‘Tijd voor verootmoediging’
Arnold Huijgen en Koos van Noppen in debat over zorg voor de schepping
Kan aandacht voor het klimaat trekjes krijgen van een alternatieve religie? Of is het juist de plicht van christenen om voorop te lopen in de zorg voor de schepping? In hoeverre moet je dan je levensstijl aanpassen? Wat vinden we van Groene Kerken, een opkomend verschijnsel in de Protestantse Kerk?
Esther Visseris eindredacteur van De Waarheidsvriend.
Deze vragen legden we voor aan dr. Arnold Huijgen, hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) en columnist van De Waarheidsvriend, en Koos van Noppen, hoofd communicatie van de IZB. Arnold schreef in het nummer van 14 februari van dit jaar in zijn column dat een aantal studenten met de vraag kwam of je als christen vlees moet laten staan.
Enerzijds een goede vraag, anderzijds is het niet de bedoeling dat we nieuwe wetten gaan creëren, meent hij. Wij hebben toch vrijheid in Christus? Koos schreef in mei vorig jaar op persoonlijke titel een vlammend pamflet, waarin hij zijn verbazing uit over de achteloze houding van veel christenen ten opzichte van de schepping. We gedragen ons als messentrekkers bij de Nachtwacht, stelt hij. We maken de schepping kapot waar de Schepper bij is. Hoog tijd voor een gesprek met beide heren.
Hoe ervaren jullie de verandering in het klimaat, de vele berichten erover en de participatie van orthodoxe christenen in dit thema?
AH: ‘Ik zie dat sommigen in de kerk ermee bezig zijn en hun levensstijl omgooien; bij anderen is er verlamming, en bij weer anderen proef je dat ze er sceptisch tegenover staan. Ik zie wel een tendens dat organisaties zoals Woord en Daad het thema nu agenderen, dat deden ze tien jaar geleden niet.’ KvN: ‘Mijn primaire drive is niet de actualiteit maar de geloofwaardigheid van de kerk. In het pamflet heb ik kritische vragen gesteld omdat die raken aan de geloofwaardigheid van de kerk: wij geloven dat God de Schepper is en dat Hij dagelijks betrokken is op die schepping. Mag dat geloof blijken uit de manier waarop je omgaat met die schepping? Dat staat helemaal los van de vraag of mijn gedrag impact heeft op de klimaatcrisis. Op een gegeven moment stel je voor jezelf vast: dit gedrag hoort voor mij gewoon bij een christelijke levensstijl, of het nu invloed heeft op het klimaat of niet.’
AH: ‘Dat is een belangrijk accent. Veel kerkmensen die niet zoveel op hebben met het klimaat, storen zich aan de maakbaarheidsgedachte en aan: ‘Ik ben heiliger dan gij’, aan klimaatdrammers. Wij gaan de wereld niet redden. Er is een grote groep van qua welvaart opkomende landen, zoals bijvoorbeeld Vietnam. Dat is nu een middenstandsland terwijl het een van de armste landen was van regio Azië.
Die gaan hun welvaart niet inleveren. Toch moet je ook niet in een soort doemdenken terechtkomen. Ik als christen heb mijn verantwoordelijkheid.’
Als het er zo voor staat, wat is dan het nut van al die keuzes om beter met de schepping om te gaan?
KvN: ‘“De Vader Die in het verborgene ziet, zal het u vergelden”. De zorg voor de schepping hoort tot de kern van het geloof. Wat die zorg voor de schepping praktisch inhoudt, moet je zelf uitknobbelen. Wat betreft klimaatdrammers, ik reserveer die term voor lui die gewoon hun levensstijl voortzetten alsof er nog nooit een klimaatrapport is verschenen.
Mensen die denken: na mij de zondvloed.’
AH: ‘Het fanatisme, allemaal geen vlees meer en nooit meer vliegen, doet mij aan de dopersen denken. Het wekt de suggestie: dan vestigen wij het koninkrijk op aarde. Maar dat is wel religie zonder verlossing, wet zonder Evangelie. Want iedereen weet, wij gaan dat niet redden. We houden de boel een beetje tegen, maar we gaan eraan. Een zwartgallig geloof.’
KvN: ‘Een zeker dopers trekje in deze discussie vind ik helemaal niet verkeerd. Van mij mag er een korter lijntje zijn tussen wat je vindt en wat je doet.
Waarom is dat ‘radicaal’ als je alleen maar probeert je geloof te verbinden met het dagelijkse leven?’
AH: ‘Ik vind niet dat jij dopers bezig bent, maar de aandacht voor het klimaat kan religieuze trekken krijgen met Greta Thunberg (een Zweedse klimaat-activiste, red.) als hogepriesteres; en sprake van verlossing is er niet. We moeten beseffen: we gaan de aarde niet redden, maar tegelijkertijd dragen we verantwoordelijkheid voor de aarde. In dat speelveld begeven we ons.’
KvN: ‘Ik kom maar weinig mensen tegen die wakker liggen van de klimaatcrisis. Ik lig er regelmatig van wakker. Ik ervaar plaatsvervangende schaamte over het gedrag en gebrek aan besef aan urgentie in de kerk. Ook bij mensen aan wie ik in andere opzichten een puntje kan zuigen. Waar zit nou de breuk waardoor we elkaar niet begrijpen? Doordat het zo lang weinig aandacht heeft gehad, in prediking, catechese, liturgie, krijgt aandacht voor dit onderwerp iets van een vrijblijvende module. Dus je hebt nu christenen die zich bezighouden met groen, zoals je ook christenen hebt die zich bezighouden met Israël, charismata, of noem maar op. De kerk heeft de verantwoordelijkheid om het thema concreet te benoemen, niet in fluwelen termen. Je kunt toch moeilijk volhouden dat Groene Kerken een hot issue zijn. Ik merk daar bijzonder weinig van.’
