Volhouden
Als u tenminste in het geloof blijft.
De Egyptische monnik Pachomius (292-346) merkte het al: discipelschap zonder discipline leidt nergens toe. Wie een volgeling van Jezus wil zijn, zal zich moeten inspannen. Het vraagt voortdurend toewijding en gehoorzaamheid.
Kolossenzen 1:23
Ds. J. van Rumpt is predikant van de hervormde gemeente te Barneveld.
Het geloof is een gave van God, maar ‘geloven’ is een werkwoord, luidt een bekende uitspraak. Er blijft altijd een spanningsveld als het gaat om de gave en de opgave van het geloof. Paulus, de schrijver van de brief aan de Kolossenzen, gebruikt in zijn brieven verschillende begrippen die wijzen op een behoorlijke inspanning van de mens wanneer het gaat over geloven. Hij spreekt over ‘een wedloop lopen’ en ‘strijden om in te gaan.’ Tegelijk wijst hij erop dat het de Heere is, Die door Zijn Geest dat geloof in ons werkt. In de brief aan de Filippenzen schrijft Paulus de bekende tekst: ‘Want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.’
Inspanning
In de brief aan de Kolossenzen lijkt Paulus de nadruk te leggen op de inspanning van de mens. Dat heeft te maken met de ontwikkelingen in die gemeente. Men dreigde terug te vallen in het oude leventje.
Omstreeks het jaar 60 na Christus – tien jaar voor de verwoesting van Jeruzalem – schrijft Paulus vanuit zijn gevangeniscel in Rome zijn brief aan de Kolossenzen. Er was daar een christelijke gemeente ontstaan door het getuigenis van ene Epafras. Deze man uit Kolosse had Paulus ontmoet tijdens een van zijn zendingsreizen en hij was tot geloof gekomen in de Heere Jezus Christus.
Wanneer hij terugkomt in Kolosse, gaat hij het Evangelie doorgeven en zo ontstaat daar een christelijke gemeente. Al snel blijkt dat verkeerde invloeden de gemeente binnendringen. Het geloof van de christenen in Kolosse dreigt daardoor te veranderen in een systeem van godsdienstige waarheden en tradities. Het gevolg hiervan is dat ook de onderlinge verhoudingen in de gemeente flink verstoord raken.
Brandbrief
Eprafas houdt Paulus op de hoogte van deze dingen en Paulus schrijft de gemeente vervolgens een ‘brandbrief.’ Hij wijst de gemeente op het feit dat ze eerst vijandig gezind was, ‘zoals bleek uit uw slechte daden’ (1:21). Wat die slechte daden waren, is niet bekend, maar Paulus waarschuwt met klem om niet terug te vallen in een vorig leven zonder Christus.
Dat is een bekend thema voor Paulus. De boodschap in veel van zijn brieven is: ‘U bent verzoend met Christus. Blijf dan in dat geloof. Laat je er niet van afbrengen.’
Met andere woorden: God verzoent Zich in Christus met mensen, maar de mens moet wel in dat geloof blijven. Dat stelt ons voor vragen, zoals: Is er sprake van een levend geloof dat zich voortdurend wil laten voeden door het Woord? Hoe is het met de keuzes die we maken? Hoe gaan we om met invloeden van buitenaf die ons geestelijke leven bedreigen?
Vanuit de brief aan de Kolossenzen wordt duidelijk dat ‘geloven’ en ‘geloven’ twee is. Het tot geloof komen in de Heere Jezus Christus en blijven in dat geloof zijn twee verschillende zaken.
Geestelijke lauwheid
Het gevaar van het verliezen van het geloof door geestelijke lauwheid en oppervlakkigheid is in onze tijd een groot probleem. Mensen verliezen hun geloof en verlaten de kerk.
Zoiets gebeurt niet ineens. De geest van secularisatie heeft de mens dan al helemaal in zijn greep, waardoor men losgeweekt is van Christus. Er is al te veel en te vaak water bij de wijn gedaan, waardoor het geloof geurloos en smakeloos is geworden. Dan is er verzuimd om de geestelijke wapenrusting aan te trekken en heeft de satan de zwakke plekken weten te vinden.
Wanneer de mens zich hoe langer hoe meer thuis gaat voelen in deze wereld en men de vreemdelingschap kwijtraakt, verliest men tevens het zicht op de geestelijke strijd die er woedt om de ziel. Jezus’ woorden gericht aan Petrus zeggen voldoende over die strijd: ‘Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt.’
Dat de woorden uit Psalm 119 ons blijvend gebed mogen zijn:
Maak in Uw woord mijn gang en treden vast, opdat ik mij niet van Uw paân moog’ keren. (Ps.119:67 ber.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's