Een trouwe Zaligmaker
Zondag 1 (Heidelbergse Catechismus)
‘Dat ik met lichaam en ziel niet mijzelf toebehoor, maar het eigendom ben van mijn trouwe Zaligmaker Jezus Christus (...).’ Het is een zegen wanneer God naar ons toekomt en Zijn vragen aan de orde stelt, of we er nu aan toe zijn of niet. De vraag naar ons ultieme houvast in leven en sterven is zo’n vraag. Via de catechismus geeft God Zelf ons antwoord.
Ds. H.J. Lam is predikant van de hervormde gemeente te Werkendam.
Kern van het antwoord is: ik ben niet van mijzelf, maar ben het eigendom van Christus. En dat totaal. Vandaar dat er staat ‘met lichaam en ziel’. Wat een vertroostende wetenschap is dit, want wat stelt ons lichaam voor? In de morgen van het leven bloeit het, maar het verlept in de avond. Dikwijls is het behept met ziekte, verslaving of een handicap. Tóch is het van Christus.
En onze ziel: van huis uit is het een landingsbaan van de boze, een schuilplaats van duistere gedachten. Tóch is ze van Christus. Nam Hij ons al niet in bezit bij onze doop, toen Hij ons bij name riep en zei: ‘Je bent van Mij.’
Trouw
Terecht dus dat Christus ‘trouwe Zaligmaker’ heet. Iemand Die zoveel hart voor ons heeft, Die ons met lichaam en ziel – hoe gehavend ze ook zijn – wil hebben, Die ons in leven en sterven niet loslaat, is Die niet weergaloos trouw? Christus’ trouw is vooral gebleken toen Hij ‘met Zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen heeft betaald’. Dat is het hart van het Evangelie.
Christus’ trouw blijkt ook daaruit ‘dat Hij mij uit alle heerschappij van de duivel heeft verlost’ ‘Mijn eigendom,’ grijnslachte de slang, toen hij Adam en Eva verleid had. Vanaf dat moment was iedereen zijn slaaf. Zodoende leven we in een bezeten wereld. In deze wereld komt het Evangelie: ‘Ik heb u uit alle heerschappij van de duivel verlost.’ Met deze woorden wordt de vlag van Christus’ overwinning hoog in top gehesen.
De boze
Dit Evangelie klonk destijds in de synagoge van Nazareth: ‘De Heere heeft Mij gezonden om gevangenen te prediken: je bent vrij!’ Dit Evangelie klinkt in antwoord 1. Zelf zitten we immers muurvast, nota bene door eigen toedoen. Maar dan is daar onze Heere Christus, Die door de verkondiging van Zijn Woord het vaandel van Zijn triomf op Pasen midden in ons leven plant. Vandaar dat we bidden:
O Heer, verlos mij uit de banden,
waarin de boze mij beknelt.
Zo blijven we dicht bij Christus en krijgt de duivel ons niet te pakken.
In alle nuchterheid: de boze lijkt nog heel wat invloed te hebben. Na Christus’ opstanding is hij weer opgekrabbeld en gedraagt hij zich woester en stoerder dan ooit, vooral tegenover wie belijdt Christus’ eigendom te zijn. Geen wonder dat ons geloof wankelt, twijfel ons heen en weer schudt, onze waakzaamheid te wensen over laat. Vallen we niet alsnog ten prooi aan de boze?
Christus’ bewaring strekt zich uit tot onze haren toe
Nee, want ‘Christus bewaart mij zó dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan’. Inderdaad, dat doet Christus ook. Ons lukt het niet. Soms zelfs denk je: kan ik achter heel dat geloof niet beter een punt zetten? Dan rest slechts dit ene, de belijdenis van onze Heidelberger: Christus bewaart mij. Mijzelf kan ik niet bewaren, integendeel. Daarom bidden we: ‘Heere, ik heb de omstandigheden niet mee, ik heb mijzelf niet mee. Wilt U dat doen: mij bewaren? Met Uw doorboorde handen hebt U mij gered uit de heerschappij van de duivel. Wilt U met die handen mij ook bewaren, midden in de wereld en de tijd waarin ik leef, met allen die mij lief zijn, met onze gemeente, met Uw kerk in ons land en wereldwijd?’ Dan grijpen we van tijd tot tijd naar Psalm 121, het lied van de Bewaarder.
Bewaring
Christus’ bewaring strekt zich uit tot het allerkleinste: tot onze haren toe. Zo formuleert de catechismus dat trefzeker in navolging van de Schrift. Het is niet de makkelijkste belijdenis. Is het echt de wil van mijn hemelse Vader dat ik in heftige stormen terechtkom? ‘O God, waarom? O Vader, wat doet U nou? Bent U wel een Vader? Bent U zo’n Vader?’ Maar dan verzekert Christus ons: ‘Toch is Hij je Vader. En Ik bewaar je, totdat Ik je in Mijn hemelse heerlijkheid heb gebracht.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's