God Zelf
In De Waarheidsvriend van 3 oktober jl. schenkt mijn gewaardeerde collega dr. A.A.A. Prosman enige aandacht aan mijn laatste boek, Als God een vraag is. Mijmeringen in Mokum. Dank! Helaas deden enkele zinnen mij (en wellicht ook anderen) pijn. ‘De godheid van Christus is voor hem een brug te ver. Christus is niet God [...]. God komt dichtbij en toch staat Hij ten diepste overal buiten.’ Dat is te kort door de bocht, collega, dacht ik. Nooit heb ik beweerd dat Christus niet God mag heten. God is namelijk geen eigennaam, maar een titel. Kijk maar in Psalm 45, waar zelfs de gezalfde koning door God als God wordt aangesproken. Daarom heb ik ook geen moeite met de belijdenis van Thomas: ‘Mijn Heer en mijn God’. In mijn boek Het kruislabyrint heb ik daar uitvoerig over geschreven.
Dat neemt niet weg dat collega Prosman terecht heeft waargenomen dat ik de Vader en de Zoon niet zonder meer op één niveau plaats. Jezus is, cf. Maleachi 3:1, de engel naast God. Weliswaar zijn ze in de Geest één, maar toch zegt Jezus: ‘De Vader is meer dan Ik.’ Logisch: er is geen wijnstok die zich verbeeldt dat hij de landman is. Dat Jezus de titel God met ere mag dragen, dankt Hij aan zijn zalving én aan het feit dat een gezant in het oude oosten vrijwel gelijkgesteld werd aan zijn zender. Daarom staat de Vader zeker niet ‘overal buiten’. Integendeel. Omdat zijn Zoon Hem ten volle vertegenwoordigt, komt in Hem God zelf naar ons toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's