De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zending en lijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending en lijden

7 minuten leestijd

Pastoraat is er in vele soorten en maten. De meeste vormen van pastoraat vallen buiten het gezichtsveld van gemeenten en gemeenteleden. Ik noem het pastoraat in allerlei zorginstellingen: ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ-instellingen, de instellingen voor gehandicaptenzorg, instellingen voor revalidatie. Daarnaast is er het pastoraat in de krijgsmacht, in gevangenissen. Ook het binnenvaartpastoraat, koopvaardijpastoraat en studentenpastoraat moeten genoemd worden. Met deze opsomming ben ik vast niet volledig.

Een vorm van pastoraat waaraan we niet zo snel denken, is het pastoraat aan zendelingen. Daarover schrijft ds. Willem-Henri den Hartog, regio-coördinator Zuidelijk Afrika voor de GZB, in Confessioneel.

Confessioneel

Zendelingen zijn een bijzonder soort mensen. Je zou kunnen zeggen dat iedere christen door Jezus gestuurd is (Mattheüs 28:19). Maar in deze bijdrage heb ik het over mensen die zich over grenzen inzetten voor het Koninkrijk van God. Wat komt op ze af en hoe kunnen ze het volhouden? Het is waar dat christenen burgers van twee werelden zijn, voor zendelingen is dit nog meer waar. Ze verlaten hun thuiscultuur (bijv. Nederland) en gaan wonen en werken in een nieuwe cultuur (bijv. in Costa Rica). Het verblijven in een andere cultuur is gedurende de eerste weken als een huwelijksreis: alles is mooi. Maar na een paar maanden is het nieuwe eraf. Het wonen, werken en christen-zijn in een andere cultuur begint ‘kracht te kosten’. De een zal het ‘verblijf in den vreemde’ wat gemakkelijker afgaan dan de ander. Maar hoe we het wenden of keren: zendeling zijn in een ander land heeft het risico van uitbranding in zich. Het is daarom van belang dat er goede zorg voor zendelingen is. (Geestelijke) Zorg voor zendelingen kan op verschillende manieren plaatsvinden.

Uit zijn artikel neem ik enkele voorbeelden van pastorale zorg aan zendelingen over. Die pastorale zorg moet de zendeling (of zendelinge) zoeken in de lokale geloofsgemeenschap, benadrukt Den Hartog. Een lokale geloofsgemeenschap heeft wat te bieden:

(...) hier leer je wat contextueel relevante thema’s zijn. Helaas komt het voor dat ‘westerlingen’ zich te goed voelen voor een plaatselijke kerk: men klapt er te hard, de leer van de ‘verzoening door voldoening’ wordt er niet zuiver gepreekt en wat al niet meer. Zonder dat je het beseft kan een houding van hoogmoed je ten deel vallen. De mensen die je wil dienen in het land voelen het haarfijn aan wat ermee bedoeld wordt als ‘de blanken’ niet in hun kerken willen komen.

Ds. Den Hartog pleit voor een zielzorger in dienst van zendingsgenootschappen. Bij deze pastorale zorg zal de zielzorger oog moeten hebben voor de levensloop van de zendeling.

Het is bijvoorbeeld goed dat hij of zij bewust is van de fasen waardoor de zendeling gaat, ook wel de levensloop van de zendeling genoemd. In de eerste plaats is er het normale leven in het thuisland. Dit verandert in de tweede plaats als de zendeling een roeping krijgt, vervolgens solliciteert bij een zendingsorganisatie en wacht tot hij wordt aangenomen (de bevestiging van de roeping) en cursussen krijgt ter voorbereiding van de uitzending. In de derde plaats is er het wachten op het daadwerkelijk vertrek. In de vierde plaats de genoemde ‘huwelijksreisfase’ met de daaropvolgende cultuurschok. Daarna volgt het werken op het zendingsveld. Die periode komt op ene gegeven moment tot een einde en de zendingswerker wacht tot hij weer ‘op het vliegtuig’ naar huis kan. De volgende fase (de re-integratie in de thuiscultuur) kan ook gepaard gaan met een ‘reversed culture shock’ (‘waarom zijn die Nederlanders allemaal zo onbeleefd in de supermarkt?’). Na verloop van tijd verdwijnt dit weer en treedt de laatste fase in: de zendeling is weer volledig deel van de thuiscultuur.

