Uit elkaar gegroeid
Pastoraat – Gemeente en conflict (1)
‘Zijn jullie biljartballen of gehaktballen?’ vroeg mijn collega de leden van de kerkenraad. De mannen keken hem glazig aan, met ogen vol vraagtekens. Mijn broeder – hij dient in een ander kerkverband – heeft in zijn drukke ambtelijke loopbaan al in menige kerkelijke onenigheid bemiddeld. Zijn vraag dwingt tot serieus nadenken.
Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant.
Volgende week deel 2 van deze serie, over de houding van de predikant en de gemeente in conflictsituaties.
Biljartballen zijn hard en onbuigzaam. Ze stoten elkaar af en kunnen hard met elkaar botsen. Gehaktballen laten zich – zolang niet gebraden – gemakkelijk kneden. Ze stoten elkaar niet af, maar lijken eerder op elkaar aan te trekken.
Onwerkbare situatie
Het gaat in de christelijke gemeente niet altijd volgens de regel der liefde, ook al zingen we daar op hoge toon over. Bij voorkeur na een rumoerige kerkenraadsvergadering, waarin de messen geslepen werden en waarin geen voeten maar wel oren gewassen werden.
We spitsen dit artikel toe op de predikant, die na een conflictueuze periode het veld moet ruimen.
Verstoorde verhoudingen kunnen zijn functioneren onmogelijk maken. Er ontstond een onwerkbare situatie. Voor alle duidelijkheid: aan de orde is niet een dusdanig in zonden vallen waardoor het ambtelijke dienen ongeloofwaardig wordt. We hebben het hier over een wijze van functioneren waardoor predikant, kerkenraad en gemeente uit elkaar gegroeid zijn. Wat naar de hemel moet rieken, krijgt soms de allure van vagevuur. Wat het mooiste werk op aarde behoort te zijn, wordt een bron van teleurstelling en frustratie. Pogingen om het vastgelopen schip vlot te trekken faalden. Verzoening bleek onhaalbaar. Een 11 verdrietige constatering en conclusie. Eén lacht.
In verwarring
Op zijn weblog schreef de Oldebroekse dominee M.J. Schuurman over de impact van het uiteengroeien van predikant en gemeente en de pijn van een los-makingsprocedure. En die pijn is heftig. Dat geldt niet minder het proces dat er aan voorafging. Die pijn is ook niet voorbij na het moment van losmaking, maar kan zelfs feller worden. Pijn over eigen falen, schaamte tegenover God en mensen.
Daarnaast kan bij de predikant verwarring toeslaan met het oog op zijn roeping. Als problemen onoplosbaar lijken en het doek valt, kan de vraag opkomen of ik wel dominee had moeten worden. Of meer toegespitst op de gemeente waar het ‘verkeerd’ ging: ‘Had ik dat beroep wel mogen aannemen? Zocht ik niet mijzelf, gemak en aanzien?’ Of: ‘Had ik het beroep naar die andere gemeente moeten aannemen? Of bleef ik te A. omwille van vrouw en kinderen?’
Autisme
Een losmakingsprocedure doet veel met de predikant, met zijn gezin, met de kerkenraad en met de gemeente. Het is verleidelijk de schuld vooral bij de ander te zoeken en te leggen, alsof dat iets oplost. Insiders noemen als een oorzaak van uit elkaar groeien falende communicatieve en sociale vaardigheden, belangrijke instrumenten in de gereedschapskist van de dominee.
Dat brengt bij een gevoelig punt: ambt en autisme. Besef allereerst dat het stellen van de diagnose ASS (Autisme Spectrum Stoornis), is voorbehouden aan deskundigen. Vermijd te allen tijde de term ‘autist’ als scheldwoord. Er zijn ook predikanten met een vorm van autisme, dikwijls met een vorm van Asperger, het hoogbegaafdheidsautisme. Dat kan hem minder communicatief en sociaal vaardig maken. Naast gaven en talenten hebben we uiteindelijk allemaal onze beperkingen. Wie een vorm van autisme heeft, kan dermate consequent redeneren, tot op het zwart-witte af, waardoor forse conflicten ontstaan. Ook zijn punctualiteit – een sterke eigenschap – wordt niet door iedereen gewaardeerd. Zijn hoogbegaafdheidsautisme stelt hem in staat een scherpzinnig analyticus te zijn die verrassend diep in de exegese van zijn tekst duikt. Zo diep dat zijn gemeente hem niet meer volgen kan. Zijn sterke kwaliteiten worden daardoor juist zijn zwakke. Het is niet de bedoeling om hier uitgebreid in te gaan op ambt en autisme, maar we kunnen er ook niet aan voorbijgaan, omdat het helaas nog wel eens aanleiding geeft tot irritaties en conflicten die uiteindelijk leiden tot onwerkbare situaties.
In de profielschetsen voor ambtsdragers zoals we die vinden in het Nieuwe Testament, gaat het niet over fysieke of psychische beperkingen, wel over duidelijke zonden. Wie echter communicatief en sociaal niet sterk is, gehecht is aan vaste patronen, weinig of niet flexibel is, moet zich extra rekenschap geven van de vraag of het ambt wel bij hem past. Te meer omdat de samenleving mondiger en kritischer is geworden, en autisme het hele ambtelijke leven van prediking, pastoraat, catechese en vergaderwerk raakt. Onze gemeenten zijn – zoals heel de samenleving – sterk in beweging.
Als we eenmaal in het ambt staan, is het een zaak van volhouden met elkaar. Dat kost aan twee kanten veel inspanning. Het is net als in een huwelijk: geven en nemen en oppassen dat de dominee niet vereenzaamt en de gemeente afhaakt, omdat ze haar predikant kil en afstandelijk vindt, terwijl hij dat niet is.
