De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Preken horen en vergeten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Preken horen en vergeten

7 minuten leestijd

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Op 17 september was er in Amersfoort een preekfestival, georganiseerd door de Protestantse Kerk in Nederland, de Protestantse Theologische Universiteit, de Theologische Universiteit Kampen, de Theoligische Universiteit Apeldoorn, de IZB en nog meer instellingen. Je kon er niet zomaar naartoe. De entree bedroeg 35 euro (zonder lunch overigens).

Het festival werd wel omschreven als een ‘protestants feestje’, en volgens columnist Anton de Wit was het dat inderdaad. De Wit, hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, mocht, zoals hij zelf zegt, wat vrolijke roomse mosterd na een stevige protestantse maaltijd serveren. In zijn column in het ND deelt hij wat ervaringen met de lezers wat betreft preken.

Nederlands Dagblad

Katholieken en preken vormen doorgaans geen heel gelukkige combinatie, laat ik het maar toegeven. Zo heb ik een tijdje rondgescharreld bij een parochie waar de oude pastoor werkelijk iedere preek begon met: ‘Wat ik deze week toch in De Gelderlander las...’ Ik ben niet in die parochie gebleven. Voor een samenvatting van het nieuws van de plaatselijke dorpspomp hoef ik immers niet naar het Huis van God.

Later vond ik een parochie waar de priester iedere preek begon met de zinsnede: ‘Reeds in de tweede eeuw na Christus schreef Ireneüs van Lyon...’ Daarna volgde dan steevast een theologiecollege van drie kwartier. Ook in die parochie ben ik niet gebleven. Gelukkig zijn de meeste priesters dan tenminste nog zo menslievend om hun preken kort te houden. De kortste die ik ooit meemaakte, luidde aldus: ‘Broeders en zusters, wat Jezus ons deze week in het evangelie meedeelt, lijkt me zo helder dat ik daar niets aan toe hoef te voegen.’

Dan zijn er nog de preken waarin de predikant zijn persoonlijke rancune laat doorklinken. Zo hoorde ik eens over een priester die tijdens zijn Schriftuitleg de onsterfelijke woorden uitsprak: ‘... En daarmee bedoelde Jezus natuurlijk niet, dat het parochiebestuur zomaar beslissingen kan nemen achter de rug van de pastoor om.’ (...)

De voorbeelden die ik koos zijn niet zo willekeurig als ze lijken. Nee, de predikant moet de preek niet misbruiken om een appeltje te schillen met z’n parochiebestuur. Maar ik vind het wél belangrijk dat hij zijn eigen persoonlijkheid meebrengt in zijn preek, zijn zorgen en twijfels, zijn kwetsbaarheid.

Nee, een preek moet geen theologiecollege zijn, maar ik wil me wel serieus genomen voelen als toehoorder.

De krachtigste preken spreken een eenvoudige taal, maar geen jip-en-janneketaal; ze verheffen hart en ziel én verstand.

Nee, ik hoef geen nieuwtjes uit de plaatselijke krant. Maar ik wil wel het gevoel hebben dat de woorden die tot mij gericht worden, iets te maken hebben met de actualiteit waarin ik mij bevind, mijn leven hier en nu.

En tot slot, die priester die volstond met de opmerking dat de woorden van Jezus voor zich spraken... Misschien maakte hij zich er makkelijk van af, maar ook daar zit een diepere wijsheid in. Een goede preek durft dingen onuitgelegd, onuitgesproken te laten, durft het evangelie voor zich te laten spreken. Een goede predikant gaat niet zelf pontificaal voor het evangelie staan. Hij of zij doet een stapje opzij, nodigt mensen uit er zelf in binnen te treden. (...)

Ik kon op het Preekfestival feilloos die voorbeelden opdissen van slechte preken. Maar toen ik na ging denken over goede preken die ik gehoord heb – en heus, die heb ik ook gehoord, ook in katholieke kerken – kon ik er mij niet één voor de geest halen. Niet één! Dat kan aan mijn vergeetachtigheid liggen, maar ik denk dat het iets anders is. De goede preek verwijst niet naar zichzelf, maar naar iets hogers, herinnert niet aan zichzelf, maar aan iets diepers.

De preek is als de dienstmaagd die zichzelf wegcijfert, als het mosterdzaadje dat onhoorbaar in de aarde valt en sterft om vrucht te dragen. (...) De goede preek, is de preek die je weer vergeet.

