De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Trouw tot aan de dood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Trouw tot aan de dood

In de geschriften van Guido de Brès klinkt de echo van Calvijns stem

8 minuten leestijd

Guido de Brès (ca. 1522-1567) kennen we als een van de predikanten in de Zuidelijke Nederlanden die zich zeer gepassioneerd ingezet heeft voor de reformatie van de kerk. Een reformator wil een gids zijn die met overtuigingskracht de weg naar de Bron wijst.

Dr. W.H.Th. Moehn is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het gereformeerd protestantisme vanwege de Gereformeerde Bond aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU – vestiging Amsterdam) en predikant van de hervormde wijkgemeente Centrum te Hilversum.

De Belgische De Brèskenner Émile Braekman (1924-2013) heeft zijn postuum uitgegeven boek als titel meegegeven Een reformator in België en in het noorden van Frankrijk. Reformator is een eretitel die hij deelt met onder andere Luther, Calvijn en Zwingli.

In dit artikel staan we stil bij de belangrijke rol die De Brès’ oudere tijdgenoot Johannes Calvijn gespeeld heeft als leermeester. Tegelijk zien we hoe De Brès studeerde en als theoloog te werk ging.

Wapen

Omstreeks 1547 gaat De Brès over tot de Reformatie en reeds een jaar later moet hij samen met andere geloofsgenoten naar Engeland vluchten. Hier ontvangt hij zijn eerste scholing als theoloog. In 1552 keert hij terug naar zijn vaderland en dient als rondreizend prediker vooral de gemeente van Lille. In 1555 treedt hij voor het voetlicht met een boekje getiteld Le baston de la foy (Het wapen van het christelijk geloof). Vervolgingen dwingen hem opnieuw te vluchten. In de zomer van 1556 houdt hij zich op in Frankfurt am Main om vervolgens verder te reizen naar Lausanne en Genève. Daar wil hij zich grondiger in de theologie verdiepen.

In Genève geeft Calvijn zijn openbare lessen aanvankelijk in het zogenaamde auditorium. Pas op 5 juni 1559 wordt de Academie officieel ingewijd. Vele studenten zullen daar hun opleiding tot predikant ontvangen. In het Boek van de rector ontbreekt echter ieder spoor van de naam van De Brès. Waarschijnlijk heeft hij aan het einde van 1559 de stad verlaten om zijn werk in de Nederlanden voort te zetten.

Een jaar na zijn terechtstelling op 31 mei 1567 verschijnt een boekje over zijn proces en martelaarschap. In de inleiding lezen we hoe belangrijk de studietijd in Lausanne en Genève is geweest: ‘Wat betreft de geleerdheid waarmee God hem verrijkt had sinds Hij hem te Genève en Lausanne had laten studeren, het is niet nodig daar veel over te zeggen, omdat niet alleen zijn laatste disputen in dit boek er getuigenis van geven en tot bewijs strekken van zijn getrouwheid; maar ook een bloemlezing die hij gemaakt heeft van de oude leraars, getiteld Het wapen van het geloof.

Bij Calvijn

Wanneer we zo weinig weten over de studietijd bij Calvijn, hoe kunnen we dan toch spreken over een leerling van Calvijn? Om die vraag te beantwoorden is het nodig dat we wat nauwkeuriger kijken naar Le baston. In dit Franse boekje heeft De Brès vele citaten van kerkvaders verzameld om daarmee zijn gemeenteleden van een goede ‘wapenrusting’ te voorzien wanneer zij ondervraagd zouden worden door de Inquisitie. De Brès heeft deze citaten niet zelf vertaald in het Frans, maar hij vond ze in de Franstalige boeken die hij bestudeerde. We kunnen ons voorstellen hoe hij al studerend aantekeningen heeft gemaakt en de citaten die hij goed kon gebruiken, geordend heeft om ze vervolgens uit te werken in zijn boek.

Onderzoek heeft uitgewezen dat De Brès meer dan vijftig citaten van kerkvaders in Calvijns Institutie heeft gevonden.

Natuurlijke godskennis

Maar er valt nog meer te zeggen. Ook daar waar De Brès zelf de pen ter hand heeft genomen en van zich laat horen, heeft hij dankbaar gebruik gemaakt van hetgeen hij bij Calvijn al lezend was tegengekomen. Laten we eerst luisteren naar Calvijn. In boek I, hoofdstuk 3 van de Institutie begint hij met de aard van de natuurlijke godskennis: ‘Dat er in de menselijke geest van nature een zeker besef van Gods bestaan aanwezig is, achten wij niet voor discussie vatbaar. Om te voorkomen dat iemand zijn toevlucht zou nemen tot het voorwendsel dat hij niets van God weet, heeft God zelf namelijk bij allen een bepaald begrip van Zijn goddelijke macht ingeplant. Door de gedachte daaraan steeds weer te vernieuwen laat Hij telkens nieuwe druppels van dat besef in de geest afdalen, opdat alle mensen op grond van hun eigen getuigenis het oordeel over zich afroepen, omdat zij Hem niet gediend en hun leven niet aan Zijn wil toegewijd hebben.’

