Boek besprekingen
N. Witkamp en M.A. van Willigen (red.)
Door Christus aangesproken. Een ontmoeting met de Vroege Kerk.
Uitg. Groen, Heerenveen; 226 blz.; € 14,95.
‘Wij zijn door de Opgestane verrast!’ Dit is waarvan de Emmaüsgangers getuigen. Jezus is hen overkomen. Ze zijn door Hem zelf, zonder dat ze het wisten, aangesproken. Ze hebben het ondervonden: ‘Ja, de Heere is waarlijk opgestaan.’
Kan een dergelijke Emmaüservaring ons vandaag ook overkomen? Jazeker, zo meent dr. N. Witkamp, onder meer onderzoeker aan het Centre for the Study of Early Christianity. Hij is een van de redacteuren van de bundel Door Christus aangesproken. Deze bevat elf artikelen, voorafgegaan door een uitvoerige inleiding, en bieden het verslag van gerenommeerde Nederlandse onderzoekers van de hun hen verrassende ontmoeting met de Vroege Kerk.
Het gaat dan om de kerk van de eerste eeuwen van onze jaartelling. Toen zijn de samenvattingen van het christelijk geloof ontstaan die wij kennen als de Apostolische Geloofsbelijdenis en de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. Deze belijdenisgeschriften zijn gezichtsbepalend geworden voor de gestalte van de latere kerk. Ook voor die van nu.
Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Stichting Bijbeluitleg Vroege Kerk, waarvan naast Witkamp de onlangs als bijzonder hoogleraar in Apeldoorn benoemde dr. M.A. van Willigen, de voorman is, verscheen deze bundel. De bedoeling is dat de lezers door de ontmoeting met auteurs uit de Vroege Kerk verrast worden door Christus Zelf, de Heere van de kerk van alle eeuwen. Overweging van wat zij van Hem hebben ontvangen, kan ook ons tot zegen strekken. Zij leefden in een cultuur die nog dicht tegen de nieuwtestamentische tijd aanlag. Bij alle verschil onderling tonen ze een diepe eenheid.
Ze helpen ons om juist door de afstand tussen hen en ons de eigenaardigheden van onze tijd bloot te leggen. Zeker nu de christenen van nu door secularisatie en ontkerkelijking opnieuw tot een religieuze minderheid zijn gaan behoren, kunnen de geschriften van de vroege christenen bemoedigen en inspireren tot een vruchtbaar geloofsleven in de huidige tijd en cultuur.
De bundel kent drie onderdelen. Het eerste blok heet: ‘De Schrift lezen en uitleggen in de Vroege Kerk’. Een van de vier artikelen in deze categorie is van de hand van prof. dr. A. van de Beek. Hij laat zien hoe men in de Vroege Kerk omging met het aangrijpende slot van Psalm 137: ‘Uw kinderen tegen de rots’. Een verrassend licht schijnt op deze tekst door de Rots met Christus te identificeren.
Op deze manier lezen we de Bijbel anders dan als we de moderne kritische, wetenschappelijke exegese erop toepassen. Maar heeft die het alleenrecht? Zeker niet, al blijft het oppassen de Bijbel te laten buikspreken.
Het tweede cluster artikelen heeft als thema ‘Christus’ werk gedenken in de Vroege Kerk’. Twee artikelen springen er wat mij betreft uit. H. van Loon bespreekt het ontstaan van de christelijke feesten, een lezenswaardig overzicht. Witkamp duikt in de vraag of de trinitarische doopformule van Mattheüs 28:19 oorspronkelijk is of een latere toevoeging. Hij toont aan dat dit woord van Jezus tot de oudste versie van het Evangelie behoort en dat de leer van de drie-eenheid niet maar een bedenksel uit later eeuwen is.
De laatste serie bijdragen gaat over ‘Christus navolgen in de Vroege Kerk’. De reeds op hoge leeftijd gekomen prof. dr. G.J.M. Bartelink presenteert in een ervan de woestijnvader Antonius.
