Dichtbij brengen
Jongeren herkennen zich in de Psalmen
De Psalmen zijn bij uitstek liederen voor jongeren. Jongeren voelen zich verward en zoeken naar houvast. Ze hebben veel vragen over het geloof. Ze zouden graag meer van het geloof willen ervaren. Je kunt er zo een analyse van de (kerkelijke) jongerencultuur naast leggen.
Herman van Wijngaarden is conceptontwikkelaar catechese, tiener- en jongerenwerk bij de HGJB.
Dogma’s zijn aan hen meestal niet besteed, ze zoeken veel meer naar authenticiteit, naar geloof dat beleefd wordt in de strijd van het gewone bestaan. Het zit allemaal ook in de Psalmen. Denk bijvoorbeeld aan het aangevochten vertrouwen van Psalm 13. Of aan het verlangen naar God van Psalm 42. Het enthousiasme van Psalm 150 is een derde voorbeeld dat jongeren aanspreekt.
Daarom nogmaals, de Psalmen zijn bij uitstek liederen voor jongeren.
Actualiteit
Over de actualiteit van de Psalmen voor jongeren hoeven we ons dus geen zorgen te maken. Jongeren herkennen zichzelf erin. Alleen, dat geldt niet zonder meer... We zullen in de kerk ons best moeten blijven doen om de inhoud van deze eeuwenoude teksten dichtbij jongeren te brengen. Hoe we dat kunnen doen? Heel eenvoudig: we moeten ze 1. blijven zingen, 2. met jongeren lezen, en 3. gebruiken in de verkondiging.
Psalmen voor nu
Jongeren houden van de inhoud van de Psalmen.
Een aantal psalmen uit het project ‘Psalmen voor nu’ zijn toppers op jongerenbijeenkomsten. Denk aan het bekende ‘Wat hou ik van Uw huis’ (Psalm 84) en vooral ook aan het prachtige ‘Ik val niet uit zijn hand’ (Psalm 16). Maar ja, dat is wel ‘Psalmen voor nu..., een Nederlands project dat alle psalmen op nieuwe muziek heeft gezet, in een vertaling die aansluit bij het taalgebruik van de 21e eeuw. Niet elke vertaling is even sterk, maar er zitten verrassend mooie tussen.
Hier stuiten we ondertussen wel op een probleem.
Jongeren houden van de inhoud van de Psalmen, maar velen van hen niet van de berijming van 1773 en zelfs niet van de berijming van 1968. De taal is veel te oud (‘Huh, wat is nou ‘stiet zelf dit rot?’ Ps.27:1) en nou ja, ‘ze zingen gewoon niet lekker...
Het is dan ook een goede zaak dat de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken in 2016 besloten heeft een onderzoek te doen naar de zingbaarheid van de Psalmen, juist ook voor jongeren. Als het goed is, komt dat onderwerp op hun komende synode terug.
Diane Palm, samensteller van de HGJB-bundel Op Toonhoogte (editie 2015), signaleerde dit probleem destijds ook in een interview in het HGJB-blad Generator: ‘Waar het vaak op vastloopt, zijn de klassieke melodieën en woorden. We zullen ze daarom op nieuwe manieren moeten ontsluiten. Als HGJB stimuleren we uiteraard dat jongeren de Psalmen op de ‘bekende’ manier (leren) zingen, maar in Op Toonhoogte willen we ook laten zien dat je de inhoud van de Psalmen op meerdere manieren kunt bezingen, zowel in de Geneefse vorm als in vormen van nu.’
Wil een preek over de Psalmen bij jongeren overkomen, zal hij moeten starten bij hun leefwereld
Leessleutels
Behalve dat we de Psalmen gewoon met jongeren moeten blijven zingen, moeten we ze met hen lezen in de catechese en het jeugdwerk. Het psalmboek is een goudmijn voor het doen van gezamenlijke bijbelstudie. Achteraf verraste het ons dat bijna vijftien procent van de bijbelstudies in de nieuwe HGJB-catechesemethode Leer & Leef uit de Psalmen kwam. Maar gezien het bovenstaande is dat ook wel begrijpelijk.
