. Ewald Mackay liet zich voor zijn vuistdikke ‘persoonlijk perspectief op de geschiedenis’ inspireren door de gedenkbalk uit sommige oude boerderijen, waarop de bewoners belangrijke gebeurtenissen in huis en familie markeerden. Het is de gedenkbalk van wat hij ‘het Grote Huis van de joods-christelijke geloofstraditie’ noemt. Beginnend bij Adam en de bijbelse geschiedenis vertelt Mackay het verhaal van de geschiedenis, vanuit een westers en orthodox (protestants-)christelijk oogpunt én een doorleefde persoonlijke betrokkenheid.
Het boek heeft iets van een handboek met een enorme hoeveelheid namen en feiten (en vaak treffende citaten). Toch is het geen naslagwerk, maar eerder een groot verhaal van de wereldgeschiedenis. Dat verhaal bestaat, naast de bijbelse geschiedenis, vooral uit kerk- en politieke geschiedenis met nadruk op ideeën en grote kerkelijke, politieke en culturele ontwikkelingen, waarbij hij verrassend veel aandacht besteedt aan de esoterische stromingen. Mackay schrijft helder en vlot, maar vraagt regelmatig te veel van zijn lezers door de niet aflatende stroom namen en details en de beknopte wijze waarop hij denkers en ideeën behandelt.
Het is mooi om te lezen hoezeer de gelovige wereld van zijn thuis en leerkrachten en vriendschappen op de middelbare school het zoeken en vinden van Mackay hebben gevormd. Die wereld is het kleine huis waarin hij de grote geschiedenis begrijpt en gedenkt. Bij het schrijven van de grote geschiedenis laat hij zich leiden door zijn in andere studies uitgewerkte christelijke geschiedvisie en de periodisering van de wereldgeschiedenis in zes dagen, die bij de kerkvader Augustinus vandaan komt. Bij de komst van Christus zijn er al vijf dagen voorbij en breekt de zesde dag van de wereldweek aan.
Die dag is begonnen met de morgen van de Vroege Kerk, terwijl na de middag van het christelijke eenheidsrijk in de late Middeleeuwen de avond van het verval aanbreekt, eindigend in de duisternis van de seculiere wereld en de duivelse nacht van het nazisme en de holocaust.
Mackay doet in dit werk een greep naar een omvattend zicht op de hele mensengeschiedenis, waarbij hij zich laat leiden door klassiek christelijke visies op mens en wereld. Ik bewonder de manier waarop hij zoveel gebeurtenissen in een groot perspectief weet samen te brengen, maar hij heeft me niet weten te overtuigen. Zijn perspectief roept daarvoor te veel vragen op. Ik noem er enkele:
- Wil Mackay niet te veel zekerheid als hij de geschiedenis in de mal van Augustinus’ zesdaagse wereldgeschiedenis en een patroon van groei en verval perst? En ziet hij daarmee de vreemde, stille, verrassende en tegendraadse manier van Gods gang in de wereld niet te veel over het hoofd?
- Daarmee samenhangend: waar komt Mackays fascinatie voor de esoterische traditie (met de legendes van de graal en de lans) vandaan? Heeft die ook te maken met het zoeken van een zekerheid van een verborgen lijn en invloed in de chaotische geschiedenis?
- Is zijn beeld van de wereldgeschiedenis niet veel te eurocentrisch? Aan het begin van zijn boek geeft Mackay ook rekenschap van het feit dat hij alleen vanuit Europees perspectief kan schrijven, maar dit zou hem veel voorzichtiger moeten maken om de geschiedenis van God en de wereld te laten samenvallen met de geschiedenis van het christelijke Europa.
- Zijn de veranderingen en breuken van de moderne tijd (in wetenschap, cultuur en denken) alleen maar te beoordelen als de verduistering van het licht van God? Mackay zit gevangen in zijn perspectief van de zesde dag die langzaam donker wordt en houdt ook meer van continuïteit en traditie van breuken, maar voor ons als christenen van de eenentwintigste eeuw is een onbevangener en geloviger (deze tijd is ook van Christus) benadering van de moderne tijd gevraagd.
- Is deze manier van het beschrijven en begrijpen van de geschiedenis het bijbelse gedenken? Mackay gebruikt het beeld van de gedenkbalk, omdat hij momenten in de geschiedenis wil gedenken als de geschiedenis die God maakt en gaat in de wereld. Als hij vertelt hoe hij daar persoonlijk bij betrokken is geraakt, komt de geschiedenis tot leven en gaan de gebeurtenissen open. Maar als hij vervolgens de gebeurtenissen en verbanden gaat beschrijven, wordt het gedenken opgeslokt door het grote perspectief en de opsomming van details.
Deze kritische vragen nemen niet weg dat dit boek een boeiende en leerzame reis door de geschiedenis biedt.
Ds. Johan Visser, Amsterdam
René de Reuver, Dorottya Nagy e.a.
Van migrant tot naaste. Plaatsmaken voor jezelf.
KokBoekencentrum uitgevers, Utrecht; 144 blz.; € 12,99.
Over het complexe thema van de migratie ging de bezinning in de synode van de Protestantse Kerk, een jaar geleden. De kerk wilde zo dienstbaar zijn over een onderwerp dat in Europa als geheel en in veel afzonderlijke landen spanning geeft. In het boekje Van migrant tot naaste lezen we de opbrengst en een nadere uitwerking van de bezinning. Haar gaat het vooral om vanuit een geloofsperspectief te kijken naar verhalen van individuele mensen, om te komen tot een gastvrije ruimte waar vreemdelingen hun anderszijn afleggen en voor alles medemens worden.
Het boekje opent met een bijbels-theologische bijdrage vanuit de Europese oecumene, waarin aangegeven wordt dat het Nieuwe Testament mensen niet definieert vanuit hun economische of politieke positie, maar door hun identiteit in Christus. Gods liefde en gastvrijheid mogen naar de wereld weerspiegeld worden. Iemands waardigheid is niet gerelateerd aan zijn status.
De vraaggesprekken – onder meer met hoogleraar missiologie Dorottya Nagy, met ds. Sjaak Visser uit Zaandam, met pinkstervoorganger Samuel Lee, met dr. Henk-Jan Prosman uit Nieuwkoop, met prof. Bernhard Reitsma – in deze uitgave voegen echt wat toe, niet het minst door de scherpe vragen die gesteld worden: een goede investering om een professional als Sjoerd Wielenga hiervoor in te huren. Ds. Visser: ‘Als migranten lijden om Christus’ wil, moet ik dat als predikant aan de kaak stellen en voor hen op zoek gaan naar een veilige plek.’ Lee: ‘Migrantenchristenen en Nederlandse christenen mengen zich te weinig.’ Ds. Prosman: ‘Wat heeft nu prioriteit: dat Joden zich hier veilig voelen, of dat kansarme moslims zich hier vestigen? (...) De minimumoptie is een streng maar rechtvaardig asielbeleid.’ Prof. Reitsma: ‘Ik vrees zelf niet voor de islamisering van Europa. (...) Ik heb bovendien moeite met het begrip joodschristelijke cultuur.’ Het laatste woord is voor scriba dr. R. de Reuver: ‘Gastvrijheid is de enige weg om de wereld te genezen van radicalisme.’
Van migrant tot naaste leent zich prima voor nadere bezinning in de gemeente.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's