‘Inhoudelijk, veelkleurig’
Driestar Educatief vormt al 75 jaar pabostudenten
1944: de jonge schoolmeester Piet Kuijt start, op zoek naar een reformatorisch vormingsideaal, in Krabbendijke een onderwijzersopleiding. De watersnoodramp van 1953 maakt dat de kweekschool een enkel jaar later naar Gouda verhuist. Driekwart eeuw na de oprichting viert Driestar Educatief (inmiddels niet alleen pabo, maar ook lerarenopleiding en onderwijsadviesdienst) een jubileum. Honderden studenten zijn in 75 jaar op de Driestar gevormd, studenten die daarna van harte het christelijk onderwijs gediend hebben of op andere plekken in kerk en samenleving terechtkwamen. Het is een reden om – dankbaar voor de zegeningen van de Heere – deze christelijke instelling op reformatorische grondslag met dit jubileum van harte te feliciteren. Op deze pagina’s geven vier hervormde oud-studenten van de Driestar antwoord op deze vraag: ‘Wat heb ik in de jaren op de Driestar vooral ontvangen waaraan ik in mijn huidige taak veel heb?’ Voor een wens, een aandachtspunt, een verbeterpunt was eveneens ruimte.
Hard werken, en toch genade
‘Aan de Driestartijd heb ik veel te danken. Ik stapte wekelijks meerdere keren vanuit Papendrecht op de fiets richting station Dordrecht, en vandaar met de trein naar Gouda. Soms werden die weken onderbroken door stageperiodes op basisscholen in de buurt.
Eenmaal per jaar was er een werkweek. Die diversiteit blijft me tot op de dag van vandaag bij. De verschillende ontmoetingen en verantwoordelijkheden leverde mooie momenten op. Ik denk aan het contact met medestudenten uit alle hoeken van kerkelijk Nederland, ik kom hen nu zondags soms tegen. Ik denk aan bevlogen docenten die een persoonlijke band wisten op te bouwen. En ik denk aan sommige meesters en juffen op stagescholen die leunden op jarenlange ervaring. Zij voegden een stukje realiteit toe aan het opleidingscurriculum.
Een van hen vroeg eens: ‘Waarom wil je voor de klas?’ Dat er diep van binnen een roeping klonk tot het predikantschap hield ik nog stil, en ik antwoorde wat algemeens. ‘Kinderen zijn leuk en aardig, enz.’
De ervaren leerkracht knikte. Begripvol, maar ik proefde ook iets kritisch. Ik leerde die stage een les. Het doopformulier blijkt behoorlijk reëel als het gaat om onze aanleg. Ook kinderen en leerkrachten op christelijke scholen bezitten de neiging tot alle kwaad. En ik leerde meer. Het is mogelijk als leerkracht met die kinderen iets moois te doen. Om met hen te lezen en schrijven. Om een goede sfeer te scheppen. Om het hart te raken. Maar het is hard werken en het is genade. Ik heb het ervaren, en ik heb gezien dat het gebeurt: dat het hart van kinderen geraakt werd. Dat het stil werd in de klas. Dat de hemel openging. ‘Het gouden moment’, noemt prof. W. ter Horst dat.
Wat neem ik als dominee mee van de jaren op de pabo en de jaren dat ik naast mijn studie lesgaf? Ik kan zeggen dat het goed was voor het geven van catechisatie, de omgang met kinderen in de gemeente, iets kunnen uitleggen in een preek. Maar liever noem ik dit: het gouden moment. Dat dat gebeurt. In een klaslokaal, een catechisatielokaal of in de kerkzaal. Hard werken is dat, en toch genade.’
Als door het oog van de Schepper
‘Als kind uit een gezin van negen waardeer ik hoe mijn ouders oog hadden voor de veelkleurigheid voor hun kinderen. De taken in het gezin waren helder, maar werden op maat aan eenieder toebedeeld. Die een mocht snel en handig de vaat wegwerken, de ander in alle rust de strijk doen, de prater zat in de rookstoel aardappels te schillen en sprak met de onverwachtse bezoeker.
Ook in de begeleiding van beroepskeuze hielden mijn ouders rekening met veelkleurigheid. Alle negen kinderen oefenen inmiddels een verschillend beroep uit. De veelkleurigheid kwam ons huis ook binnen via het bestuurswerk van mijn vader, die logees meebracht uit Oost-Europa, Afrika of Azië.
Op het moment dat ik Hogeschool Driestar bezocht, had ik de nodige (werk)ervaring opgedaan. Ik had verschillende bijbaantjes gehad bij een bakker, groenteboer en schoonmaakbedrijf en werkte een jaar in de gehandicaptenzorg. Het stramien van lesroosters was na een werkleven even wennen.
Ik genoot van de pedagogieklessen van drs. H.D. Keus-Jonker. Ze wees ons als christelijke aanstaande leerkrachten op de veelkleurigheid van het kind. ‘Kijk als door het oog van de Schepper open en zonder oordeel naar de ander.’ De praktijk van mijn ouders werd hier theoretisch onderbouwd.
Samen met mijn vriendin studeerde ik af in India.
