De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Godvrezende mannen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Godvrezende mannen

Petrus’ preek in de taal van de heidenvolken klinkt ook als een aanklacht

7 minuten leestijd

Het is heel wat wanneer je als godvrezend bekend staat. Maar wat is het precies, godvrezend? De naam zegt het al: iemand die God vreest, die ontzag en liefde heeft voor Gods heilige wil.

Soms helpt het om woorden tegenover elkaar te zetten, om zo grip te krijgen op de betekenis. Lukas doet dat ook in Handelingen 2. Die godvrezende mannen (vs.5) staan tegenover die spottende mensen in vers 13: ‘Zij zijn vol zoete wijn.’ Godvrezende mensen houden de grote werken van God, zoals de uitstorting van de Geest in vers 11 genoemd wordt, dus niet voor bedenksels van dronkaards. Ze bedroeven de Geest niet, maar zijn vol van de Heilige Geest.

Simeon, Job en Abraham

De Bijbel zegt ook over de oude Simeon, die door de Geest van God naar de tempel werd geleid, dat hij een godvrezende man is. Samen met Anna zong hij een prachtig duet (Luk.2): ‘Nu kan ik heengaan in vrede, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.’ God vrezen is dus leven met verwachting, graag in de tempel (dicht bij de verzoening) willen zijn. Ik denk ook aan Job: ‘Een vroom en oprecht man, hij is godvrezend en keert zich af van het kwaad.’ God vrezen betekent dus dat je een hekel hebt aan het kwaad, dat je ook je kinderen heiligt. Want dat deed Job. Eén man nog van wie de Bijbel zegt dat hij godvrezend is: Abraham. ‘Steek uw hand niet uit naar de jongen, doe hem niets,’ zegt de Heere tegen hem als hij van plan is om zijn zoon Izak te offeren (Gen.22), ‘want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt.’ God vrezen is geloven door het onmogelijke heen, dat is gehoorzaam zijn aan wat God tegen je zegt.

In Jeruzalem

Zijn dat zulke mannen, daar in Jeruzalem? Mannen die geloven dat God doet wat Hij beloofd heeft? Mannen die zich afkeren van het kwaad en gehoorzaam luisteren naar wat God van hen vraagt? Ja en nee. Ze houden ons een spiegel voor. Ja, in de zin van: ze zagen uit naar de vervulling van Gods belofte. Daarom waren ze in Jeruzalem. Nee, in de zin van: zo gehoorzaam zijn ze niet, er klinkt een aanklacht tegen hen. Welke dan?

Laten we eerst eens kijken wat we nog meer van hen weten. Lukas zegt dat ze in Jeruzalem wonen en dat ze uit ‘alle volken die er onder de hemel zijn’ komen. In sommige vertalingen is het vertaald als: ‘Nu verbleven er Joden in Jeruzalem.’ Dat doet vermoeden dat ze er tijdelijk geweest zijn, alleen voor het feest: Sjavoeot, het Wekenfeest, Pinksteren (de vijftigste dag na de uittocht, ook de vijftigste dag na Pesach), het feest van de wetgeving en van de oogst. Maar ‘verblijven’ doet geen recht aan het woord katoikeo. Dat betekent: wonen, in de zin van ‘een huis hebben.’

Het gaat hier om die Joden die weer bij hun roots zijn, terug in het land waar ze begraven willen worden. Simon van Cyrene is zo iemand. Daarom had hij een akker in Jeruzalem gekocht: om er begraven te worden. Het gaat hier om de Joden en Jodengenoten (heidenen die zich ook houden aan de Joodse wetten, godvrezenden genoemd) uit de diaspora:

Parthers, Meden, Elamieten, en noem het hele rijtje maar op. Ieder jaar met Pinksteren struikelen we weer over die namen.

Zij zijn er, overal vandaan. Ze zijn opgegroeid in een ander land, vertrouwd geraakt met een andere cultuur en een andere taal. Zeker, ze kenden Hebreeuws of Aramees (want in de vreemde lazen ze uit de Thora en waren ze trouw aan hun Joodse godsdienst).

Maar nu horen ze die eenvoudige vissers in hun eigen taal spreken, in de taal van dat land waar ze groot geworden zijn. Ze horen nu niet de heilige taal, niet de taal van de Thora, maar de taal van de gojim (heidenvolken).

