De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

Met rode oortjes las ik in het prachtige boek van Fred van Lieburg, Synodestad Dordrecht 1618-1619 (uitg. Prometheus, Amsterdam), over het verloop van het geding tijdens de Dordtse synode met de Remonstranten. Het slot:

Bogerman stond op om de conclusie te trekken. Hij begon te spreken en bouwde een betoog op waarin hij elementen verwerkte uit de bijdragen van de buitenlandse theologen die zojuist geleverd waren. (...) Hoe meer voorbeelden Bogerman aanhaalde, hoe minder hij zijn boosheid kon bedwingen. (...) ‘Met een leugen zijn jullie begonnen, met een leugen zijn jullie geëindigd.’ Er was maar één uitweg: ‘Exite!’ Eruit!

Terwijl Bogerman zijn slotwoorden eruit gooide, hief hij zijn handen open en plat in de richting van de remonstranten. Een Nederlandse afgevaardigde hoorde en zag met ‘schrik en ontzetting.’ De vijftien mannen hielden zich in eigen ogen juist ‘bovenmate koel’. Ze stonden op en verlieten vroom mopperend de zaal. Episcopius: ‘Wij zullen met onze zaligmaker Christus Jezus stilzwijgen en God zal oordelen wat voor bedriegerijen en leugens wij gebruikt hebben.’

Niëllius en Neranus: ‘Ik beroep mij op de rechterstoel van Christus, waar ook degenen die hier zitten als rechters geoordeeld zullen worden.’

Hollingerus of Sapma: ‘Ik ga uit de vergadering van boosdoeners.’ Anderen protesteerden tegen het onrecht dat hun werd aangedaan. Bogerman maande tot stilte. ‘Jullie hebben genoeg gesproken.’

Schotte, voorzitter van de politieke gecommitteerden, riep hen nog even terug om te zeggen dat niemand zonder hun toestemming uit de stad mocht vertrekken. Bogerman eindigde de zitting. Zaal en galerijen stroomden leeg, de Doelstraat vulde zich. Het was rond het middaguur. (...)

De volgende morgen, dinsdag 15 januari 1619, veroorloofde de Bremense afgevaardigde Ludwig Crocius zich een kritische terugblik. Hij vond dat de voorzitter bij de wegzending van de remonstranten wat te hevig was opgetreden en zich bittere woorden had laten ontvallen, die beter achterwege hadden kunnen blijven. Een vreedzame en ongepassioneerde handelswijze zou beter bij de eer van de synode hebben gepast. (...) De Amersfoortse ouderling Willem van Hardevelt vergoelijkte het harde optreden. ‘Als je het geduld van goede lieden al te veel misbruikt, kunnen zij zich op ’t laatst geheel vergeten.’

De Veerse raadsheer Jacob Campe benadrukte dat alles in het openbaar was gebeurd ‘tot verwondering over de lankmoedigheid en verdraagzaamheid, zelfs bij de remonstranten en de papisten’.

•••

Mijn oud-dorpsgenoot Frank van der Pol, emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis te Kampen (Broederweg), schreef een boek over Simon Oomius (1630-1706), leerling van Voetius en Hoornbeeck, onder de titel De vliegende bij op zoek naar honing (uitg. Brevier, Kampen).

• Over ‘het christelijk sterven’:

Wat moet het voor ons toch een vrolijke dag zijn, die ons heengeleiden zal naar al die lieve vrienden in de hemel; tot die van ons geslacht, vader, moeder, vrouw, kinderen, met wie we zullen leven in die andere, betere wereld (...) Is dat geen reden om ernaar te verlangen? Daar zullen we ons ook verheugen in de aanwezigheid van de heilige engelen (...) Daar zijn ook Abraham, Izak, Jacob en David. Maar (...) wat zouden de bruiloftsgasten zijn als ze daar Jezus, de Bruidegom, niet zouden zien? (...) Daar in het Nieuwe Jeruzalem concentreert zich alles op Jezus, de Bruidegom, het Lam. Wie Hem ziet, heeft alles gezien.

• En over ‘heidense dichters’:

De waarheid, wie die ook zegt, is altijd de waarheid; ook als deze gesproken is door een heidens dichter of een andere wereldse wijze (...) Spreuken van wijze heidenen zijn kostbare parels. Die moeten niet worden veracht, maar opgeraapt; ook die afkomstig zijn uit de filosofie en uit de boeken van oude klassieken. Voerde Paulus, de apostel van de heidenen, niet Aretus aan (Handelingen 17, 28), en spreuken van Epimenides en Callimachus (Titus 1,12) en van Menander en Euripides?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's