Zeventig gezichten van de Tora
Een kleine introductie in Joodse bijbeluitleg (1)
De Bijbel wordt al eeuwenlang gelezen, geleefd en bestudeerd; niet alleen binnen de christelijke traditie, maar ook binnen het jodendom. De Hebreeuwse Bijbel – het Oude Testament – neemt daarin een centrale plaats in en van de oudheid tot op heden heeft zich een indrukwekkende traditie van Joodse bijbeluitleg ontwikkeld.
Dr. B.T. Walletdoceert politieke en religieuze geschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en geschiedenis van het Jodendom en het Midden-Oosten aan de Universiteit van Amsterdam.
Volgende week deel 2 (slot), over de betekenis van de Joodse bijbeluitleg voor christenen.
Wat is daar nu typerend aan? En welke betekenis kan dit hebben voor christelijke theologen, predikanten en gemeenteleden? Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: dé ‘Joodse bijbeluitleg’ bestaat niet. In de loop van meer dan tweeduizend jaar is de Hebreeuwse Bijbel door Joden op tal van verschillende manieren steeds weer opnieuw uitgelegd. Daarbij is wel steeds sprake van allerlei vormen van continuïteit en leggen nieuwere vormen steeds rekenschap af van hun verhouding tot het verleden. Binnen het geheel van ‘Joodse bijbeluitleg’ zijn drie belangrijke clusters aan te wijzen, die we in dit artikel wat nader zullen introduceren: de midrasj, de middeleeuwse bijbelcommentatoren en de moderne Joodse bijbelexegese.
Samen de Schrift lezen
Eerst is het goed om duidelijk te krijgen hoe de Joodse omgang met de Schrift is en welke basisprincipes daaraan ten grondslag liggen. Het eerste is iets wat eenieder direct zal opvallen die een Joodse bijbeleditie ter hand neemt. Vrijwel altijd staat daarin niet alleen de Hebreeuwse tekst van de Bijbel, al dan niet met een vertaling naar het Nederlands of een andere taal, maar ook één of meer commentaren.
Dat is in ieder geval het gezaghebbende commentaar van de middeleeuwse Frans-Joodse exegeet Rasji (1040-1105). Waarom is dit? Het laat de diepe Joodse overtuiging zien dat we nooit alleen de Heilige Schrift lezen, maar dat altijd doen in gemeenschap. Dat betekent dat wij ons voegen in een lange keten van mensen die voor ons met de Schrift hebben geworsteld om een juist verstaan.
Alleen tot onze eigen schade kunnen we daaraan voorbijgaan. Ons eigen verstaan van de Bijbel gebeurt altijd in gesprek met de traditie voor ons. In het verlengde hiervan ligt het dringende advies van de rabbijnen om niet alleen de Schrift te bestuderen, maar dat altijd samen met een ander te doen. De leesgemeenschap om de Bijbel strekt zich uit naar het verleden, maar bevindt zich ook nu om ons heen. Daarom hebben grote Joodse gemeenten altijd een beth hamidrasj, een leerhuis waar de hele dag door mannen naar binnen kunnen lopen om een studiemaatje te vinden en samen de bijbelcommentaren uit de boekenkast te halen en de Toralezing voor aanstaande sjabbat voor te bereiden.
Concentrische cirkels
Het hart van de Joodse bijbelbeschouwing is dat de Tora op de Sinaï door God aan Mozes is gegeven. Dit is in de meest letterlijke zin van het woord Godsopenbaring. Met de Tora heeft God Israël een groot geschenk toevertrouwd. Dit is het ‘Woord van God’ dat er voor de schepping al was en waarmee God de wereld heeft geschapen. Via de Tora kan de mens de meest wezenlijke kennis krijgen over God, de wereld en zichzelf. Dat maakt Tora-studie nooit vrijblijvend; altijd staat het eigen leven op het spel en is er de vraag wat God ons daardoor duidelijk wil maken.
