De onverwachte vraag
Het gebeurt me niet vaak dat ik zó rechtstreeks, zó kort na het ‘amen’ een reactie op een preek krijg, zoals onlangs, op de zondagmorgen, in een volle kerk in een provinciestad. Nog tijdens de slotzang kwam een man de trap van de preekstoel op. ‘Schrik niet, dominee,’ zei hij, ‘maar zou ik misschien even iets aan de gemeente mogen vragen?’ Veel tijd om na te denken kreeg ik niet.
Plek van angst
Het was de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren. Ik had net gepreekt over de leerlingen van Jezus, die terug moesten naar Jeruzalem om daar te wachten op de vervulling van de belofte. Dat is voor de discipelen geen eenvoudige opdracht, want Jeruzalem – dat is de plaats van haat tegen Jezus Christus. Het is een plek van angst, sinds Hij er niet meer is. Jeruzalem herinnert ook aan hun falend inzicht en gebrek aan geloof; daar is hun verwachting van een aards koninkrijk gestorven. Maar God blijft trouw aan Zijn woord, gesproken door de profeten. Vanuit Jeruzalem wil Hij Zijn heil geven en zullen de leerlingen getuigen zijn. In gehoorzaamheid aan Jezus’ opdracht gaan de discipelen naar de stad, waar ze eendrachtig en volhardend in gebed gaan.
De preek mondde uit in een oproep om ons samen voor God te verootmoedigen en eensgezind te bidden om de komst van het Koninkrijk, wetend dat God ‘bij machte is veel meer te doen dan wij vragen of denken’ (Ef.3:20).
‘Eigenlijk zou ik de gemeente willen oproepen tot gebed,’ fluisterde de man op de trap van de preekstoel. ‘Nooit verkeerd,’ dacht ik. ‘Wie kan daartegen zijn?’
‘Laten we de daad bij het woord voegen,’ zei de man, toen de gemeente was uitgezongen. ‘Ik nodig u uit om aanstaande dinsdagavond een uur bijeen te komen in het wijkgebouw, om te bidden voor mensen in onze omgeving die God nog niet kennen.’
Beweging
Die avond hield ik elders dezelfde preek. Na afloop hoorde ik dat de oproep goed aansloot bij een interkerkelijke tiendaagse van gebed in het dorp. Ik sprak mijn vader, emeritus predikant, die na een dienst waarin hij was voorgegaan ook reacties kreeg in de trant van ‘Kunnen we de dagen tussen hemelvaartsdag en Pinksteren voortaan niet reserveren voor gebed?’ Een collega-predikant, betrokken bij de IZB, vertelde over een soortgelijk initiatief in de stad waar hij werkt.
Ik moest denken aan Justin Welby, de aartsbisschop van Canterbury, die een wereldwijde beweging op gang heeft gebracht met zijn oproep aan kerken en individuele gelovigen om jaarlijks de tien dagen vóór Pinksteren gericht te bidden om de komst van het Koninkrijk (zie: www.thykingdomcome.global). Die oproep brengt ons terug naar de kraamkamer van de kerk, de concentratie op de Heilige Geest, aan het begin van het bijbelboek Handelingen.
Vervolg
In de loop van de week heb ik nog even contact opgenomen met de man die de preekstoel opklom. Daags na de gebedsbijeenkomst sprak ik hem. Er was een kleine groep op komen dagen, vertelde hij, het was natuurlijk kort dag geweest, maar het uur was omgevlógen. ‘We hebben mensen bij God gebracht.’ De man was vastbesloten om het initiatief een vervolg te geven, volgend jaar.
Is het geen goed idee om een gebedsbijeenkomst toe te voegen aan de planning voor het nieuwe seizoen?
Dr. J.A. van den Berg is directeur van de IZB.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's