Allereerst de Schepper
Dr. Ad Prosman: Breder dan de schepping kunnen we niet denken
Aan het begin van deze zomer verscheen bij uitgeverij Aspekt in Soesterberg een nieuwe studie van dr. Ad Prosman, hervormd emeritus predikant te Amersfoort:
Gedoofd licht. Christenen tussen schepping en secularisatie. Het boek van 240 pagina’s kost € 19,90.
Ds. Prosman stelt in deze uitgave, die tegelijk veel filosofische hoofdstukken bevat, de fundamentele vraag aan de orde hoe de schepping zich verhoudt tot de zin van ons leven. ‘Wat houdt ons in het dagelijks leven overeind?’ Later volgt in De Waarheidsvriend een bespreking van deze studie. Op deze pagina’s een passage uit het Woord vooraf, om het belang van aandacht voor de schepping te onderstrepen.
Gedoofd licht
Christenen tussen schepping en secularisatie
Nu we te maken hebben met een stevige kerkverlating, is het logisch dat de kerk zich de vraag stelt in hoeverre zij gehoor geeft aan haar missionaire opdracht. De focus van de kerk is – althans in theorie – op de wereld gericht. Op die missionaire focus spreekt zij ook haar leden aan. Dat heet missionaire bewustwording. Voor de christen levert dat een confrontatie met zichzelf op. Wat betekent het geloof voor mij? Hoe zeker ben ik zelf van het geloof waartoe ik anderen wil oproepen? Er is meer aan de hand dan de vraag: welke kerk past bij mij? Het geloof zelf is in het geding. De gedachte is: wat is voor mij de kern van het geloof? Wat is voor mij waardevol en wat ballast? Wat is voor mij betrouwbaar en wat beschouw ik als achterhaalde retoriek? Wat zijn vaste punten waaraan ik mij kan vasthouden en die de bakens zijn op mijn weg door het leven? Dat is de brede oriëntatie van hedendaagse christenen.
Oriëntatie
Als je je oriënteert, heb je oriëntatiepunten nodig. Voor de christen is God het oriëntatiepunt. Maar wie is God? Het meest fundamentele wat we van God kunnen zeggen, is dat Hij de Schepper is. God is veel meer, maar allereerst is Hij de Schepper. Met het woord schepping wordt ons leven geplaatst in het meest brede verband dat maar mogelijk is. Breder dan de schepping kunnen we niet denken, want de schepping omvat alles wat we kunnen zien, horen, voorstellen en bedenken.
Omdat de schepping zo alomvattend is, overrompelt ons de werkelijkheid van de schepping. Het woord schepping is een bedwelmend woord, omdat het voor ons te groot is. Wie aan het heelal denkt, heeft het gevoel dat elk houvast hem ontvalt. Tegelijk geeft het mateloze en het oneindige de mens niet alleen een gevoel van nietigheid maar ook van grootheid. Ik, nietig mens, maak letterlijk deel uit van iets groots, iets dat ik helemaal niet kan bevatten. Wie aan de schepping denkt, wordt uit zijn eigen kleine wereld gehaald en geconfronteerd met een werkelijkheid die hem aan alle kanten overstijgt. Maar we komen er nauwelijks aan toe om dit aspect van de schepping tot z’n recht te laten komen. We zitten ingekapseld in onze eigen maakbare, technische en bureaucratische wereld. Het kan goed en verfrissend zijn uit onze eigen wereld gehaald te worden en open te staan voor die andere wereld: de wereld van Gods schepping.
De ondergewaardeerde schepping
Het is jammer dat in onze tijd de schepping op allerlei manieren geproblematiseerd wordt. De schepping bezorgt ons hoofdbrekens. Het milieu, het klimaat, de biodiversiteit, de evolutie: alles is een probleem. De schepping wordt ook gezien als oorzaak van allerlei vormen van lijden: aardbevingen, tsunami’s, orkanen en – om iets heel anders te noemen, wat toch vaak in een adem hiermee genoemd wordt – overbevolking. Valt er nog iets goeds te zeggen over de schepping?