De concentratie op de Tora betekent overigens ook dat de rest van de Joodse traditie daaromheen gecentreerd is. De boeken van de profeten en de geschriften – die samen met de Tora de Hebreeuwse Bijbel uitmaken – vormen concentrische cirkels rond de Tora. Goede profeten zijn zij die de boodschap van de Tora aan het volk Israël voorhouden. In de geschriften lezen we vervolgens hoe dat in de praktijk ging: welke koningen deden wat goed en welke wat kwaad was in de ogen des Heeren.
De verdere Joodse traditie wordt ook wel als de Mondelinge Leer aangeduid, vanuit het idee dat God op de Sinaï naast de Tora, de geschreven leer, aan Mozes regels en uitleg gaf om de Tora goed toe te passen. In werkelijkheid is dit een langdurig proces geweest, begonnen in de bijbelse tijd, van toepassing en uitwerking van de Tora. Dit is rond 200 na Chr. op schrift gesteld in de Misjna, die vervolgens de basis is voor de verdere commentaren in de Talmoed (commentaren van Joodse rabbijnen op de Hebreeuwse Bijbel). Voor Joodse bijbeluitleg is dit van belang: voor de orthodoxe Jood bestaat er tussen de Hebreeuwse Bijbel en de Talmoed geen tegenstelling. Beide putten uit de ene bron van de openbaring op de Sinaï. Bij bijbeluitleg kan een inzicht uit de Misjna of Talmoed zomaar van grote betekenis zijn.
Richtsnoer
Omdat God in de Tora eigenlijk alles heeft gegeven wat het volk Israël nodig heeft, voor nu én voor de toekomst, is de stelregel dat ook alles in ons leven moet putten uit die bron. Van geboorte tot dood, van ochtend tot nacht levert de Tora het richtsnoer om je leven in te richten. Om dicht bij de Tora te blijven, moet deze steeds weer uitgelegd, uitgewerkt en opnieuw toegepast worden. In veel gevallen vraagt de Tora daar zelf al om: er wordt bijvoorbeeld een algemene regel gegeven (‘U zult niet doden’), die vraagt om concrete toepassing in tal van situaties. Of er wordt een heel specifieke regel gegeven (‘U zult het vlees van een bokje niet koken in de melk van zijn moeder’), waarachter de bijbellezer de algemene regel moet ontdekken. Die algemene regel kan vervolgens weer op tal van andere situaties toegepast worden.
Bij die uitleg staat niet de creativiteit van de exegeet centraal. Hij is gebonden aan duidelijke hermeneutische regels (regels om de Bijbel uit te leggen), waarbij de trouw aan de tekst van de Schrift zelf vooropgaat. Belangrijke regels zijn dat een algemene regel om verdere uitwerking vraagt en vice versa. Ook dat een bijbeltekst altijd met een andere bijbeltekst uitgelegd kan worden. Het gaat om het ene en eeuwige Woord van God, waarbij historische afstand wegvalt. Daarom, zo zegt de Talmoed, is er geen eerder en geen later in de Tora.
Dit betekent overigens niet dat er maar één geldige of legitieme uitleg is van een bijbeltekst. Integendeel, die Tora heeft zelfs zeventig gezichten, zo stelt de Joodse traditie. Zeventig staat natuurlijk voor het getal van de volheid. De basisovertuiging is dat de Bijbel zo rijk is en zo diep dat elke nieuwe verklaring – mits legitiem, volgens de juiste hermeneutische procedure bereikt – weer een extra betekenislaag naar voren brengt. Alleen al die verklaringen bij elkaar laten iets zien van de rijkdom van de Schrift en hoezeer die van alle tijden is, maar ook elke morgen weer nieuw. Het daagt de huidige bijbellezer uit om zelf de tekst in te duiken, te leren van voorgaande commentatoren, het gesprek aan te gaan en zelf een eigen verstaan van de Schrift te ontwikkelen.
