De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Altijd dat kruis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Altijd dat kruis

Dr. A. van de Beek geeft geen goedkope antwoorden op grote levensvragen

5 minuten leestijd

‘Zeg niet dat God dit niet gewild heeft.’ Deze woorden staan in de jongste publicatie van dr. A. van de Beek Altijd dat kruis. Het boek laat zich lezen als een gepassioneerd persoonlijk relaas, al heeft het zeker ook het karakter van een theologische verantwoording.

Ds. L. Wüllschleger is predikant van de hervormde gemeente te Wijk bij Duurstede.

De geciteerde woorden zijn niet afkomstig van Van de Beek zelf, maar van een vrouw die geknakt is door de dramatische gebeurtenissen in haar leven. Zij maakt zich er niet vanaf door te zeggen dat God natuurlijk niets te maken heeft met het kwaad. Zij zegt het tegenovergestelde. Het klinkt als een aangrijpend ‘nochtans,’ een De profundis (Uit de diepten, Ps.130): alsjeblieft, ontneem me niet dat God in dit onbegrijpelijke aanwezig is…

God en het kwaad

De hele thematiek van het boek van Van de Beek komt samen in dat ene aangrijpende zinnetje: ‘Zeg niet dat God dit niet gewild heeft.’ Van de Beek laat zich diep in de ziel kijken. We worden deelgenoot van de worsteling die in heel zijn theologie voelbaar is. Hoe zit het met de relatie tussen God en het kwaad? Waar blijven wij met de gebrokenheid van het mensenbestaan? Wat moeten wij aan met de duisternis die in heel de geschiedenis te merken is? Hoe zit het met de vernietigende krachten die in de schepping liggen?

En daarachter: hoe is het met het God-zijn van God? Ik herinner me dat J.M. Hasselaar in de jaren zeventig tijdens een college over de soevereiniteit van God – en in dat kader ook over de relatie tussen God en het kwaad – de legendarische woorden sprak: ‘Moet ik dan geloven dat de Heere God zich af en toe even op de gang laat zetten?’

Hartgrondige worsteling

Goedkope oplossingen voor de vragen van het leven en de geschiedenis zijn er niet, want God heeft niet voor een goedkope oplossing gekozen. Het verzet tegen makkelijke redeneringen voel je overal in het werk van Van de Beek. Vooral vanwege deze hartstochtelijke toonzetting heb ik weinig behoefte om Van de Beek allerlei vragen te stellen over zijn theologische uitgangspunten. Het gesprek over die vragen is op allerlei manieren gaande.

Hier wil ik veel liever proberen iets te peilen van de hartgrondige worsteling die aan dit alles ten grondslag ligt. Niet vaak heb ik theologie gelezen die zo consequent met deze vragen bezig is én tegelijk ook zo zorgvuldig het geheimenis van God eerbiedigt. In dit boek, maar ook in zijn andere boeken weigert Van de Beek om de vragen van het leven op een goedkope manier te beantwoorden. Liever de vragen overeind gelaten dan te komen met versimpelde antwoorden. Dat zijn antwoorden die geen recht doen aan het leed en de pijn van het mensenleven, maar ook antwoorden die geen recht doen aan het God-zijn van God, antwoorden die ons een gesneden beeld van God presenteren, een gepolijst beeld, maar geen antwoorden die ons inleiden in de geheimenissen van God zelf.

Missionaire blik

Het is daarmee ook missionaire theologie bij uitstek. Van de Beek zoekt in zijn theologisch werk bloedserieus in te gaan op de vragen van mensen uit onze tijd en in onze context. Steeds is hij bezig om mensen op te zoeken waar ze zijn. De missionaire optiek is fundamenteel. Niet voor niets motiveert hij in de eerste inleidende zinnen van zijn boek het schrijven ervan op deze manier.

Ik weet heel goed dat Van de Beeks theologie juist om missionaire redenen regelmatig onder kritiek gesteld wordt. Hij gaat er zelf ook op in als hij de vraag stelt of dit allemaal geen ‘sombere theologie’ is. Altijd maar verwijzen naar het Kruis: maakt dat mensen niet neerslachtig? Dit is toch geen aantrekkelijke boodschap? Het is toch Pasen geworden?

Passie

Al lezend heb ik regelmatig teruggedacht aan een aantal jaren geleden, toen we bij de IZB bezig waren met de bezinning op de visie en missie van de organisatie. ‘Passie voor missie’ werd de leus die alles samenvatte. Dat betekende niet alleen dat er hartstocht is voor de missionaire roeping van de kerk. Het betekent vooral ook dat de passie voor de missie uitgaat. Passie heeft hier dan de betekenis van lijden, het lijden van Christus. Alleen vanuit het kruis komt er zicht op de missionaire betekenis van het Evangelie. Passie en missie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Pasen betekent niet dat de passie nu een afgesloten hoofdstuk kan worden. Pasen betekent dat de passie in het rechte licht komt te staan.

Theologie en levensvragen

Dit boek biedt in kort bestek heel veel. Het gaat in op de levensvragen van mensen, maar het behandelt evenzeer een aantal grote vragen uit de geschiedenis van kerk en theologie. Zo verbindt het theologie en leven: opnieuw een tweeheid die we nooit mogen opgeven.

Ik duid de inhoud summier aan met een willekeurige greep. De kern van de brieven aan de gemeente in Korinthe komt aan de orde (de betekenis van het kruis tegenover alle charismatische uitingen), de theologie van Marcion en Sabellius in de Vroege Kerk (over de neiging om een beeld van God te boetseren dat binnen ons denkraam past), het geheimenis van de incarnatie vanuit het perspectief van het kruis (de rode draad door heel Van de Beeks theologie), de betekenis van Israël in het handelen van God (niet in de eerste plaats proeftuin (Berkhof) maar vooral schouwplaats van Gods glorie), de waarde en met name de onwaarde van godsbewijzen voor geseculariseerde mensen, de supermarktkerk en de krampachtige neiging om ‘voor elk wat wils’ te bieden, een voorstel voor de opzet van een kinderbijbel (niet op volgorde van Genesis naar Openbaring, maar vanuit de evangeliën als hart van de Bijbel), het leven in de Geest van Christus (over vreemdelingschap midden ín deze wereld), over de zondagmorgen als paasmorgen (waarop de kerk principieel juist Jezus’ dood gedenkt in de eucharistia) en nog veel meer…

De laatste zin van het boek is een echo op het dogma als loflied: ‘Wie anders kan mijn leven, dat de volmaaktheid nooit bereikt, redden dan Hij die om ons mensen en om onze redding mens is geworden, die aan mijn leven en mijn dood stierf en met wie ik leef door de Geest?.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Altijd dat kruis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's