Houdbaarheidsdatum
Er worden vandaag meer eisen aan het predikantschap gesteld dan voorheen, in ieder geval andere. In Woord & Dienst, een opinieblad binnen onze kerk, wees ds J. Oortgiesen – jarenlang werkbegeleider voor predikanten en kerkelijk werkers in de Protestantse Kerk in Nederland – al eens (januari 2017) op de veranderende rol van de predikant: ‘Droeg vroeger het ambt de persoon, nu draagt de persoon het ambt.’ Hij zal zich meer dan ooit moeten bewijzen. Wie de profielen langs ziet komen waaraan een te beroepen predikant moet voldoen, vraagt zich meer dan eens af of gemeenten nog altijd dromen van een schaap met vijf poten. Wordt de potentiele voorganger niet overvraagd? Zijn de verwachtingen en eisen reëel? De meeste profielschetsen gaan beduidend verder dan die van Paulus in zijn brieven.
Het niet kunnen voldoen aan alle hoge verwachtingen opent de weg naar teleurstellingen en frustraties, conflicten en ruzies. Dominees – en niet alleen zij – bereiken in 2019 sneller dan ooit hun uiterste houdbaarheidsdatum. Vandaar de inspanning van onze kerk predikanten op tijd van standplaats te laten veranderen, opdat dominee en gemeente niet tot in lengte van jaren tot elkaar veroordeeld zijn, terwijl ze al lang op elkaar uitgekeken raakten.
Mondig
Dat brengt ons bij een volgend punt. We zijn kritischer en mondiger geworden. Tot op zekere hoogte hoeft dat niet verkeerd te zijn. Kritiek mag en kan zelfs broodnodig zijn. Maar hoe verpakken we die? Wie kritiek heeft op het functioneren van een ander, moet zich te allen tijde laten leiden door de regel: wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. In De Saambinder, het kerkelijk weekblad van de Gereformeerde Gemeenten, schrijft ds. J. Schipper (2-5-2019): ‘Sommige ouderlingen zijn er heel goed in om te spreken over wat ze gemist hebben in de preek. (...) Ook zijn er ambtsdragers met een goed geheugen die direct na aankomst in de consistorie op enigszins triomfantelijke wijze in herinnering roepen dat een gerenommeerd predikant twintig jaar geleden op onvergetelijke wijze over dezelfde tekst heeft gesproken. Wat was dat kostelijk. Je ziet dan vervolgens het lichaam van de nog vermoeide voorganger ineenkrimpen. Hij probeert nog wat te glimlachen, maar voelt zich als aangeschoten wild.’ Het is een bekend gegeven dat je eigen emotie niet losstaat van de relatie die je tot de ander hebt. Vind ik hem sympathiek of onsympathiek? Waarom?
Groene zeep
Volgens de in 1984 overleden ds. J. Catsburg moet een dominee een brede rug hebben en veel groene zeep in huis. Of dat nu nog steeds werkt, als het ooit al gewerkt heeft...? Beter zijn inschikkelijkheid, ootmoed en geduld en geen lik-op-stuk-beleid te voeren. Durf kritiek serieus te nemen en niet onmiddellijk van een theologisch of richtingsgerelateerd etiket te voorzien. Dat laatste maakt het lastiger als de persoon in kwestie door mij is ingeschaald bij de oppositie, ‘de groep die altijd wat te zeuren heeft’. Er is goed bedoelde kritiek die hout snijdt, ook als ze hard aankomt, maar ze moet wel op het geschikte moment geuit worden. En ook hier geldt dat de toon de muziek maakt. Dienen wij samen – kerkenraad en predikant – in liefde de gemeente? We kiezen elkaar in de gemeente niet uit, maar zijn aan elkaar gegeven. Leerzaam is het beeld dat Paulus gebruikt van de gemeente als lichaam waarvan Christus het Hoofd is (1 Kor.12). Hoort daar ook niet zijn vermaan bij om elkaars lasten te dragen en zo de wet van Christus te vervullen (Gal.6:2)?
Denkduwtjes:
- Functioneert iemand sociaal anders dan gewenst, koppel daar dan niet een ziektebeeld aan.
- Hoe gaat u met uw predikant, c.q. kerkenraad en gemeente om?
- Mijn naaste merkt aan mijn omgang met hem Wie mijn God is.
- Radicalisme is deugd en ondeugd.
- Heilige liefde is soepel en kan alle kanten uit, maar alleen om Christus te dienen en niet onszelf.
- ‘Het evangelie wenst alleen verandering, indien dit ook verbetering betekent.’ (ds. J. Overduin)
- Sommige mensen strijden niet omdat ze de waarheid maar de twist liefhebben. (dr. Joël R. Beeke)
- Vermijd twist door niet-wezenlijke zaken (stokpaardjes) te laten rusten.
‘Laat er onderlinge liefde, onderling mededogen, onderlinge zorgzaamheid zijn. Het algemeen belang moet ons bewegen, opdat wij niet door haat en nijd, hoogmoed of tweedracht de gemeente verwoesten. Laten wij liever, elk naar zijn vermogen, arbeiden en staan naar heiliging.’ Calvijn, Commentaar op Fil. 2
‘Houd in gedachten dat broederlijke goedwilligheid beoefenen, begint met ootmoed. Wie hoogmoed heeft afgelegd en stopte met zichzelf te behagen, zal zachtmoedig en vriendelijk zijn. Hij zal veel vergeven en veel verdragen.’
Idem, Efeze 4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's