Een onvergetelijke ervaring die, zonder dat ik het wist, levensbepalend voor me werd. De veelkleurigheid van het christelijk geloof ervoer ik nu zelf in Azië. Soms zie je achteraf hoe God je weg leidt.
Driestar educatief kom ik wekelijks tegen als belangrijke samenwerkingspartner van Woord en Daad. Graag wil ik Driestar educatief van harte feliciteren. Ook voor de toekomst blijft de les van mevrouw Keus uitdagend: als door het oog van de Schepper naar de veelkleurigheid van jongeren kijken. Wereldwijd!’
Lofuitingen, vragen en klachten
‘‘Zijn er nog lofuitingen, vragen of klachten?’ Deze vraag van drs. I.A. Kole tijdens de weekopeningen ben ik nooit meer vergeten. Zo’n weekopening had beduidend meer inhoud dan ik gewend was.
Afkomstig van een protestants-christelijke school maakte ik op de Driestar kennis met de reformatorische wereld. Een nieuwe wereld voor mij. Op het voortgezet onderwijs had ik te maken met jongeren die meer niet dan wel kerkelijk betrokken waren. Dat was op de Driestar anders.
Ik denk met grote waardering terug aan de lessen godsdienst van dhr. Kole, Segers en Cammeraat. Er is veel behandeld. De belijdenisgeschriften werden niet alleen genoemd maar ook bestudeerd. Wat hebben wij gediscussieerd tijdens deze lessen, over alle mogelijke onderwerpen. We werden het niet altijd eens. Toch vormde het je. Die vorming was er ook in de eigen kerkelijk gemeente. Achteraf is het moeilijk te zeggen wat van de Driestar was en wat van elders kwam.
Maar Ik kreeg veel bagage mee.
Die kon ik gebruiken bij het werk voor de klas. Tijdens de bijbellessen, maar ook in het omgaan met kinderen en ouders die uit de breedte van de gereformeerde gezindte komen. Waardering was er ook voor het vak cuma (culturele en maatschappelijke vorming) en het Algemeen Cultureel Programma in het vierde jaar. Dat waren stevige, inhoudelijke lessen, heerlijk!
Na deze lofuiting wil ik twee vragen stellen. Juist dat vormende aspect gun ik iedereen, ook jongeren die nu voor een academische pabo elders kiezen. Kan de Driestar zich niet richten op de academische variant in plaats van een driejarige VWO-route? Mijn tweede vraag is: kunnen jullie studenten meer toerusten voor Passend Onderwijs, zowel inhoudelijk als organisatorisch? Kennis van leerlingenzorg bij studenten is niet altijd even groot.
En een klacht... Ik heb wel eens gemopperd op de organisatie. Maar ach, inmiddels heb ik ontdekt dat die elders ook weleens hapert.
Driestar, bedankt!’
Veel ernst, veel plezier, veel geleerd
‘Wat De Driestar voor mij betekende? Wellicht wat moeilijk te zeggen, na bijna vijftig jaar. Die halve eeuw kleurt de herinnering, maar wat De Driestar betreft bleef die eigenlijk altijd positief. De Kweekschool gaf een prachtige algemene vorming: geschiedenis, talen, godsdienst natuurlijk; leren lesgeven en een verhaal of artikel opbouwen. Ook muziek, tekenen en handvaardigheid. Hier zong ik voor het eerst in een koor, speelde zelf een instrumentje en kon zelfs noten ‘treffen’, tekende en maakte wat met mijn handen. Zo kan ik doorgaan: je werd er een soort ‘uomo universale’. Niet eenzijdig alleen maar intellectueel gevormd.
Schoolkrant Mozaïek werd voor enkele jaren een domein waar ik mocht oefenen in schrijven en boeken recenseren. Allicht is hier een basis gelegd voor wat ik vandaag met het grootste plezier nog doe.
Achteraf was De Driestar natuurlijk een ernstige school, met serieuze principes. Men wist het en leefde er veelal ook naar. De Driestar stond (en staat) voor ‘reformatorisch’. Dat begrip werd in de jaren zestig en zeventig ingevoerd om zich te onderscheiden van gewoon ‘christelijk’ en ‘gereformeerd’. Erg jammer dat ‘reformatorisch’ in latere sociologische analyses ernstig werd versmald. Niet allereerst een zuurdesem voor kerk, gezin en maatschappij, maar vooral een reeks uiterlijke kenmerken en inmiddels veelal versteend tot een zuil.
Op De Driestar van toen stond ‘reformatorisch’ voor een beweging die de oorspronkelijke reformatoren hoog in het vaandel had. Dat probeerden we ook met het onderwijsblad De Reformatorische School, waarvan ik een van de oprichters werd. Maar hun archieven zullen aangeven dat – in de ‘achterban’ – reformatorisch in klassieke zin dikwijls een brug te ver was.
Dankbaar denkend aan De Driestar zie ik vooral die vitale stromen, in een bezield verband. We maakten kennis met dichters als Nijhoff, Achterberg en Marsman (over de laatste schreef ik een nog altijd bewaarde scriptie). Uitstekende docenten leidden in tot (voor pedagogen) belangrijke denkers als Augustinus, Luther, Calvijn, maar ook Huizinga, Luijpen, Buytendijk. De Kweekschool van toen was voor velen een vormende Academie’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's