Globaal bekeken
Onder redactie van prof. dr. E.A. de Boer en P. van de Breevaart verscheen in 2010 De onbekende Calvijn. Een veelkleurig portret. Daarin schreef dr. W.H.Th. Moehn een lezenswaardig artikel over ‘De reformatie van de doopnamen’. Een fragment over ‘problemen rond de doop’:
In Genève werd de doop bediend op zondag na het onderwijs uit de catechismus, of na de preek op een doordeweekse dag. Nu kon het gebeuren dat de familie van de dopeling pas op het laatste moment binnenkwam en de dienst verstoorde, of dat een gedeelte van de familie zelfs de kerk niet betrad, maar bij de deur van de kerk bleef staan, om vanaf die plaats de bediening van de doop gade te slaan.
Calvijn heeft op 1 juli 1549 namens het Consistorie aan de Raad gevraagd orde op zaken te stellen met betrekking tot deze zaak. De Raad besloot wachten te plaatsen, zodat het niet meer mogelijk was tijdens de eredienst door de kerk te lopen. Blijkbaar zijn de problemen daarmee niet opgelost, want enkele weken later merkt Calvijn in een preek over Jeremia 17:17-23 op: ‘Want wanneer wij de doop bedienen, wandelen sommigen rond en anderen praten over hun zaken.
Wij laten daarmee dus zien dat wij het teken volstrekt niet hoog aanslaan.’
Blijkbaar heeft de zaak Calvijn erg hoog gezeten, want een week later komt hij er weer op terug en verbindt deze handelswijze met de desinteresse voor de prediking die hij bespeurd heeft: ‘En vervolgens wanneer er sprake is van de sacramenten en we het sacrament van de doop bedienen, wandelen sommigen rond en wachten anderen bij de deur om een mens eer te bewijzen, en dat op zo’n wijze dat God er door onteerd wordt. En het schijnt hun toe dat het voldoende is dat zij aan het begin van de preek tot aan de deur gekomen zijn en zich vervolgens afwenden tot aan het einde van de preek. Waarlijk zulke gedachten doen de ronde: “Is het niet voldoende dat wij tot aan de deur gekomen zijn? Wat zouden wij hier wachten? Wij komen terug aan het einde van de preek”. Kijk, zo handelen wij!’
‘Nog maar een paar jaar en papieren kranten zijn curiositeiten’, staat te lezen op een zeshonderd pagina’s dik Testament van de Pers (Eburon, Delft 2016).
Daarin is een bonte verzameling van persfragmenten uit dag- en weekbladen bijeengebracht door Klaas Salverda. Onder stukken aangaande het protestantisme, een fragment over ‘kanselkoorts’ in NRC Handelsblad uit 1982:
Dominee H.A. Visser (Nederlands Hervormd, onder meer werkzaam bij de NCRV) schreef in de 45 jaar van zijn predikantschap tot nu toe naar eigen schatting zo’n 2000 preken en publiceerde 25 preekbundels. Hij vindt het maken van een preek nog altijd ‘zwaar werk’. ‘Het gebeurt weleens dat je in nood, als het echt niet lukt, zegt: Ik neem een preek van een ander, maar dat is een uitzondering, de meeste dominees beschouwen het als een erezaak om elke week met een eigen verhaal te komen. Een preek ontstaat pas echt op de preekstoel, want de gevoelens die een dominee op dat moment heeft, beïnvloeden zijn woorden. Ik ken veel dominees, die voor de dienst zeer nerveus zijn, ‘kanselkoorts’ hebben. Ik heb daar gelukkig nooit last van gehad, maar ik voel mij wel diep ongelukkig als ik van de kansel afloop, je staat in de kerk over het onuitsprekelijke te praten en dat is verlammend, want het wezenlijke, dat is niet in woorden te vangen. Een dominee is in zekere zin een scheppend kunstenaar – als hij geen pijn heeft na het houden van een preek, dan is hij een slecht prediker.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's