Het komt er daarbij wél op aan hoe je bijbelstudie doet. Juist bij psalmen moet het accent in de vraagstelling veel meer liggen op het hart (het gevoel) dan op het verstand. Verder is het belangrijk dat jongeren geschikt gereedschap in handen krijgen. Omdat psalmen op een bepaalde manier moeilijker lezen dan bijvoorbeeld een geschiedenis, komen ze op jongeren al gauw over als een brij van woorden. Ze hebben dan een leessleutel nodig die hen helpt om het gedeelte te ‘openen.’
Bij de HGJB hebben we ontdekt dat bijbelstudies over de Psalmen zeer gebaat zijn bij onze SOLVAT-methode (Stil worden – Open handen – Lezen – Vragen stellen – Antwoorden – Toepassen).
Kernwoorden van deze methode zijn: persoonlijk, zelfstandig, actief en samen – allemaal woorden die belangrijk zijn bij het lezen van de Psalmen. Zomaar een voorbeeld. Psalm 145 is een loflied op de Heere, waarin tieners aanvankelijk alleen maar een woordenbrij kunnen zien. Het wordt anders wanneer je hen eerst op een rij laat zetten welke eigenschappen van God David hier allemaal noemt (Zijn grootheid, barmhartigheid, rechtvaardigheid, enz.). Vervolgens laat je hen een paar persoonlijke vragen beantwoorden, zoals: over welke eigenschap wil je iets vragen, welke eigenschap vind je het mooist, welke eigenschap van God zou je graag beter willen leren kennen? Deze vragen kunnen prachtige gesprekken opleveren!
Zo’n bijbelstudie mag ook schuren. Psalm 119:129-136 zal tieners en jongeren aanvankelijk vreemd overkomen (hoezo: ‘Ik verlang naar Uw geboden’?). Maar juist daarom kunnen deze verzen ons veel zeggen, bijvoorbeeld aan de hand van de leessleutel 4 x B: wat wil je naar aanleiding van deze verzen Bedenken (onthouden); wat wil je als schuld Belijden; waarvoor wil je Bidden; en waarvoor wil je God Bedanken?
Inductief preken
Ten slotte is het belangrijk dat we voor jongeren over de Psalmen preken. Dat zal natuurlijk op brede instemming kunnen rekenen, want wie zou hier op tegen zijn? Maar ik denk dat daarbij méér rekening gehouden kan worden met de aard van de Psalmen én met de manier waarop jongeren de Psalmen beleven. Wat ik nu ga zeggen, zullen voor sommige predikanten ‘open deuren’ zijn, voor andere bevat het hopelijk toch iets om over na te denken. Het is hoe dan ook in de praktijk niet vanzelfsprekend. Wil een preek over de Psalmen bij tieners en jongeren overkomen, zal hij in het algemeen inductief moeten zijn, dat wil zeggen: in praktische zin startend bij de leefwereld van jongeren, uitgaand van één thema dat ze herkennen. Bijvoorbeeld: ‘Veel jongeren maken wel eens mee dat ze het idee hebben dat God er niet is. Ze bidden om hulp in problemen, maar er gebeurt helemaal niks. David had die ervaring ook en hij is daar heel eerlijk over. Dat lezen we in Psalm 13. We ontdekken dan tegelijkertijd een paar bijzondere dingen. Hoe kan David deze dingen zeggen? En hoe zouden wij die dingen misschien óók kunnen leren zeggen?’
Meedenken
Belangrijk is ook dat de jongeren worden uitgedaagd om tijdens de preek mee te denken. Bij een preek over (een gedeelte uit) Psalm 139 kan de volgende opdracht gegeven worden: ‘Voordat ik verder ga met de preek, vraag ik jullie om voor jezelf het vers te kiezen waarbij je je het meest veilig voelt, én de tekst waarbij je je het minst veilig voelt.’ Deze opdracht kan gewoon in stilte gedaan worden – en waarom zou er ook niet letterlijk even stilte in de dienst voor gehouden kunnen worden? Daarna gaat de predikant verder – over ‘veilige’ en ‘onveilige’ teksten in deze psalm. De jongeren zullen met extra aandacht luisteren.
Natuurlijk zit er in de Psalmen veel dat voor jongeren (in eerste instantie) onduidelijk is. Ik denk dat we jongeren mogen leren om in de Bijbel niet te blijven steken bij wat ze niet snappen, maar om vooral na te denken en te bidden over wat ze wél snappen en herkennen. Daar hebben we meer dan genoeg aan – ook in de Psalmen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's