De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vormen van rekkelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vormen van rekkelijkheid

7 minuten leestijd

Onder het kopje ‘Kerken pionieren er lustig op los, maar waarom eigenlijk?’ stond in het Nederlands Dagblad een interview te lezen met dr. Sake Stoppels, die sinds kort als lector verbonden is aan de Christelijke Hoogeschool Ede. Het werkwoord pionieren is in kerkelijke kring de laatste jaren een bekend woord geworden. Het stichten van pioniersplekken wordt wel gezien als het antwoord van de Protestantse Kerk op de secularisatie.

Pionieren lijkt uit te gaan van het principe dat als je maar dicht genoeg bij de mensen staat, je hen wel met het Evangelie kunt bereiken. Maar is dat ook zo? Moet er niet eerst nagedacht worden over de vraag waarom je wilt pionieren? Juist over die vraag is weinig nagedacht, zegt Stoppels. Dr. Stoppels gaat een onderzoek leiden dat de motieven van kerkpioniers boven water moet halen.

Nederlands Dagblad

Waarom wordt er weinig nagedacht over de waarom-vraag?

‘Voor een deel is dat pragmatisch: de tijd voor zo’n basale bezinning ontbreekt vaak. Dat geldt overigens niet alleen voor kerken. Ook bij organisaties gebeurt het dat mensen druk zijn zonder zich af te vragen waarom ze het eigenlijk doen. Wat is eigenlijk het goede nieuws van het evangelie? Tegelijk zie je dat mensen het een spannende vraag vinden. Want als je heel diep theologisch gaat doorvragen, zou je ook kunnen ontdekken dat er grote verschillen zijn tussen motieven van mensen.’

Maar wat het goede nieuws is van het evangelie, dat is toch de kerntaak van de kerk?

‘Dat zou je zeggen. Maar ik was de afgelopen dagen op een conferentie met kerkpioniers uit heel Europa en daar werd de vraag naar het waarom niet gesteld. In het boek Sporen van God in het dorp, van Jacobine Gelderloos, gaat het over de kerk die zich moet positioneren in een dorp. Maar ook in haar boek wordt de vraag niet gesteld naar waarom een kerk dat zou moeten doen.’

Is het antwoord niet eenvoudig: het is een zaak van leven of dood, zonder Christus ga je verloren?

‘Dat is het klassieke christelijke uitgangspunt, maar tegenwoordig staat dat behoorlijk onder druk. Ik zie dat de gedachte dat mensen zonder Jezus verloren gaan, heel snel terugloopt. En als dat geen drive meer is, waarom zou je mensen dan nog lastigvallen met het christelijk geloof? Is het ook zonder dat eeuwigheidsperspectief nog relevant?’

Moeten we het evangelie niet verspreiden omdat God dat van ons vraagt?

‘Dat kan ook een motief zijn: God zendt mij, dat drijft mij. Dat je gelooft dat God het beste voorheeft met mensen, dat je een kanaal van zijn liefde kan zijn. Als je beleid maakt op kerkplanting, moet je wel nadenken over het waarom. Want als je een programma ontwikkelt, maakt het nogal verschil of je het belangrijk vindt dat mensen Christus leren kennen of niet. Als je gelooft dat iedereen al gered is omdat God de wereld in Christus met zich verzoend heeft, heeft dat invloed op hoe je te werk gaat.’

Hoe gaat u het onderzoek aanpakken?

‘Samen met mijn collega’s gaan we verschillende deelonderzoeken doen. Een collega gaat bijvoorbeeld kijken naar heil in de top tien van best verkochte boeken rond zingeving op bol.com. Een van mijn collega’s gaat bij tien pioniersplekken kijken hoe zij Goede Vrijdag en Pasen vieren: welke boodschap klinkt er, hoe wordt het ingevuld? We gaan ook kijken naar jonge en moderne theologen als Reinier Sonneveld en Alain Verheij, die het evangelie voor een breder publiek toegankelijk maken.’

