De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boek besprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boek besprekingen

6 minuten leestijd

Bert Hoedemaker

Ik bid dus ik ben. Pleidooi voor de christelijke traditie.

Uitg. Skandalon, Middelburg; 224 blz.; € 22,50.

Traditie is in de westerse cultuur een impopulair begrip geworden. Grote verhalen en zingevende verbanden zijn verdwenen. In zijn laatste boek bepleit Bert Hoedemaker (1935), theoloog en emeritus hoogleraar van de Rijksuniversiteit Groningen en de PThU, eerherstel voor de christelijke traditie. Daarmee wil hij niet zeggen dat de traditionele omgang met traditie hersteld dient te worden.

Hoedemaker gaat uit van een vormende gemeenschap die in staat is om zelfbewust te schiften en herinterpreteren. Hij wil het christelijk geloof op deze manier in beeld brengen als een levende traditie, die in staat is met de postmoderne problematiek van het traditieverlies om te gaan.

De auteur stelt dat er in het geloof drie dingen aan de orde zijn, namelijk (religieuze) verbeelding, traditie en gebed. Verbeelding voorziet de mensheid van verhalen en symbolen die zingeven.

Traditie zorgt voor een verbinding tussen afkomst en toekomst. Het gebed is de geboortegrond van geloof. Met de aandacht voor het gebed wordt de lezer duidelijk gemaakt dat redelijk denken niet de enige toegang van de mens tot de werkelijkheid is.

Hoedemaker blikt in zijn schrijven terug op de tijd dat hij als theoloog en zendingspredikant werkzaam mocht zijn. Hij constateert dat de noodzaak om de relevantie van het christelijk geloof onder woorden te brengen alleen maar is toegenomen. Regelmatig staan theologen en gelovigen in deze wereld met een mond vol tanden. Het boek kan in dit verband gelezen worden als een apologie. Zeker ook bedoeld voor hen die zich niet (meer) verwant voelen met de christelijke traditie, voor postchristelijke zoekers en hoogopgeleide verachters van de religie. Het lezen vraagt wel om een behoorlijke theologische bagage en is niet voor ieder geïnteresseerd gemeentelid weggelegd.

Tijdens het lezen werd ik regelmatig aangesproken door de vrome en erudiete wijze waarop er in het boek theologie wordt bedreven. Herkenbaar is Hoedemakers typering van het gebed als het meest intieme en persoonlijke van alle geloofspraktijken. Hij spreekt over ‘een gebed zonder eind’. Dit bidden is volgens hem een volgehouden relatie waarin kan worden nagedacht over ik, God en de wereld. Theologie en vroomheid gaan in het boek samen op. Juist in de weg van het gebed wordt er nagedacht. Volgens Hoedemaker kan het spreken over God niet gedijen buiten de habitat van het gebed. Hij staat hiermee in de traditie van middeleeuwse theologen voor wie gebed en wetenschappelijk denken vanzelfsprekend aan elkaar waren verbonden.

Door het gebruik van traditionele begrippen, waarbij ook het begrippenpaar schuld en verzoening een rol spelen, lijkt Hoedemaker dichtbij een orthodox belijden van het geloof te staan. Hoewel in gesprek met, en in een aantal opzichten schatplichtig aan de orthodoxie, is zijn pleidooi echter een exponent van een liberaal christendom. Er is voor hem geen leergezag buiten of boven het proces van traditie. De gedachte dat de openbaring van God absoluut en eigensoortig is, vindt in het boek geen ondersteuning. Bij het lezen valt dan ook op dat de schrijver wel spreekt over traditie, maar de Bijbel niet aan het woord laat als gezaghebbende bron. Hoedemaker biedt een theologie van beneden door de gelovende mens in het middelpunt te plaatsen. Hij reikt een geloofsleer aan waarin de schriften van Oude en Nieuwe Testament geen richtingbepalend kompas zijn voor de hedendaagse gelovigen. De hoop die het boek wil bieden, geldt niet voor het hiernamaals. Het toekomstperspectief van een nieuwe hemel en aarde verdampt in generaties die elkaar telkens opvolgen.

Van harte sluit ik aan bij Hoedemakers pleidooi om de christelijke traditie niet overboord te zetten. Wanneer ik luister naar wat de traditie leert over het volgehouden gebed, ligt er wat mij betreft echter meer houvast en perspectief in het gebedsonderwijs van de Heidelbergse Catechismus dan in de hedendaagse liberale theologie.

Daarom noem ik tot slot vraag en antwoord 125 van de catechismus als gebedsonderwijs voor liberale en orthodoxe christenen. Dit leerboek uit de traditie wijst op God met de woorden ‘dat wij daarom ons vertrouwen van alle schepselen afwenden en op U alleen stellen’.

P. Veerman, Katwijk aan Zee


Bart Wallet

Ontkomen. Het vluchtverhaal van Albert en Ella Andriesse-van den Bergh 1940-1941.

Uitg. Mozaïek, Utrecht; 144 blz.; € 17,99.

In elke fase van de naoorlogse geschiedenis krijgt een bepaalde groep mensen aandacht, door de historicus dr. Bart Wallet wel de ‘hiërarchie van het lijden’ genoemd. Niet voor ieders belevenissen en herinneringen was er na 1945 direct ruimte. Overlevenden van de concentratiekampen waren eerst aan de beurt, terwijl degenen die ondergedoken waren of naar het buitenland gevlucht, de idee (aangepraat) kregen dat ze niet écht de oorlog hadden meegemaakt. Aan het einde van de jaren zeventig kwam er oog voor ervaringen van onderduikers. En nu, bijna 75 jaar na de oorlog, komen de verhalen aan het licht van degenen die gevlucht zijn.

Tot die groep behoorde het gezin van Albert en Ella Andriesse, afkomstig uit de kleine kring van de Rotterdam-Joodse hogere middenklasse. Totdat de leider van de SS Heinrich Himmler deze vluchtweg in oktober 1941 afsloot, was aan rijke Joden verlof gegeven om te emigreren, in totaal aan 262 van hen. In 1943 en 1944 zijn hooguit nog enkele tientallen Joden legaal vertrokken, met steun van de Duitsers. Om welke reden? Wel, de nazi’s wilden zo komen tot ‘ontjoodsing’ van bankensector en bedrijfsleven en wilden de Duitse kas spekken. Door rijke Joden te laten vluchten, kon men de Joodse gemeenschap als geheel verzwakken. Tot slot moest deze actie camoufleren dat er zich vanaf 1941 een volkerenmoord voltrok.

Door twee SS’ers worden Albert en Ella bij de Spaanse grens afgezet, waarna ze per schip van Lissabon naar New York reizen. Dit boek bevat na de inleiding van Wallet het reisverslag van Albert en Ella, zakelijk resp. emotioneel van toon. Het zijn originele en unieke documenten. Daarna geeft Wallet veertig pagina’s met boeiende en relevante achtergrond en dertig pagina’s met toelichtende voetnoten.

Ontkomen biedt de geïnteresseerde lezer veel (aangrijpende) informatie, zoals het feit dat Joodse families in mei 1940 uit vrees voor Duitse excessen ‘emmers vol van de beste wijnen’ weggespoeld hebben, dat in het Noorder Amstelkanaal veel anti-Hitler literatuur gegooid is dat uit de huizen verwijderd werd, dat alleen al in Amsterdam in die maand 120 tot 130 Joden zelfmoord pleegden.

De verwerking van de Tweede Wereldoorlog is in de Nederlandse samenleving nog altijd gaande. Het lezen van dit vluchtverhaal kan daaraan verder bijdragen.

P.J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boek besprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's