Toepassing en verdieping
Bijbeluitleg begint al in de Bijbel zelf, bijvoorbeeld waar de profeten teksten uit de Tora of de Psalmen aanhalen, actualiseren en verder uitwerken met het oog op de eigen tijd. De uitlegmethode van de rabbijnen uit de Oudheid wordt in de regel aangeduid als midrasj. Het vertrekpunt hiervan is dat de lezer diep vertrouwd is met de tekst van de Schrift en de letterlijke betekenis. Bij midrasj draait het juist om de toepassing en de verdieping. Veel midrasjiem zijn homiletisch van opzet – terug te voeren op de levende verkondiging waarbij de voortdurende relevantie van de Bijbel voor de eigen tijd centraal staat. Er zijn exegetische midrasjiem, waarbij tekst voor tekst allerlei mogelijke verklaringen geboden worden.
Parafrase, allegorie en gelijkenissen spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast zijn er ook meer thematische halachische midrasjiem, die gefocust zijn op de implicaties van de tekst voor de leefregels van elke dag.
In zekere zin is de volgende fase, die van de middeleeuwse commentaren, te beschouwen als een aanvulling of, scherper gezegd, correctie op de midrasjiem. Deze commentaren beginnen juist bij de letterlijke betekenis en geven daar veel aandacht aan.
Dat is mede de verklaring voor de populariteit, tot op heden, van Rasji. Uiteraard nemen de grote commentatoren, met name uit Noord-Frankrijk, het Rijnland en Spanje, geen afstand van de midrasj en verwerken ze ook inzichten daaruit. Ook zij proberen de bijbeltekst te actualiseren en de relevantie ervan te laten zien voor de eigen tijd. Er komt echter een nieuwe laag bij, die vooral door de commentator Nachmanides (Ramban) werd voorgestaan: de geheime, mystieke lezing van de Schrift. Het idee is dat naast de letterlijke en actualiserende lezing er ook een mystieke is, waarbij het gaat om diepe inzichten in hoe de ziel kan komen tot de ontmoeting met God. Met name bijbelgedeelten als Genesis 1 en Ezechiël 1 werden als sleutel hiervoor gezien. In veel Joodse bijbeledities worden vijf of zes commentaren op één pagina rond de besproken bijbeltekst gedrukt, zodat niet alleen de ‘zeventig gezichten’ zichtbaar worden, maar ook het onderlinge debat tussen de bijbelcommentatoren.
Ook vrouwen
Het laatste cluster vormt de moderne Joodse bijbeluitleg. Die blijft nadrukkelijk aansluiten op de grote traditie daarvoor, met eenzelfde nadruk op een precieze manier van lezen en oog voor de rijkdom van de tekst. Sommige Joodse exegeten gaan het debat aan met de historisch-kritische uitleg van de Bijbel, anderen houden zich daar verre van.
Nieuw is dat ook vrouwen zich inlaten met bijbeluitleg en daarbij ook nieuwe accenten plaatsen. Grote populariteit geniet bijvoorbeeld Nechama Leibowitz, die zich inspant om de grote Joodse exegetische traditie open te leggen voor jongere generaties.
Verklarende woordenlijst
Beth hamidrasj: leerhuis om de Tora te bestuderen
Exegese: tekstuitleg
Halachisch: afgeleid van het woord Halach – het pad dat bewandeld dient te worden. Halachisch wil zeggen of iets in lijn is met de leerregels uit de Tora.
Hermeneutisch: afgeleid van hermeneutiek: regels om de Bijbel uit te leggen
Homiletisch: afgeleid van homiletiek, prekenkunde
Midrasj (meervoud: midrasjiem): de uitlegmethode van de rabbijnen uit de Oudheid
Misjna: op schrift gestelde uitleg van de Tora
Talmoed: commentaren van rabbijnen op de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament)
Tora: de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's