Inwoners van Jeruzalem

Ik denk dat Lukas daar wat mee wil zeggen: ja, het waren mannen die de Messias verwachtten, die uitzagen naar het herstel van Israël. Daarom waren ze immers daar (met hun vrouwen en kinderen, denk ik). Gods spreken in de taal van de heidenvolken klinkt echter ook als een aanklacht.

Ik bedoel dit. Na verteld te hebben wat er in dat huis gebeurde, over die enorme windvlaag, richt Lukas de aandacht op de stad Jeruzalem (Van Eck): ‘Daar zal de eerste confrontatie met het getuigenis van de verheerlijkte Christus plaatsvinden.’

Niet de pelgrims, maar de inwoners van Jeruzalem worden aangeklaagd voor dat wat er vijftig dagen geleden gebeurde: ze hebben de Christus van de Schriften aan het kruis genageld. Petrus legt hun het vuur na aan de schenen (2:36): ‘Laat dan heel het huis van Israël (ook de godvrezenden, de Joden die in Jeruzalem wonen) zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.’ U, Jeruzalem.

Geding

God heeft een geding met Jeruzalem. Er moet schuld beleden worden. Ze moeten erkennen wat tot hun vrede dient. ‘Wat moeten we doen, mannenbroeders?’ Ja, dat. Een aanklacht is het dus: dat kruis, die vloek, Jeruzalem, wat hebben jullie gedaan! En tegelijk horen we het Evangelie opengaan in het antwoord van Petrus: ‘Bekeert u. Voor u is de belofte en voor uw kinderen (...), zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal.’

De Heere is daar Jeruzalem aan het roepen. Hij roept die mannen die wel godvrezend waren (echt ontzag hadden voor de God van Israël), maar toch ook niet godvrezend waren. Die mannen die met hun kennis van de Schriften niet zagen dat God Zelf in een Lam ten brandoffer had voorzien. ‘Steek uw hand niet uit naar de jongen,’ zei God tegen de godvrezende Abraham. Izak mocht in leven blijven, Gods Zoon moest sterven. Naar Hem staken ze wel de hand uit. Ze grepen Hem. Ze bonden Hem. Ze geselden Hem. Ze kruisigden Hem. Ze? Ik was het.

Ik sloeg Hem al die wonden,
voor mij moest Hij daar staan.
Ik deed door al mijn zonden
Hem al die jammeren aan.

Maar de Heere liet het gebeuren. Zo is God aan het roepen. Laten we onze ogen open doen voor de grote werken van God, het grote werk van verlossing, Gods liefde tot in de dood.

Reikwijdte

Dit alles deed Hij ook voor Zijn volk, ook voor Jeruzalem. Calvijn zegt heel mooi: ‘Door alle eeuwen van ballingschap heen heeft God in deze stad, als onder een opgericht vaandel, een overblijvend zaad bijeen verzameld. Het gaat hier om Gods bewaring van een volk in verstrooiing, Zijn volk dat vernederd werd en bijna vernietigd.’ Daarom zijn ze er: omdat de Heere denkt aan Zijn verbond. Dit verbond krijgt daar op die dag in Jeruzalem een enorme reikwijdte: ‘de volken die er onder de hemel zijn’ mogen erin delen. Een ieder hoorde hen spreken in zijn eigen taal.

We zien hier Gods plan oplichten: door die volken heen is het God om Zijn aangeklaagde volk te doen, om hen – godvrezend als ze zijn – tot jaloersheid te verwekken (zoals Paulus schrijft in Romeinen 11:11). ‘Zo zal heel Israël zalig worden.’ Vrij vertaald: ‘Zo zal heel Israël God vrezen.’ Dat is dus meer doen dan Zijn wetten onderhouden. Dat is: geloven zoals de godvrezende Abraham. Dat is: de stad die fundamenten heeft, verwachten (Hebr.11:10).

In deze stad zullen Joden en heidenen verenigd zijn in één Messiaanse gemeenschap, dagelijks eensgezind in de tempel. De stad die één wordt met de hemel als het nieuwe Jeruzalem op de aarde neerdaalt. ‘En het zal worden één kudde en één Herder’ (Joh.10:16), vol van ontzag (godvrezend) voor het Lam.

Ds. E. van den Noort is predikant van de hervormde gemeente te Emst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Godvrezende mannen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's