AH: ‘Maar dan moet de kerk het wel benoemen vanuit het Evangelie, niet alleen als een nieuwe wet. Ik ben een verklaard tegenstander van Groene Kerken, want de kerk heeft geen bijvoeglijk naamwoord nodig. Wij afficheren ons met Jezus Christus, van daaruit maken we keuzes. De hele wereld behoort toe aan God. Wij moeten een toontje lager leren zingen, wij kunnen niet alles met onze techniek oplossen. We moeten onze hoop op Christus stellen.’
KvN: ‘Je moet wel uitkijken dat je geen ‘goedkope genade’ preekt. We moeten ons diep verootmoedigen. Als je beseft wat God heeft geïnvesteerd in Zijn schepping en als het waar is wat wij belijden, en als je dan doorhebt wat voor bende wij ervan hebben gemaakt, waarom is er dan geen massale verootmoediging? Ik heb meegelopen in de klimaatmars met het bord: ‘Kyrie eleison – Heer, ontferm U.’’
AH: ‘Als kerk zou ik heel voorzichtig zijn om mee te doen aan die mars. De vraag is altijd: aan welke mars doe ik wel mee en aan welke mars niet? Het is toch politieke vooringenomenheid. Houd je als kerk nou bij de core business.’
KvN: ‘Omdat de kerk het onderwerp zolang genegeerd heeft, is het opeens politiek geladen. Anders was het normaal gevonden dat de kerk meeliep.’
Eenzijdig?
Kun je in je aandacht voor de schepping eenzijdig worden? Jazeker, zegt Koos van Noppen. Maar hij ziet een andere eenzijdigheid: het vereren van de mammon. ‘Wij denken alleen maar in termen van economische groei zonder ons te bekommeren wat dat voor onze generatie en die na ons voor impact heeft. Waar is onze vreemdelingschap? Ik vind matiging belangrijk. Dat vergt een ruggengraat in deze cultuur. In de gemeente heb je elkaar daarom ontzettend hard nodig. Ik focus in deze discussie graag op waar mijn verantwoordelijkheid ligt, op de persoonlijke ethiek.’
AH: ‘Groei om de groei is de ideologie van een kankercel. Zoals ik ergens las: De meeste mensen kunnen zich beter het einde van de wereld voorstellen dan het einde van het kapitalisme.’
En de aandacht voor zending en evangelisatie? Lijdt dat niet onder de focus op groen? KvN: ‘Hoe kun je dat nu aan mij vragen? Ik heb net mijn tien beste jaren gegeven aan de IZB en toch begin ik over schepping en klimaat. Hier wordt iets uiteengerafeld wat bij elkaar hoort. Als de kerk niet handelt naar wat ze zegt te geloven, schaadt dat je getuigenis.’ AH: ‘De enige manier is een focus op Jezus Christus. Paulus zegt: ik ben van Christus. Je kunt hem niet verwijten dat hij een eenzijdige focus heeft. Vanuit dat leven met Christus zou zorg voor de schepping echt aan de orde moeten komen.’
KvN: ‘Maar dat gebeurt niet automatisch. Het is een klus om als christen te leven in deze maatschappij.’ AH: ‘Ja, maar ook kinderspel. Niet dat kinderspel niet serieus is, het is juist bloedserieus. Maar laten we dingen in perspectief blijven zien: erkennen dat Christus de wereld in handen heeft. Zo kostbaar is die wereld dat Hij in deze wereld gekomen is. De schepping is van God. Schepping is een heel ander woord dan natuur. We hebben een goede scheppingstheologie nodig. Bij schepping denken mensen vaak alleen aan het begin. Maar het is allereerst: dit is de dag die God gemaakt heeft. De tijd, de ruimte, ons lichaam, voedsel – alles is van God, door Hem geschapen.’
KvN: ‘Dat is voor mij het laatste houvast in de hele discussie. Hij zal toch niet toelaten dat wij Zijn schepping naar de gallemiezen helpen?’
Bij een groep christenen leeft de gedachte: deze aarde is tijdelijk, er zal een nieuwe aarde komen, dat relativeert dus de noodzaak om de aarde te redden.
AH: ‘In de gereformeerde theologie wordt gesproken over het oordeel, waarna er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen komen. Er is dus sprake van discontinuïteit wat de aarde betreft. Maar onze werken op deze aarde doen ertoe. Hoe wij met de aarde om zijn gegaan, doet ertoe. Wij zullen daar verantwoordelijk voor worden gehouden.’ KvN: ‘Leg deze uitspraken eens naast milieurapporten. Liggen we er wakker van?’
AH: ‘Wakker liggen doe je als er geen vergeving is.’ KvN: ‘Ik denk dat dat heel goed kan: eerst eens een poosje wakker liggen, zodat de boodschap helemaal landt en doordringt tot in de kern van je bestaan.
Hoe oppervlakkiger wij doorhebben wat er eigenlijk aan de hand is, des te minder zijn we bereid tot aanpassingen. Als wij beseffen hoe we er voorstaan in relatie tot God de Schepper, komt dat veel makkelijker en natuurlijker openbaar in onze dagelijkse keuzes.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's