In 1558 bewerkt De Brès nog een keer grondig de tekst van Le baston. Aan de bestaande tekst voegt hij drie nieuwe hoofdstukken toe over God de Vader, Jezus Christus en de Heilige Geest. Het kan niet anders of De Brès heeft de Institutie bij de hand gehad toen hij het nieuwe hoofdstuk over God en Zijn eigenschappen schreef (in het Frans blijkt dit nog veel duidelijker dan in het Nederlands): ‘In het begrip van de mensen is er door natuurlijke ingeving een besef van Gods bestaan. De Heere heeft namelijk aan iedereen enig begrip gegeven van Zijn majesteit, opdat niemand onwetendheid zou kunnen voorwenden; en opdat iedereen, wetende dat er een God is en dat Hij hun Schepper is, door zijn eigen getuigenis veroordeeld zou worden, dat zij Hem niet geëerd hebben en hun leven niet hebben gewijd aan het doen van Zijn wil.’

Na zo’n regel zouden we volgens de huidige maatstaven een voetnootje verwachten in de trant van ‘Met dank aan Calvijn. Zo zijn er meer voorbeelden te geven die duidelijk maken dat De Brès schatplichtig is aan Calvijn. Vanuit deze tekst loopt er een lijn naar artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘Dit alles (namelijk het prachtige boek van de schepping) is voldoende om de mensen te overtuigen en hun elke verontschuldiging te ontnemen.’

Geloften doen

In 1555 had De Brès ook een hoofdstukje geschreven over het doen van geloften. Drie jaar later heeft hij aan het bestaande hoofdstuk behoorlijk wat tekst toegevoegd. Ooit heeft Braekman die nieuwe tekst gepresenteerd als een tekst van De Brès’ eigen hand. We horen daarin als het ware zijn stem.

Voortgaand onderzoek heeft evenwel aan het licht gebracht dat ook hier duidelijk blijkt dat hij Institutie IV.13.4-5 bij de hand heeft gehad. Het zou te ver voeren om nog een keer Calvijn en De Brès achter elkaar het woord te geven. We luisteren alleen naar De Brès en wie dat wil, kan daar gemakkelijk de tekst van Calvijn naast leggen: ‘Wat betreft de andere twee soorten geloften, men doet vaak geloften om er beter voor te zorgen gevaren te ontlopen of om meer gezet te zijn tot de plichten. Bijvoorbeeld, als iemand zich geneigd ziet tot iets verkeerds, dat hij geen maat kan houden in een zaak die op zichzelf goed is, dan zal hij er niet verkeerd aan doen als hij voor een tijd afziet van het gebruik van zo’n zaak. Bijvoorbeeld van een kledingstuk als hij dit niet kan gebruiken zonder ijdele eer. Zo ook als iemand nalatig is in het doen van zijn plicht voor wat betreft het ambt van een christen, dan kan hij zijn achteloosheid verbeteren door zich met een gelofte te verplichten dat te doen wat hij gewoon is te vergeten.’

De laatste woorden laten zich voor christenen vandaag gemakkelijk actualiseren, wanneer we bijvoorbeeld denken aan de moeite die het kost om in de hectiek van het leven de rust voor de ziel te vinden.

Een gelofte kan helpen de stille tijd die er zo gemakkelijk bij inschiet, scherp in beeld te houden.

Gids naar de Bron

We hebben laten zien hoe De Brès zich een toegewijd leerling van Calvijn heeft betoond. In het profiel van een reformator past niet dat hij naam wil maken met eigen inzichten of scherpzinnigheden. Hij wil geen nieuwe leer uitdragen, maar een gids zijn die met overtuigingskracht de weg naar de Bron wijst.

Het valt te betreuren dat de uitgevers van psalmboeken alleen de tekst van de Nederlandse Geloofsbelijdenis opnemen en niet de aanbiedingsbrief aan koning Filips II. Daar wordt op een indringende manier duidelijk hoe De Brès te midden van het vuur van vervolging vast heeft willen houden aan de Naam van de Heere: ‘Wij zijn, zo zegt men, ongehoorzame oproerlingen, die niets anders begeren dan alle staatkundige orde af te breken, verwarring in de wereld te weeg te brengen en niet alleen ons vrij te maken van uw gezag en macht, maar zelfs u de scepter uit de hand te rukken... Zo protesteren en betuigen wij nu voor God en Zijn engelen, dat wij niets meer begeren dan gehoorzaam aan de overheden in zuiverheid van geweten te leven, God te dienen en ons naar Zijn Woord en heilige geboden te hervormen.’

Ziedaar het profiel van degene die toen en nu een leerling van de reformatoren wil zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Trouw tot aan de dood

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's