Theologen hebben zo hun eigen problemen met de schepping. Door de zonde is de schepping aan ons oog onttrokken. Dat is al ernstig genoeg. Het gaat verder. Niet alleen door de zonde maar ook door de genade wordt de schepping aan ons zicht onttrokken. Achter dat dubbele scherm bevindt zich iets wat wij schepping noemen. Wat het precies is weet niemand. Dat is overdreven uitgedrukt. Maar alleen als de kwestie in deze zwart-wit termen wordt aangeduid, kan ik duidelijk maken wat er eigenlijk aan de hand is.
De schepping is slechts natuur en dan bedoelen we de gevallen schepping. Met andere woorden: de zonde heeft de schepping onherkenbaar verminkt. Dus moet de genade erbij komen. Hoe je het accent ook legt, ingekapseld door de zonde of door de genade: de schepping is aan ons zicht onttrokken. Vandaar dat alles gericht is op het einde. Deze oude schepping zal gelukkig verdwijnen. Dan zullen wij de nieuwe schepping zien. Persoonlijk krijg ik steeds meer moeite met deze benadering. Ik heb het vermoeden dat ons iets wezenlijks wordt ontnomen. Omdat de schepping ingekapseld wordt door de zonde of door de genade, is een spontane verwondering over de schepping niet meer mogelijk. Je gaat als vanzelf met argwaan naar de schepping kijken. Maar kan het de roeping van een christen zijn om de schepping met argwaan te benaderen? Is het niet een heel troostende gedachte dat God zich nog steeds, zonder omwegen, in de schepping bekendmaakt?
In een tijd waarin het besef groeit dat we voorzichtig moeten omspringen met de schepping (we leven ervan, het is ons kapitaal, we hebben er belang bij!), zou ook het besef moeten groeien dat de schepping nog heel iets anders is, namelijk de manifestatie van onze God die ons in de schepping zijn glorie laat zien en die door middel van zijn schepping ons leven zinvol maakt.
Voor alle duidelijkheid: ik heb niet de bedoeling om de schepping te gebruiken om het bestaan van God te bewijzen. Apologetische theologen (en filosofen) wijden hieraan hun intellectuele krachten. Zij willen laten zien dat het voor een mens niet dom is om in het bestaan van God te geloven. Deze aanpak zal ongetwijfeld zijn nut hebben. Zelf heb ik iets anders op het oog.
Als de Bijbel over de schepping spreekt, dan gaat het niet om een redenering over God maar om een directe confrontatie met God. Dit punt zijn we mijns inziens kwijtgeraakt en dat heeft verstrekkende gevolgen.
Tegelijk is het waar dat de kerk dit besef nooit helemaal is kwijtgeraakt. Zij heeft dit besef als het ware in haar hart meegedragen. Daarom zijn de eeuwenoude belijdenisgeschriften van de kerk zo belangrijk. Theologen kunnen rare sprongen maken maar in de eeuwenoude belijdenissen blijft het geloof bewaard. De belijdenissen van de kerk zijn de schatkamer van de kerk waar bijeengebracht is wat zij in de loop van de eeuwen ontvangen heeft aan geloofsinzichten. Daarvan is artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis een voorbeeld. De betekenis van dit artikel is steeds weer gerelativeerd of het ontbrak aan het vermogen om de actualiteit van dit artikel duidelijk voor het voetlicht te brengen.Met de actualiteit bedoel ik dat we juist in een tijd van secularisatie de schepping hard nodig hebben. De schepping is onze basis. Dat was duizenden jaren geleden zo, dat is vandaag niet anders. De schepping is geen duister werk (dat maakte de gnostiek ervan). De schepping is het transparante werk van God, waarin Hij zich aan ons bekendmaakt.
De schepping spreekt haar eigen taal. Waar die niet meer gehoord wordt, is de schepping een zwijgende schepping en houdt de schepping op een teken van God te zijn in deze wereld. Dat veroorzaakt een gevoel van zinloosheid. We zijn vergeten wat Paulus op de Areopagus zei: ‘In Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij’ (Hand. 17:28).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's