Augustinus, aan wie Van Willigen overigens ook een mooi artikel wijdt, waarin hij de kerkvader presenteert als confessor orans, een ‘biddende belijder’, kreeg eens een hemelse stem te horen. Deze zei hem: Tolle, lege, ‘Neem en lees’. Hierop werd hij door en met Christus zelf verrast. Laten we dit boek nemen, lezen en ons door de Opgestane laten verrassen.
G.J. Mink, Sliedrecht
Raymond R. Hausoul
Gods toekomst voor dieren. Van schepping tot nieuwe schepping.
Uitg. KokBoekencentrum, Utrecht; 238 blz.; € 19,95.
De auteur van dit boek is wetenschappelijk onderzoeker aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in Leuven. Hij promoveerde in 2016 op een proefschrift getiteld De nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dit boek is een uitloper van die studie. Hausoul zoomt hier in op de vraag wat de plaats van de dieren op de nieuwe aarde zou kunnen zijn. Om daar zicht op te krijgen is het nodig om eerst te zien welke plaats de dieren hadden in de schepping toen alles nog goed was en welke gevolgen de zondeval voor hen gehad heeft. De schrijver geeft terecht aan dat er weinig literatuur over dit onderwerp is. Daarbij moet wel aangetekend worden dat hij niet alle literatuur gesignaleerd heeft. Het had voor de hand gelegen om kennis te nemen van het Artiosdeeltje van prof. dr. Johan Graafland En God schiep. Maar dat is de auteur blijkbaar ontgaan. Hij zou er overigens voor een aantal van zijn bevindingen ondersteuning gevonden hebben. Ook Graafland ziet een rol voor de dieren op de nieuwe aarde.
De auteur noemt drie argumenten op grond waarvan hij aanneemt dat de Bijbel de verwachting rechtvaardigt dat er dieren op de nieuwe aarde zullen zijn. In de eerste plaats benadrukt de Bijbel het kosmische effect van het heilswerk van Christus. Het gaat om een herstel van de totale schepping, en van meet af aan hebben dieren daartoe behoord. In de tweede plaats zijn er teksten waarvan sterk de suggestie uitgaat dat de harmonie tussen mens en dier en tussen de dieren onderling hersteld zal worden. Te denken is daarbij aan onder meer Jesaja 65:17-25. In de derde plaats was het Gods doel met dieren dat ook zij Hem zouden verheerlijken (zij het zonder het bewustzijn daarvan, dat alleen de mens heeft). Blijkbaar zoekt God Zijn eer niet alleen in schepselen die Hem met bewustzijn eren, maar ook in de vogels die zonder het te weten hun lied zingen ter ere van hun Schepper. Zou de Heere daar na de wederkomst anders over denken? Zou de nieuwe aarde er ten opzichte van het paradijs niet ‘schraler’ uitzien zonder de dieren (en consequent geredeneerd dan waarschijnlijk ook zonder de flora)?
Hoewel de auteur hier wel even naar verwijst aan het begin en het eind van het boekje, komt de zorg en verantwoordelijkheid voor dieren door mensen niet tot een praktische uitwerking. Zo was de studie ook niet bedoeld. Het boekje van Graafland biedt in dat opzicht meer en gaat explicieter in op de actualiteit van dit thema. Maar de studie van Hausoul biedt wel een waardevol overzicht van de plaats van de dieren in de geschiedenis van God met mensen. Hoewel af en toe in het boek wat speculatief geredeneerd wordt, zijn de argumenten voor de toekomst voor dieren na de wederkomst sterk. Het doet weldadig aan dat de intentie van de auteur is om de Bijbel zoveel mogelijk recht te doen en geen teksten weg te redeneren omwille van natuurwetenschappelijke argumenten.
M.J. de Vries, Papendrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's