De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedenken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedenken

6 minuten leestijd

In november 1940 ontstond het getto van Warschau. Het was het grootste in door Duitsland bezet Europa. Met een oppervlakte van 3,5 vierkante kilometer strekte het zich uit over een deel van de stad. Hier leefden meer dan 400.000 mensen, dertig procent van de Warschause bevolking. Getto’s werden door de Duitsers opgezet door heel Centraal- en Oost-Europa. Er werden er meer dan 200 ingericht op Poolse grond, waaronder in Kraków, Łódz en Białystok.

Deze informatie ontleen ik aan de website van het tijdschrift Historiek. Het helpt om wat hier volgt beter te begrijpen. Prof. Pieter A. Siebesma schrijft in Immanuël, het orgaan van de stichting Steun Messiasbelijdende Joden, over het getto van Warschau. Omdat voor het naziregime niet het geloof een Jood tot Jood maakte maar zijn ras, werden ook Joodse christenen naar de getto’s, concentratiekampen en naar de gaskamers gestuurd. De doop of het lidmaatschap van een kerk redde hen niet van de vernietiging.

Immanuël

De situatie in Warschau verschilde van die van de andere Poolse getto’s. De Joden vormden een derde deel van de bevolking van Warschau, maar er waren geen specifieke Joodse wijken. Daarom kozen de Duitsers een achterstandswijk uit en maakten die tot een getto. In dit stadsdeel waren drie rooms-katholieke kerken, en aan de rand, net binnen de muren was een protestants ziekenhuis en net daarbuiten een gereformeerd-evangelische kerk, [die] aan drie kanten omgeven [was] door de muren van het getto. Via deze kerken werd hulp geboden aan de bewoners van het getto; ze functioneerden als ontsnappingsplaatsen, doordat bijvoorbeeld mensen van de gettomuur op de binnenplaats van de gereformeerd-evangelische kerk sprongen. (...)

Hoe groot de groep christenen in het getto van Warschau was, is niet bekend. Algemeen gaat men uit van 5200 personen, maar er worden ook hogere cijfers genoemd. De meerderheid van hen was rooms-katholiek, maar [er waren] ook protestanten van verschillende kerken. Er was een groep lutherse Joden uit Berlijn met hun eigen predikant, ds. Ernst Flatow. Er waren grieks-orthodoxen en volgens een niet bevestigde bron zou er ook een oud-katholieke kerk hebben gefunctioneerd in het getto. We komen deze gedoopte Joden tegen op hoge posities. Ze maakten deel uit van de Joodse Raad. Kolonel Jozef Szerynski, het hoofd van de Joodse politie, en enkele van zijn adjudanten behoorden tot deze groep, alsook een groot aantal artsen, onder wie Ludwik Hirzfeld, een internationaal bekende microbioloog, belast met de bestrijding van tyfus en andere besmettelijke ziekten, dr. Kon, hoofd van de gezondheidsraad en dr. Jozef Stein, de directeur van het orthodox Joodse ziekenhuis. Onder hen waren zij die vanuit overtuiging christen geworden waren, anderen om een hoge positie in de Poolse maatschappij te bereiken.

Mary Berg, dochter van een Pools-Joodse vader en een Amerikaanse moeder, bracht een tijd in het getto door totdat ze werd uitgewisseld voor Duitsers in de Verenigde Staten. Ze vertelt in haar memoires dat ze in 1941 op school (ze was toen 17 jaar oud) een gesprek had met een andere leerling, Julia, dochter van een bekende Poolse schrijver. Julia klaagde dat pas toen ze gedwongen werd naar het getto te verhuizen, ze er achter kwam dat ze Joods was en dat ze dat helemaal niet wilde zijn, ze was immers christen. Mary merkte toen op dat er geen enkele reden was om je te schamen dat je Jood was, immers Jezus was ook Joods!

Prof. Siebesma vermeldt nog dat in het concentratiekamp Theresienstadt een tiende van de Joden die daar gevangen zat tot een christelijke denominatie behoorde. Daar werden ook kerkdiensten gehouden. De diensten werden bezocht door zo’n 150 à 200 mensen maar tijdens christelijke feestdagen waren er veel meer bezoekers. Naar de inschatting van prof. Siebesma is één à twee procent van het totaal van de zes miljoen, dus tussen de 60.000 en 120.000 Messiasbelijdende Joden, tijdens de Sjoa omgekomen.

