Geen oren, maar voeten
Pastoraat – Gemeente en conflict (2, slot)
Welk een antireclame voor het Koninkrijk van God als spanningen niet langer intern blijven en we – in het ergste geval – rollend over straat gaan en als biljartballen tegen elkaar opbotsen, hard en onbuigzaam. Hoe ver staan we dan af van de eerste gemeente, die respect afdwong in haar omgeving.
Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant.
Bij zijn afscheid van Brandwijk gaf ds. J.A.H. Jongkind zijn gemeente een bundeltje leerzame, praktische preken mee. Een enkel citaat uit Kinderen van één Vader. Preken over de zonen van Jakob: ‘…Het gaat ook over ons. (…) Er wordt op ons gelet. (…) Zijn wij Gods roem in deze wereld? Kan Hij trots op ons zijn? Deze vraag maakt ons misschien wat verdrietig.’ (pag.15) Het is te gemakkelijk om de vragen die ds. Jongkind stelt, snel ter zijde te schuiven en de aandacht te verleggen naar communicatiewetenschappen en psychologie. Slaan we dan niet een paragraaf over?
Egoïsten
Wat mij trof in de blog van collega M.J. Schuurman, die ik in mijn eerste artikel aanhaalde, was diens pleidooi voor zelfreflectie. Hij vraagt aandacht voor een van de eerste vragen uit de Heidelberger, namelijk of wij de wet van God volkomen kunnen houden. Het antwoord is bekend. ‘Nee, want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.’ Keer daarmee in tot jezelf, is zijn pleidooi. Het valt nooit mee, en zeker niet voor een predikant, te moeten erkennen: van nature ben ik geneigd God en mijn gemeente te haten, aldus ds. Schuurman.
Ondertussen sluit dat naadloos aan bij wat Paulus schrijft in Romeinen 3: er is niemand die goed doet. We zijn van nature egoïsten, mensen die zichzelf zoeken en bedoelen. Het Griekse woordje dat Paulus gebruikt voor ‘goed doen,’ heeft elders de betekenis van inschikkelijk, vriendelijk, handelbaar, bruikbaar zijn. De apostel beweert dus dat we vanuit onszelf onbruikbaar zijn voor God. We zijn bovendien ook niet zo inschikkelijk en vriendelijk richting onze naaste als waar we onszelf doorgaans voor houden. Volgens de gereformeerde ds. J. Overduin (1902-1983) ligt de diepste oorzaak van die onbruikbaarheid in onze liefdeloosheid, die dan weer voortvloeit uit ‘ons god-loos bestaan.’ Grote nadruk legt hij op de verlossing door Christus. ‘Wanneer wij gaan leven uit Gods liefde in Christus, dragen wij de vrucht van de Geest.’ Vervolgens gaat hij dieper op die negenvoudige vrucht in. Ze staat tegenover de zeventien (!) werken van het vlees. Overduin noemt die negenvoudige vrucht evenzo vele aspecten van de liefde. Samen vormen zij één vrucht. Hapert het ergens, dan duidt dat op een manco in onze liefde als vrucht van de Geest.
Spiegel en toetssteen
Wij kunnen ons karakter en onze psychische structuur tegen hebben, maar laten we dat niet als verontschuldiging aanvoeren voor onze hoekigheid, onverzettelijkheid en hoogmoed.
Jezus heeft heel wat geduld moeten hebben met Zijn discipelen. Beijverde Hij Zich om de minste te zijn, zíj wilden telkens weer de meeste zijn. Denk slechts aan hun verhitte discussie over de vraag wie de grootste in het Koninkrijk der hemelen is (Luk.22:25-27). Hij wijst hen in Zijn antwoord op een kind (Matt.18:1-5) en geeft hen op de laatste avond voor Zijn sterven een belangrijke les in nederigheid door hun voeten te wassen. Dat is duidelijk iets anders dan oren wassen. Hijzelf is vooral het voorbeeld van dienen. De omgekeerde wereld. Laat ieder die wil heersen goed notie van dit voorbeeld nemen en vooral deze les in zijn oren knopen, dat ons streven om de meeste te zijn haaks staat op het Koninkrijk van God. Ons wordt een spiegel en toetssteen voorgehouden.
