De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woestijnervaringen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woestijnervaringen

7 minuten leestijd

Wat doe je als jonge Joodse vrouw als je voor de keuze komt te staan: onderduiken of niet? Ik heb nooit voor deze keuze gestaan en er ook nooit over nagedacht. Het leek me altijd vanzelfsprekend en ook verstandig dat Joden in de oorlog probeerden onder te duiken. Toch blijkt dat helemaal niet zo vanzelfsprekend te zijn.

Soφie

Het tijdschrift Soφie (uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie) wijdt een artikel, van de hand van Gertram Schaeffer, aan Etty Hillesum. Etty maakte bewust de keuze om niet onder te duiken.

Etty Hillesum meende dat het niet juist was om onder te duiken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij wilde zich niet onttrekken aan het lot dat haar volk moest ondergaan. En zij ging dan ook vrijwillig naar kamp Westerbork om uiteindelijk met haar ouders mee te gaan naar de vernietigingskampen. (...) Etty kreeg meerdere aanbiedingen om onder te duiken. Zij wees ze alle af. En ja, dat heeft inderdaad de mensen rondom Etty schuldgevoelens opgeleverd. Etty had een vriendin van haar, Leonie Snatager, er bijna van overtuigd dat onderduiken niet goed was. Aanvankelijk ging zij hierin mee, maar ‘met reuze schuldgevoelens heb ik me daarvan afgewend. Dat waren vreselijke schuldgevoelens.’ Leni Wolff, een andere vriendin, vond onderduiken uiteindelijk gelegitimeerd, ‘maar het is natuurlijk wel zo dat je je familie in de steek liet. Ik loop nog – en dat doen ze allemaal die het overleefd hebben – met schuldgevoelens’. Met name de laatste uitspraak echter wijst erop dat de schuldgevoelens meer samenhangen met het algemene feit de Sjoa te hebben overleefd. Ook Etty zelf heeft zich dit overleven van de oorlog voorgesteld, maar schrijft: ‘Ik weet niet eens of ik me prettig zou voelen, als ik verschoond bleef van datgene, wat zovelen moeten ondergaan’ (...)

Maar waarom wilde Etty niet onderduiken? En waarom vond zij aanvankelijk inderdaad dat ook ánderen dit niet moesten doen? Etty stelt: ‘Joden die onderduiken (...) onttrekken zich, met een schoon klinkend excuus aan een lot, dat ze gemeenschappelijk met anderen hadden moeten dragen.’ Dit klinkt hard maar had een heel praktische aanleiding. In de woorden van Etty: ‘Ieder die zichzelf nog wil redden en die toch wel weten kan, dat wanneer hij niet gaat, daarvoor een ander in de plaats moet gaan – en of het er veel toe doet of ik het ben of een ander of die en die.’ De deportatie van Joden was zo geregeld dat per keer bepaald werd wat het aantal Joden moest zijn dat gedeporteerd werd. (...)

Maar Etty was ook de opvatting toegedaan dat zij het lot van haar vervloekte volk moest delen. Volgens haar vriend Pieter Starreveld ‘wilde zij zich niet onttrekken aan het lot van de Joden door de eeuwen heen vervolgd te worden, door de eeuwen heen slachtoffer te worden, geslachtofferd te worden en zij was bereid dat te accepteren in verband met de vloek die er over het Joodse volk lag om ten onder te gaan. (...) Zij heeft aanvaard als Jodin onderdeel te zijn van het Joodse volk dat dus vervloekt was tot in eeuwigheid het lot van vernietiging en de pogrom te moeten dragen. Tot het einde zelfs.’

Solidair zijn met je volk tot het einde. Dat is indrukwekkend. Zij wist trouwens hoe het zou aflopen. Al in 1942 schreef zij: ‘Het gaat om onze ondergang en onze vernietiging, daarover hoeft men zich geen enkele illusie meer te maken.’

Soms koesterde ze de hoop de concentratiekampen te overleven, maar veel wijst erop dat zij haar eigen sterven voorzag. ‘Ik heb de mogelijkheid van de dood zo absoluut in m’n leven opgenomen, mijn leven a.h.w. verruimd met de dood, met het onder de ogen zien en aanvaarden van de dood, van de ondergang, als behorende bij dit leven.’

De bewering van Gemmeker, de commandant van Westerbork, dat hij niet zou hebben geweten hoe het met de Joden zou aflopen (zoals blijkt uit een recente dissertatie van Ad van Liempt), klinkt wel heel wrang als we horen dat deze Joodse vrouw op grond van informatie of door haar intuïtie wél wist wat hoe wreed het einde zou zijn.