Voor de meeste lezers – dat geldt ook voor mij – zal dit aspect van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog onbekend zijn. Het is goed om daar weet van te hebben. Uit het artikel wordt intussen wel duidelijk dat Jodenvervolging ook een vorm van christenvervolging was.

Diakonia

In Diakonia (uitgave van de Prot. Kerk in Nederland) las ik een bijzonder verhaal over diaconale hulpverlening van de protestantse gemeente Roermond. Ik geef het graag door.

Als kerkelijke gemeente hebben wij nauwe contacten met een groep Iraanse christenen in het AZC Baexem (in de buurt van Weert, AP), vertelt Gerben Huberts. Huberts is als ‘diaconaal taakdrager’ betrokken bij het AZC. (...)

Huberts: ‘Op een gegeven moment leerde ik Nasser kennen. Hij was in Iran tot geloof gekomen en naar Turkije gegaan om zich daar te laten dopen, want in Iran durft geen predikant dat te doen. Nasser kwam in Nederland terecht en na lang wachten kreeg hij te horen dat hij mocht blijven en zijn familie mocht laten overkomen. Hij kreeg een huis toegewezen in Heerlen en ik droeg hem over aan de Evangelische Gemeente Gods te Brunssum. Maar toen hoorde ik dat er iets ergs was gebeurd met hem. Bij navraag blijkt Nasser te zijn overleden. Hartstilstand,’ vertelt Huberts. (...)

Omdat de familie alleen een beetje geld had gekregen voor de inrichting van hun huis, konden ze de duizenden euro’s van een begrafenis nooit betalen. Huberts belde de gemeente Heerlen, die vertelde dat hij een gemeentebegrafenis zou krijgen waarbij niemand aanwezig mocht zijn en dat het graf anoniem zou blijven. Dat vond Huberts onverdraaglijk: ‘Zijn vrouw en kinderen zouden dan nooit weten waar hij ligt. Ze konden geen afscheid nemen, geen kerkdienst houden, ik vond dat heel erg. Het alternatief zou zijn dat de diaconie de hele begrafenis zou moeten betalen en dat geld hadden wij niet.’ In overleg met de gemeente kwamen ze tot de verdeling dat de gemeente de grafdelving en het vervoer zou betalen en dat de diaconie van Roermond het graf zou kopen. ‘Dat gebeurde allemaal op vrijdagmiddag, de volgende dag zou Nasser begraven worden,’ vertelt Huberts, ‘ik belde de voorzitter van de diaconie en zij vond ook dat we het graf moesten kopen. Dit moet gedaan worden,’ zeiden we tegen elkaar. ‘Het geld komt later wel.’ De volgende ochtend stonden we rond het graf met vijftig Iraniërs uit de AZC’s in Heerlen en Baexem en gemeenteleden uit beide kerken. Het werd een geïmproviseerde kerkdienst in de open lucht. Na afloop kwam Nassers vrouw naar mij toe. Ze kon haast geen woord uitbrengen. Ik word weer helemaal emotioneel als ik aan dat moment denk. ‘Dank je, dank je, dank je, dank je,’ herhaalde ze steeds weer. Maar ik wil niet bedankt worden. Ik wil God danken. Omdat ik zijn instrument mag zijn, omdat ik dit heb mogen doen. Omdat mijn medediakenen mij zo gesteund hebben. Ik zeg zo vaak tegen onze Iraanse kerkleden: ‘Ik ken Jezus al zestig jaar, maar ik Hem pas echt leren kennen door jullie.’ Nee, dit is geen ik-verhaal, maar een wij-verhaal.’

Uiteindelijk is ook het financiële verhaal tot een goed einde gekomen. Na een rondschrijven aan gemeenteleden, aan de classis en aan de evangelische gemeente in Heerlen stroomden de bedragen binnen. Van het geld dat overbleef, werd een grafsteen gekocht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gedenken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's