Het gaat om uiterst serieuze zaken. Onze onderlinge verhouding staat nooit los van onze verhouding tot God en Jezus Christus. Ontbreekt het in ons kerkelijk samenleven niet te vaak aan de beoefening van de liefde, de eerste en voornaamste vrucht van de Heilige Geest? Wie niet liefheeft, is niet uit God, schrijft Johannes. Dat is scherp, maar wel heilzaam bedoeld. Laten wij ook ernst maken met 1 Korinthe 13. Jezus zegt: ‘Dit is Mijn gebod: dat U elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb’ (Joh.15:12). Let wel: Hij spreekt van niet minder dan van een gebod! Vervolgens wijst Hij op de liefde waarmee Hij de Zijnen liefheeft. Dat was geen goedkope liefde, maar liefde tot zondaren, tot vijanden. Wie pretendeert van die liefde te weten, wordt vervolgens opgewekt navolger van God te zijn (Ef.5:1). Jezus spreekt niet zonder reden de vredestichters zalig. ‘Ruzie maken is duivelswerk. Bokkigheid is ook uit den boze. Overal een kwestie van maken is de dood zaaien,’ waarschuwde ds.
Overduin. En: ‘Zeg niet te gauw: met die mens kan ik geen vrede houden. Vergeet niet, dat God in het offer aan het kruis met ons vrede heeft gemaakt en vrede met ons houdt. Deze heilige kunst moeten we van Gods liefde leren.’ Liefhebben betekent de bereidheid tot het brengen van een offer, en wel dat van het eigen ik.
Zouden wij in het licht van zoveel losmakingen (kerkbreed) en spanningen in kerkenraden en gemeenten misschien de Geest der liefde missen of tegenstaan?
Vrome koffievisites
Predikanten moeten, voordat ze zich de rol van slachtoffer laten welgevallen, eerst de hand in eigen boezem steken. Schuilt het grootste kwaad niet in eigen hart? Geldingsdrang, hoogmoed, niet de minste maar de meeste willen zijn? We laten ons de kaas niet van het brood eten en we laten nog minder over ons lopen. We zijn wel goed, maar niet gek. De duivel stookt dat vuurtje wát graag op. Beter is het bij Christus in de leer te gaan (Matt.11:29) en te wandelen door de Geest.
Wie een verborgen agenda hanteert, valse bedoelingen heeft en uiteindelijk niet geloofwaardig is, zaagt aan de poten van het vertrouwen. En waar het vertrouwen weg is, beginnen de moeilijkheden, omdat er geen gemeenschappelijke bodem meer is. Zien we het scherpe contrast met de liefde?
In de boven gedane oproep tot zelfreflectie spaar ik mijzelf niet. Daar hoort ook de vraag bij of mijn theologische bagage en oriëntatie veranderd zijn. Niet verdiept, wat alleen maar toe te juichen is, maar sla ik nog altijd op hetzelfde aambeeld? Heeft de Bijbel voor mij nog immer het gezag dat hij eerder ook had? Of zijn mijn dogmatische en ethische agenda gewijzigd? Dezelfde vraag dienen ook kerkenraadsleden zich te stellen en ieder die kritiek uit op de gemeente en het functioneren van predikant en kerkenraad.
Onze onderlinge verhouding staat nooit los van onze verhouding tot God en Jezus Christus
Tot de noodzakelijke en profijtelijke zelfreflectie behoort ook of ik als predikant kritiek op mijn preken, catechese en pastoraat niet oneerlijk pareer door die als vijandschap tegen de waarheid af te doen. Mijn preken kunnen inderdaad voorspelbaar zijn, mijn catechisaties onder bijbels, pedagogisch en didactisch niveau zijn en mijn pastoraat kan weinig meer inhouden dan vrome koffievisites. Misschien duld ik inderdaad geen tegenspraak, omdat ik mezelf spaar. Woeker ik met mijn talent(en), ben ik trouw, zonder aanzien des persoons? Juist in onze geseculariseerde samenleving moet en wil ik ‘voorbeeldig’ zijn.