Stoppels drukt hier op een gevoelig punt rond het initiatief om pioniersplekken te stichten. Er was dus geen bezinning op de vraag waarom je zoiets wilt en doet. Uit de praktijkverhalen rond de pioniersplekken rijst het beeld op dat de aanpak niet divers genoeg kan zijn en dat ieder op zijn of haar eigen manier met het Evangelie aan de slag mag gaan. In dat opzicht sluiten de pioniersplekken naadloos aan bij onze plurale cultuur. Het onderzoek van Stoppels, zo begrijp ik, zal zich niet richten op principiële theologische vragen maar zal beschrijvend van aard zijn. Het helpt in ieder geval om de spirituele wereld van vandaag beter te leren kennen. De synode zou vervolgens nog eens goed moeten nadenken over het mandaat dat zij de pioniers meegeeft, want dat punt hangt nog steeds in de lucht.

Nederlands Dagblad (2)

Een heel ander punt stelt Reina Wiskerke aan de orde in haar column in het Nederlands Dagblad. Ze geeft commentaar op de ontwikkelingen in haar eigen kerk, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.

Mijn kerkelijke traditie heeft met stelligheid standpunten verdedigd die mijn kerkelijke traditie nu met stelligheid bestrijdt. Het is een kunst apart om zo’n omslag goed te doorstaan als gelovige.

Ik heb het over de vrijgemaakt-gereformeerde traditie. En ik noem maar even ‘de vrouw in het ambt’ maar het geldt voor tal van onderwerpen. De vrouw die ouderling of dominee wordt, dat kon eerst niet, en als je vond dat het wel kon, erkende je het gezag van Gods Woord niet. Nu kan het wel, en als je vindt dat het niet kan, belemmer je Gods bedoeling met vrouwen. Ik schets hier natuurlijk de grote lijnen. Niet iedereen en alles zijn erin gevat.

Mijn verwerkingsmechanisme is, zo heb ik gemerkt, de helikopterblik. Ik stijg als het ware omhoog, wanneer ergens iemand verkondigt dat de Bijbel per se ‘zus’ gelezen moet worden, terwijl op dezelfde plek vroeger altijd werd gezegd dat het per se ‘zo’ moest. Het is geen stijging in spirituele zin. Ik ga er mentaal boven hangen, zie het allemaal van een afstand aan, maak me ervan los. Heel erg ‘zen’ misschien. Maar mogelijk is het een vorm van: erop neerkijken, of wordt het dat snel – daar moet een mens voor oppassen.

Ik schrik er overigens niet van dat kenmerkende standpunten van mijn kerkelijke traditie worden omgebogen. Het sluimerde al decennialang. Ik voelde het bij mezelf, bij generatiegenoten. Maar afwijkende geluiden konden lange tijd een officieel taboe blijven, tot dus die omslag kwam. Opeens klonk hardop, langs officiële kerkelijke wegen, wat vroeger eigenlijk niet gezegd kon worden. En dan komt er méér los. Maar deze omslag moet toch iets doen met mensen, denk ik dan – omdat het iets doet met mij. (...)

Wat mij wel in orde lijkt, is deze wens: dat er niet al te grote woorden gebruikt worden als het roer omgaat in een kerkelijke traditie die altijd zo goed wist hoe het precies moest. Neem nog even de vrouw als ouderling of voorganger in de kerk. Dat we het nu wel goed vinden, waar het vroeger taboe was, hoe duid je dat? Dat het een goddelijke overwinning is op een groot onrecht dat vrouwen is aangedaan? Die teneur proef ik her en der. Maar dat is ook maar een frame om ernaar te kijken, met eigen, tijdbepaalde vooronderstellingen en morele graadmeters. Er komt bovendien een hardvochtig oordeel in mee over andersdenkenden in het verleden en in het heden. Dan denk ik: een verandering kan oké zijn, maar daarmee is het frame waarmee jij die verandering duidt nog niet heilig. Dat is ook een les die uit het verleden te trekken valt.

Commentaar is mijns inziens overbodig. Tot slot: de twee onderwerpen: pioniersplekken en de ontwikkelingen in de GKv brengen de kerkelijke cultuurverschillen aan het licht. De GKv schuiven op in de richting van de rekkelijkheid. Het lijkt dat de stelligheid van vroeger verdwenen is. Maar, zegt Wiskerke, pas op dat je niet in die stelligheid blijft hangen, ook als het roer omgaat. De hervormden van weleer en de vrijgemaakten komen in onze tijd dicht bij elkaar. Wat niemand had verwacht, gebeurt: ze vinden elkaar in de rekkelijkheid. Maar – hoe zou het ook anders kunnen – verschil moet er zijn. Bij de één mag je rekkelijk zijn, terwijl je dat bij de ander moet zijn.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vormen van rekkelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's