De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

Van de Friese kerkhistoricus Wiebe Bergsma (1955-2015) verscheen een bundel van zijn geschriften onder de titel Gelovigen, dominees en geleerden (uitg. Verloren, Hilversum). Een hoofdstuk is gewijd aan de Friese stadhouder Willem Lodewijk, zoon van Jan de Oude (1536-1606). Hij vraagt zich af of er bij diens (lutherse) doop ook zevenhonderd paarden waren gestald zoals acht jaar later tijdens de doop van Maurits. Want een paardenliefhebber wás hij:

In 1610 kwam het de Friese stadhouder Willem Lodewijk ter ore dat de Franse en Duitse edellieden klaagden over de ‘slappe springhengsten’ in Leeuwarden. De stadhouder stelde een memorie op waarin hij bepaalde dat geen vreemde paarden, maar alleen ‘recht welgewassene Vriessche hengsten, geurich van beenen ende reijn van spatten ende gallen, van goede hoeven ende goede oogen’ waren toegestaan. De hofmeester gaf in 1609 de opdracht om zelf de haver op de markt van de boeren te kopen, niet van de ‘voorkopers,’ want die wilden altijd winst genieten. In datzelfde jaar had de hofmeester Petrus Regemorter een bont paardje gezien van de edelman Juckema, van zulk een leest dat ‘wij ’t souden konnen gebruicken om over straten te rijden.’

Hij wilde het graag voor zijn heer kopen. Liefde voor paarden had Willem Lodewijk volgens zijn biograaf, vriend en gereformeerd geloofsgenoot, de Groningse hoogleraar Ubbo Emmius (1547-1625) van jongsaf meegekregen. Emmius brengt ons van de paarden naar de verdiensten van Willem Lodewijk.

Na het overlijden van de stadhouder schreef Emmius over Willem Lodewijk, dat hij na Willem van Oranje de tweede redder was van het vaderland en de verdediger van de godsdienst. Vervolgens typeerde Emmius de verhouding tussen Maurits en Willem Lodewijk: ‘Zijn neef Maurits, aan wie na diens vader zonder twijfel de eerste lof en dank verschuldigd is voor het verdrijven van de Spaanse tirannie en het verdedigen van vrijheid en godsdienst, heeft hij voortdurend zo terzijde gestaan, is hij met zijn adviezen en daden zo van dienst geweest, dat niemand die onze geschiedenis kent, zou kunnen loochenen dat de helft van de roem en de verdiensten hem toekomt.’

•••

In een lezenswaardig themanummer van Israël en de Kerk over ‘de betekenis van het land Israël in het Oude Testament en daarna’ geeft Frank J. van Oordt aandacht aan dr. Alfred Edersheim (1825-1889), een tot het christendom overgegane Jood. Over diens bekering als hij woont in (Boeda)pest:

In deze tijd komt Alfred in aanraking met Schotse zendelingen. Zij zijn naar Hongarije gekomen om te evangeliseren onder de Joden en kerkdiensten te leiden voor de Schotten die daar werken aan een brug over de Donau. Aan het hoofd staat John Duncan, een theoloog die zelf door César Malan tot geloof is gekomen. Er liggen dus directe lijnen met het Réveil. Duncan heeft een grote liefde voor Israël, kent naast het Hebreeuws nog meer semitische en oosterse talen en zoals Edersheim zelf schrijft ‘de zuiverheid en heiligheid van deze man trokken mij aan’. Het maakt dat hij geïnteresseerd is in hun opvattingen en daarnaar vraagt. Zo groeit er een vriendschap. Edersheim schrijft: ‘Ik had nog nooit een Nieuwe Testament gezien, voordat ik er één ontving uit de handen van deze dominees. Ik zal nooit mijn eerste indruk van de Bergrede vergeten, en ook niet de verrassing en daarna diepe gevoelens, die volgden op het verder lezen in het Nieuwe Testament. Dat wat ik zo gehaat had, was niet Christendom; dat wat ik niet kende en zo’n onbeschrijfelijke diepte opende, dat was het onderwijs van Jezus van Nazareth. Ik werd een christen en werd gedoopt door de dominee van de Gereformeerde kerk van Pesth.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 2019

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 2019

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's