Wat de gemeente betreft: zorgen wij met elkaar voor een veilige, warme sfeer waarbinnen de dominee werken kan? Of frustreren wij hem door hem steeds te vergelijken met zijn voorganger(s) of met anderen? Wrijven we hem zo fijntjes zijn door ons gesignaleerde tekortkoningen steeds onder de neus? Bidden wij nog oprecht, ootmoedig en met verwachting voor de predikant? Hij is beter af als hij gedragen wordt op het gebed dan op de handen van de gemeente, al sluit het een het ander niet uit.
Zijn we op de dominee ‘uitgekeken,’ stel dan vooral jezelf de vraag waarom hij bij ons geen goed (meer) kan doen. Had hij eerder ons vertrouwen wel, en waarom nu dan niet meer? Vertrouwen moet groeien, maar krijgt het die kans ook? Dat kan alleen als we ons aan elkaar geven.
Duivels plezier
Christus houdt Zijn gemeente in stand, maar laten wij oppassen niet te doen waar de duivel ons toe wil aanzetten: afbreken. Harde, wrede, valse kritiek spuien. ‘Als je hard bent voor je medemensen, hoe kun je dan bidden,’ vraagt ds. Jongkind terecht. Mij trof zijn waarschuwing voor ‘vechtersbazen, (…) principiële jongens,’ die met hun principes anderen ondertussen afbranden. En verder: ‘Een ambtsdrager staat helemaal aan de kant van God en ook helemaal aan de kant van de mensen. Partijganger is hij van niemand. Niet van een groep en ook niet van zichzelf.’
Als het inderdaad voor ieder christenmens zo ligt, is er nog maar een competitie in de kerk, en wel deze: ik zal de ander uitnemender achten dan mijzelf en het niemand gewonnen geven dat ik de grootste van de zondaren en de minste van de heiligen ben.
Dan zal het ook niet vals klinken als we zingen: ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer’ Zijn zegen…’ Ja, een zegen als ons leven onder de tucht van Jezus’ liefde en geduld staat.
‘Wanneer wij als dienaren van het Woord onze eigen belangen zoeken, staan we onszelf in de weg. Waar Christus u roept, daar moet u zijn. Uw roeping moet zo zwaar wegen dat u alles opzij zet wat getrouwe uitoefening van uw ambt in de weg staat. Misschien hebt u elders meer financiële armslag, maar God gaf u die gemeente waar u het met minder moet doen. Misschien kon u elders op meer eer en aanzien rekenen, maar God gaf u deze plaats om u nederig te houden. Lucht en levensklimaat zijn elders misschien beter, maar God gaf u deze gemeente. U zou wensen met vriendelijker volk van doen te hebben, u stoot u aan dit en dat. Strijd tegen uzelf en dwing uzelf, om getrouw te zijn op de plaats waar God u stelde. Vergeet uzelf als u God wilt dienen.’
Calvijn, Commentaar op Mattheüs 16
Denkduwtjes
- Er kan spanning komen door een geestelijk uiteengroeien – en hoe voer je dan het gesprek met elkaar?
- Geef de duivel geen voet, plaats, kans... (Ef.4:27)
- De vruchten van het geloof zijn heilige reclame voor God en Zijn dienst en de werfkracht van de kerk.
- Is het ook voor ons duidelijk wat de werken van het vlees zijn (Gal.5:19a)?
- Gezegend de gemeente, als de dominee haar genadig in Gods Naam de waarheid aanzegt, zonder aanzien des persoons.
- Bid oprecht en aanhoudend voor uw dominee en kerkenraad, dat niet uw wil, maar Gods wil geschiede.
- Leer uw criticaster beter kennen. Bid voor hem en zo mogelijk met hem. Zouden we bitter kunnen blijven naar iemand voor wie we bidden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's