Dit laatste is kras gezegd. Dat zal een protestant hem niet zomaar toegeven. Het Woord moet iets uitwerken, namelijk geloof. Misschien past columnist De Wit onbewust de rooms-katholieke sacramentsopvatting toe op de preek: de preek werkt toch wel door, ook wanneer je geheugen je in de steek laat of wanneer het geloof niet functioneert zoals het eigenlijk zou moeten. De protestant wil wat hij gehoord heeft vasthouden, want het geloof is uit het gehoor en het gehoor is door het Woord van God (Rom.10:17). Dat maakt de zaak alleen maar spannender. Hoeveel mensen weten ’s maandags nog waar ’s zondags over gepreekt is? Daarom zien we een langzame verschuiving van woord naar beeld. Plaatjes op de beamer moeten de verkondiging ondersteunen. Maar helpt dat?

OnderWeg

In een artikel in het blad OnderWeg (georiënteerd op de GKv en NGK) schrijft jeugdwerkleider Paul Smit over de vraag wat er blijft hangen van allerlei activiteiten met jongeren. Hier een deel van zijn artikel.

In de Bijbelklassen, de catechisaties en de jeugdclubs in de kerk zit altijd een leerelement. Een onderwerp of een gedachte die je als catecheet of jeugdleider over wilt dragen aan de groep. Wat kan je helpen bij het overdragen van de kern van jouw bedoeling?

Veel werkers in de kerk zijn op zoek naar een goede manier om de kern van hun boodschap over te brengen. In mijn contacten met hen kom ik allerlei boekjes en internetartikelen tegen die het leren proberen in te delen in wat zinvol is en goed werkt en wat niet. Daarbij krijg ik vaak het volgende plaatje voorgelegd, dat aangeeft hoe effectief de verschillende vormen van overdragen zijn.

In het artikel is een schema opgenomen dat hier weg gelaten is, omdat het te veel ruimte in beslag neemt. Ik neem er dit van over: lezen scoort het laagst – tien procent – en iets zelf doen scoort het hoogst, tachtig procent Zien blijft steken op twintig procent en horen haalt de dertig procent. Met deze percentages moeten we kritisch omgaan, zegt Paul Smit.

Het vervelende van dit plaatje is dat het misschien wel goed aanvoelt, maar dat het helemaal niet klopt. Uit onderzoek blijkt er niets van dat mensenen dus ook kinderen, tieners en jongerenzo eenvoudig in elkaar zitten. (...) Het plaatje (...) doet geen recht aan de grote verschillen tussen mensen. En dus ook niet aan het gegeven dat God ons aan elkaar heeft gegeven om elkaar aan te vullen.

Dat het makkelijke plaatje niet klopt, betekent ook weer niet dat er niet allerlei verschillende manieren zijn die je kunt gebruiken om informatie over te dragen in onderscheiden situaties. Denk maar eens aan mensen als Nikodemus en Petrus en hoe verschillend zij door Jezus aangesproken worden. Jezus sluit volgens mij altijd aan bij de persoon die voor Hem staat: de moeder die vraagt om de kruimels van de tafel, de Samaritaanse vrouw, de rijke jongeman enzovoort.

De percentages kloppen dus lang niet altijd. Goed. Dat zal zo zijn. Wat mij echter opvalt, is dat horen beter scoort dan zien. Ik hoop dat dat wèl klopt.

Want ook in een dienst waarin plaatjes de verkondiging moet ondersteunen, blijft het toch draaien om het Woord dat verkondigd wordt, dus de preek.

Kennelijk moeten we er niet voetstoots van uit gaan dat wat we zien, de plaatjes, veel beter in het geheugen blijft hangen. Het advies van jeugdwerker Smit is dat we maatwerk moeten proberen te leveren.

In mijn eigen jeugdwerkactiviteiten probeer ik altijd een paar gezichten van kinderen voor ogen te houden wanneer ik met mijn voorbereiding bezig ben. Wat zou Jente hiervan oppakken, of Simon, of Deborah?

In mijn verhaal richt ik me dan vanuit een van de zes manieren tot hen, in de hoop dat ik hun recht doe in wie ze zijn.

Toegepast op de prediking zeg ik dan: het draait niet om het visuele, maar wel om de vraag of de preek een persoonlijke focus heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Preken horen en vergeten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's