Onderweg

In Onderweg (GKv en NGK) vertelt predikant Marco de Best over zijn woestijnervaring. Het is een heel ander verhaal dan dat van Etty Hillesum, het is van een andere orde. Ze zijn niet met elkaar te vergelijken en zijn ook tegengesteld aan elkaar: de één ging de dood tegemoet, de ander werd gespaard.

In 2017 waren Marco, zijn vrouw en twee kinderen onderweg op vakantie naar Luxemburg. De caravan werd echter in de buurt van Spa gepakt door een valwind, waarna hij begon te slingeren. Marco verloor de controle over het stuur. Ze werden over de vangrail gelanceerd, en sloegen vier keer over de kop. Uiteindelijk kwamen ze op de kop in twee lage bomen terecht. De hulpdiensten stonden er versteld van dat iedereen nog leefde. Er gebeuren op die plek vaker ongelukken, maar bijna altijd met dodelijke afloop. Door de klappen op zijn hoofd moest Marco ruim anderhalf jaar revalideren. Sinds kort is hij begonnen met re-integreren. De verwachting is dat hij deze zomer weer op volle sterkte aan de slag kan als predikant in zijn gemeente: NGK2 in Zwolle.

Hoe kijk je terug op de afgelopen tijd?

Als je zoiets meemaakt, staat alles ineens stil. Het was echt een woestijntijd waar ik in terechtkwam; ik kon bijna niks meer. Ik ging in de Bijbel op zoek naar mensen die ook in een woestijn terecht waren gekomen, en herkende veel in hun ervaringen. Je wordt door elkaar geschud, gekneed, beproefd, en bepaald bij waar het nu echt om gaat. Nu ik eruit ben, kan ik ook zien hoe goed het was om door die woestijn heen te gaan.’

Wat heb je in die woestijnervaring gekregen?

‘Door het ongeluk werd me alles even uit handen geslagen. Het enige wat ik overhield, was God zelf. Hij ging met mij aan het werk. Ik leerde me te verheugen in Hemzelf en niet in mijn omstandigheden. Ik werd bepaald bij wie ik ben: geliefd en kostbaar in zijn ogen, ook al was ik niet meer “nuttig”.’? (...)

Hoe is dit voor de rest van het gezin? Hebben zij een soortgelijke verandering doorgemaakt?

‘Iedereen heeft zijn eigen verhaal, maar allemaal zijn het getuigenissen van Gods zorg en nabijheid. Het is echt bijzonder wat ieder van ons tijdens en in de nasleep van het ongeluk mocht meemaken. Zo kreeg onze toen 17-jarige zoon, die thuis op de kat paste, op het moment van ons ongeluk allemaal plaatjes van ons in z’n hoofd, met het gevoel dat er iets ergs met ons was. Ook kreeg hij de opdracht dat hij voor ons moest bidden. Dus dat heeft hij gedaan, ook al was zoiets volslagen nieuw voor hem. (...)

Ook mijn vrouw en dochter hebben vlak na het ongeluk dingen gezien die veel indruk hebben gemaakt. Zo vroeg mijn vrouw vlak na het ongeluk aan God, toen we op de vangrail zaten, waar Hij op dat moment was. Toen zag ze dat we omringd waren door engelen, met de Heer aan het hoofd. En dan heb ik het nog niet eens over alles wat we níet te zien krijgen. Die ervaringen gaven ons het vertrouwen dat het goed zou komen, hoe het hele traject na het ongeluk ook mocht lopen.’

Ds. De Best vertelt dat hij al als kind dominee wilde worden. Hij zegt er het volgende over:

‘Het begon ermee dat ik als klein jochie werd geplaagd door een enorm zondebesef. Niet echt gezond en heel vreemd; het werd me nergens opgelegd of aangepraat – niet in de kerk, niet door mijn ouders. Ik lag er echt wakker van als kind: er was niemand zondiger dan ik. Ik durfde dan ook niet bij God te komen. Totdat eigenlijk de genade doorbrak. Dat was vrij plotseling, toen ik als 11-jarig jongetje op bed lag en ineens voelde dat God bij mij was en zei: Ik hou van jou. Op dat moment viel er zo’n grote last van me af. Toen kwam ook meteen het verlangen om die liefde en genade te delen met anderen.’

Twee verhalen. Ze geven veel stof tot nadenken. De woestijn is nooit ver weg. Dat is wel duidelijk. Het komt erop aan dat er Eén is, Die door de woestijn voorop gaat en Die Thuisbrengt.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Woestijnervaringen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's