Zendeling zijn betekent switchen tussen culturen, tussen geloofsopvattingen en vormen van geloofsbeleving. Daarnaast hebben zendingswerkers meestal een gezin. De kinderen moeten zich ook aanpassen, in tweeërlei opzicht: aanpassen aan het land waar zij naartoe gaan, maar ook aanpassen als zij weer terugkeren naar Nederland. De Nederlandse samenleving kennen zij nauwelijks. Terugkeren naar Nederland en daar weer je plekje vinden is dan niet altijd eenvoudig. Al met al is het zendingswerk een complexe aangelegenheid.

Dat komt ook naar voren in een interview met zendingspredikant dr. Hans Kommers. Tweemaal werd hij samen met zijn vrouw uitgezonden naar Afrika: naar Kenia en Mozambique. Een gedeelte van een interview met het Reformatorisch Dagblad laat ik hier volgen.

Reformatorisch Dagblad

Te vaak heerst bij de achterban van zendelingen nog een te romantisch beeld van de zending zegt dr. Kommers. ‘Mensen willen graag succesverhalen horen. In nieuwsbrieven wil men lezen hoeveel mensen er in de kerk kwamen of tot geloof zijn gekomen. Terwijl de harde werkelijkheid, de weerbarstigheid van het zendingswerk, zich moeilijk laat vertellen. Het zou de achterban ook kunnen demotiveren.’ Lijden is echter onlosmakelijk verbonden aan zending, zegt de predikant. De zendingsgeschiedenis is daarin voor de kerk een confronterende spiegel. ‘Dat zie je al in het Nieuwe Testament. Als Saulus geroepen wordt, stuurt de Heere Ananias naar hem toe met de opdracht: ‘Ga, want Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam’ (Hand. 9:15, 16). De Heere zegt niet: Hoeveel hij doen zal voor Mij in deze wereld. Maarten Luther zei dat lijden een van de vaste kentekenen is van de kerk.’

We zijn in de Nederlandse kerk lijden om het Evangelie verleerd, aldus dr. Kommers. ‘Toen wij de eerste keer naar Afrika gingen, hadden wij onze kinderen bij ons. De tweede keer gingen wij alleen met onze jongste dochter; zij ging in Kenia naar school, terwijl wij een paar uur vliegen verderop in Mozambique zaten. Mensen zeiden weleens: ‘Jullie hebben heel wat offers gebracht.’ Maar wij praten nooit over offers. Hét offer is gebracht, de zending is onze opdracht.’

Voorbeelden doen volgen

Bij verschillende hoofdstukken in zijn nieuwe boek nam dr. Kommers een korte biografie op van een zendeling(e) . De Engelse Patrick die in de vijfde eeuw onder de Ieren werkte, de middeleeuwse Spanjaard Raymond Lullus die zijn aanhoudende pogingen om onder moslims te werken met de dood moest bekopen, of de jonge Emily Blatchley die pionierde in China – stuk voor stuk zijn het identificatiefiguren, zegt dr. Kommers. Hun verhalen kunnen een nieuwe generatie inspireren om het zendingswerk ter hand te nemen.

Ook voor het echtpaar Kommers waren het de voorbeelden van zendelingen in het verleden die trokken. ‘Van kinds af aan lazen en hoorden we die verhalen. We zijn er beiden mee groot geworden, daarom had de zending ons hart.’

Het delen van deze voorbeelden blijft nodig, stelt de predikant. ‘In de universitaire wereld zie ik weinig jonge mensen die zich geroepen weten om de zending in te gaan. Vaak gaat het dan ook om onwetendheid, het wordt hun niet meer geleerd. Vroeger had je in vrijwel alle theologische opleidingen een hoogleraar missiologie, nu is het vak veelal ondergebracht bij interculturele religies. Als de grote werken van God uit het verleden niet meer benoemd worden, raken ze ook vergeten.’

Springt er voor dr. Kommers iemand uit in alle voorbeelden? ‘Ze zijn allemaal verschillend en van allen leer ik. Ik denk bijvoorbeeld aan de Schotse zendeling David Livingstone. Toen wij in Afrika woonden, zaten wij regelmatig langs de Zambezirivier. Vaak moest ik eraan denken hoe Livingstone die rivier is overgestoken. Zijn reisgenoten vroegen hem: ‘Waar gaan we naartoe?’ ‘Overal heen’, antwoordde hij, ‘als het maar voorwaarts is.’ Die vastberadenheid tot het uiterste tekende hem. Ze hebben hem geknield voor zijn bed dood gevonden. Biddend is deze man gestorven.’

Voorwaarts. Dat is mooi gezegd. Niet als een militante oproep maar als een belijdenis van christenen die weten van Gods Koninkrijk waarheen zij op weg zijn, of beter gezegd: dat naar hen toekomt.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 2019

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Zending en lijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 2019

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's