Boaz en Ruth
Rembrandt van Rijn en de Bijbel (1)
Dit jaar is het 350 jaar geleden dat Rembrandt van Rijn (1606-1669) overleed. Op tal van manieren wordt in musea extra aandacht de beroemde kunstenaar besteed. Hij was een meester in het afbeelden van bijbelse figuren.
Ds. D.M.van de Linde uit Rotterdam is emeritus predikant. Over twee weken deel 2 in deze serie, over Rembrandts schilderij ‘De gelijkenis van de werkers van het laatste uur’.
Rembrandt is vooral beroemd vanwege zijn olieverfschilderijen, de weergaloze manier waarop hij speelde met licht en donker. Ook met zijn pentekeningen wist hij veel te zeggen, slechts in een paar lijnen.
Sober
‘Geef de omslagdoek die u draagt, en houd hem op. En zij hield hem op. En hij mat zes maten gerst af en legde die op haar.’ (Ruth 3:15)
De afbeelding waarop Rembrandt Boaz en Ruth tekende, is sober. Hij bracht geen achtergrond aan. Soms zie je op de werken van de hand van de Hollandse meester een omgeving of een landschap maar dat ontbreekt hier volledig. Deze soberheid dient om door te dringen tot de kern, waarop alle aandacht wordt gevestigd. Het gaat hier om de twee figuren en de handeling die wordt verricht. Niets mag daarvan afleiden.
Zingever
Dit tafereel komt uit een van de geschriften. De Hebreeuwse Bijbel bestaat uit de Tora, de profeten en de geschriften. In de Tora spreekt de Heere rechtstreeks, in de profeten spreekt Hij door de stem van mensen en de geschriften zijn vooral antwoord op de Openbaring. In het boek Ruth gaat het over ‘het gewone leven’ (Miskotte). Dit bijbelboek werd rond Pinksteren gelezen. Heidenen zijn welkom bij de God van Israël.
Bijbelillustrators kunnen een reeks van gebeurtenissen achtereen weergeven, een kunstenaar is daarentegen gedwongen één moment uit een gebeuren te kiezen. Daarmee is hij of zij meer een zingever dan een verslaggever. Rembrandt tekent hier het moment, waarvan aan het eind van het derde hoofdstuk van het boek Ruth wordt verhaald. Daaraan is, wat betreft de ontmoeting van Ruth met Boaz, het één en ander voorafgegaan. Om te beginnen het moment, waarop Boaz stem geeft aan wat Ruth heeft gedaan voor haar schoonmoeder, na de dood van haar echtgenoot.
Bovendien geeft Boaz woorden aan de geloofsdaad die Ruth heeft gesteld. Haar vader en moeder verliet ze, alsmede het land van haar geboorte. Als er iets stevig bindt, is het de band van bloed en bodem. Tot in de taal toe is er een verband met aartsvader Abraham. Diepe bewondering voor Ruth klinkt in Boaz’ woorden door.
Ruimhartig
Zou Rembrandt hem daarom weergeven in een enigszins gebogen houding, waardoor Ruth boven hem uitsteekt? Zeer sprekend is vooral de royaliteit van Boaz’ gebaar. Bijna buitenproportioneel groot is het vat, waarin de gerst is verzameld en waaruit hij deze uitgiet. Ruimhartig stort Boaz zes maten gerst uit op het kleed dat Ruth met twee handen vasthoudt. Een kleed of kledingstuk zoals een omslagdoek is iets van jezelf, het zit je op de huid.Uitgebeeld wordt hier het ‘op haar’ leggen van de zes maten gerst.
Boaz moet zich inspannen, kracht zetten om de gerst uit te storten op het kleed. Volgens Rembrandts weergave vergt het veel van Boaz. Hij deelt uit tot het vat leeg is. Ruth hoeft het slechts te ontvangen, ze pakt met beide handen aan wat haar geschonken wordt.
Vorstelijke bedelaar
Opvallend is ook hoe Rembrandt Ruth afbeeldt. Een vreemdelinge is ze, meer bekeken dan echt gezien. Bovendien is ze een mensenkind dat haar hand moet ophouden. Rembrandt verstond de kunst bedelaars af te beelden. Het valt op dat hij, in tegenstelling tot andere kunstenaars, mensen die hun hand op moeten houden respectvol afbeeldt. Dat geldt wel in het bijzonder voor Ruth. Zij is hulpbehoevend, maar wordt afgebeeld als een vorstelijke figuur. Dat zal zijn vanwege het respect dat ze van Boaz geniet, vanwege het geloof en de trouw die ze aan de dag legde. Het getuigt wellicht ook van Rembrandts vertrouwd zijn met het bijbelse begrip ‘gerechtigheid’.
Gerechtigheid is de armen laten delen van de opbrengst van het land en dat niet als een gunst, waar de ontvanger zich heel klein door diende te voelen, maar als een daad van gerechtigheid. Hier wordt geen hulp geboden die vernederend is, waardoor je je zelfrespect verliest, maar een helpende hand waardoor je verhoogd wordt.
Wachtenstijd
Soms geeft de Hollandse meester op zijn werken een interventie vanuit de hemel weer door middel van een engel. Dat doet hij vanzelfsprekend doorgaans wanneer de Bijbel daarvan melding maakt. Een dergelijk ingrijpen van boven hoort evenwel ook in de Bijbel niet tot de dagelijks voorkomende gebeurtenissen.
Vaker is er sprake van het ontvangen van een glimp uit de hemel in de ontmoeting met een medemens – een medemens die iets weerspiegelt van Wie de levende God is. Dat is op deze tekening wel zeer duidelijk. In Boaz ontmoet Ruth een weerglans van Israëls God. De kerk heeft in Boaz, de losser bij uitstek, Jezus Christus gezien, het vleesgeworden Woord. Hij, Die kracht zet, Zich inspant, Die dient, Zich volkomen leeg giet. Zes maten gerst schenkt Boaz aan Ruth. Zeven is het volheidsgetal. Het getal van de voltooiing, de volkomen zekerheid, zoals de zes dagen uitlopen op de zevende dag. Zes is bijna zeven. In de zes maten gerst helpt Boaz Ruth de wachtenstijd door.
Het valt niet mee in vertrouwen te wachten. Wachten betekent zelf niets meer kunnen doen, volledig uit handen geven. De losser zet kracht, spant zich in, giet zich dienend, volkomen leeg.
Het vergt veel van Christus om ons de wachtenstijd te doen volharden, totdat Zijn Rijk aanbreekt. Maar die grote inzet heeft Hij er voor over.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's