De wet is een veilig hek
Het belang van de geboden (1)
In onze mondige tijd, waarin we zelf graag autonoom willen zijn, heeft het woord ‘gebod’ en vooral het woord ‘wet’ veelal een negatieve klank. Het krijgt al snel het etiket ‘wettisch’ en ‘raak niet, smaak niet en roer niet aan’. Maar de wet heeft wel degelijk een mooie kant.
Ds. H. Liefting uit Gouda is emeritus predikant en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Volgende week het slot van dit tweeluik, over de plaats van de waarden en inzettingen van het heilig Evangelie in onze cultuur.
Lees het Oude Testament er maar op na en let er maar eens op hoe blij Joden met de wet omgaan. Ze hebben er een heel feest omheen gemaakt, Simchat Torah. Ik denk ook aan Psalm 119. Daarin worden Gods geboden op zo’n manier bezongen dat je er gewoon blij van wordt. De wet is eigenlijk een veilig hek om onze levenstuin. Daarbinnen is het veilig.
Wat opvalt, is dat in ons jaarthema ‘Heilig Evangelie, heilig gebod’ de wet achteraan staat. Dat is niet zomaar gebeurd. Het gebod is immers onderdeel van het Evangelie. Dat zien we aan de Tien Geboden, die inzetten met woorden van bevrijding.
Toch is er ook wat voor te zeggen om het thema om te draaien: ‘Heilig gebod, heilig Evangelie’. Want als we het Evangelie vooropzetten, dan is de wet eigenlijk alleen nog leefregel voor de christen, regel der dankbaarheid. Maar de wet is ons ook gegeven om ons te ontmaskeren. Om onze ellende te leren kennen. Daarom is het goed om eerst over het heilig recht van God te spreken.
Het onheilige
Jesaja 6 is veelzeggend in dit verband. Daar lezen we over het sterfjaar van koning Uzzia, de koning bij wie het allemaal zo triest afloopt. Wat begon zijn regering mooi. Hij dient de Heere en God zegent hem en zijn regering. Totdat hij hoogmoedig wordt en vindt dat hij zelf het wierookoffer in de tempel mag aansteken. Als hij in dit verband ernstig gewaarschuwd wordt, wordt hij vreselijk boos. Plotseling treft hem dan een ernstige huidziekte, waaraan hij uiteindelijk sterft.
Te midden van dit ingrijpende gebeuren wordt de profeet een blik gegund in de hemel. Hij ziet de Heere zitten, op een hoge en verheven troon. En de zomen van Zijn gewaad vullen de tempel.
Daarboven ziet de profeet serafs, allemaal met zes vleugels. De ene seraf roept de ander toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heere van de legermachten, heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid.’ De heilige God kan de onheiligheid van koning Uzzia niet verdragen. Hij kan geen gemeenschap hebben met het onheilige.
Wat een wonder dat de Heere ons, om ons voor dergelijk onheil te beschermen, Zijn heilige geboden heeft gegeven. En net zo’n wonder is het dat Hij ons ook het heilig Evangelie schonk om Hem en Zijn inzettingen en genade en verzoening te leren kennen.
Leermeester
Intussen is het dus goed om eerst over het heilig recht van God te spreken, want als we met de wet als richtlijn voor de dankbaarheid beginnen, kunnen we zomaar proberen zelf te gaan bouwen op de werken van de wet. Dan kan het zijn dat we onze werken gaan beschouwen als fundament voor onze zaligheid, terwijl we worden vrijgesproken door het geloof, en niet door de werken van de wet.
Zolang we niet wederom geboren zijn, hebben we de wet nodig als ‘leermeester tot Christus’. De Statenvertaling gebruikt het woord ‘tuchtmeester’, waarin we het woord ‘trekken’ nog horen (Gal.3:24). De wet overtuigt ons van zonde, en drijft ons uit tot Christus en Zijn gerechtigheid om vanuit het nieuwe leven uit Hem te leven naar Zijn geboden. Dit gebeurt dan uit liefde tot Hem, Die al onze liefde waard is.
Het gaat erom dat onze gerechtigheid overvloediger is dan die van de schriftgeleerden. Het is de Heere niet te doen om de buitenkant, de vormendienst, onze verdiensten en eigen gerechtigheid, maar om ons hart. Het gaat erom dat de wet door de Geest wordt geschreven in de tafels van ons hart. Alleen zo is de wet bron van vreugde en verheugen we ons naar de innerlijke mens in de wet van God.
Jezus’ omgang met de wet
Belangrijk is vooral ook hoe Jezus met de wet is omgegaan. We vinden bij Hem nergens een pleidooi voor afschaffing van de wetten van Mozes. Hij zegt duidelijk in de Bergrede dat Hij niet gekomen is om de wet of de profeten af te schaffen, maar om die te vervullen. Hij heeft de wet zelfs volkomen nageleefd, tot de jota’s en de tittels toe. Bovendien radicaliseerde Hij de geboden: ‘U hebt gehoord dat er gezegd is (...), Ik zeg u echter...’ Hiermee drong Hij door tot de geestelijke kern van de wet.
Het mag duidelijk zijn dat de cultuswetten hun relevantie verloren hebben door het offer van Christus. Nadat het volmaakte offer van het Lam Gods is gebracht, hoeft er geen bloed meer te vloeien. Dan blijft echter nog wel de vraag over hoe het toch zit met de andere wetten. Want ook die heeft Jezus vervuld, oftewel tot voltooiing gebracht.
Iets wat tot voltooiing is gebracht, moet je echter niet afschaffen maar juist in gebruik nemen. We kunnen hierbij denken aan een prachtige kathedraal, die na jaren zware arbeid eindelijk klaar is. Dan kan deze dankbaar in gebruik genomen worden en kan er van genoten worden. Zo is het ook met het gebod. Het gaat hierbij niet om slaafse dienst, maar om een liefdedienst. Wie uit Christus leeft, wil niet anders dan doen wat Hij gedaan heeft.
Bovendien belooft Jezus: ‘Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.’
Paulus’ visie
Laten we vervolgens even letten op Paulus. Als we zijn brieven erop naslaan, valt het op dat hij soms negatief over de wet spreekt. Ik snap dat ook wel. Hij moest erachter komen dat we niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, zonder het geloof in Christus. In Galaten 3 schrijft hij dat de wet niet meer is dan onze leermeester tot Christus, opdat we als zondaren aan Zijn voeten terechtkomen en door het geloof gerechtvaardigd worden. En dat we daarna die leermeester, die ons naar Christus uitdreef, niet meer nodig hebben.
Paulus heeft nooit bedoeld om de wet in morele zin buiten werking te stellen
In 2 Korinthe 3:7 heeft de apostel het zelfs over de wet, die met letters in stenen is gegrift. Dat noemt hij de ‘bediening’ oftewel de ‘bedeling’ van de dood. Hij stelt zelfs dat de letter (van de wet) doodt, maar dat de Geest levend maakt.
In Romeinen 7 zegt hij nota bene dat we (door het geloof) ontslagen zijn van de wet. We zijn gestorven aan dat waaraan we vastgeklonken zaten, opdat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest. Als we van hieruit zouden denken dat een wedergeboren christen de wet aan de kant kan schuiven, hebben we het mis. Paulus heeft nooit bedoeld om de wet in morele zin buiten werking te stellen. In zijn brieven verwijst hij uitdrukkelijk naar Gods geboden. In Efeze 6 bijvoorbeeld lezen we: ‘Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist. Eer je vader en moeder (dat is het eerste gebod met een belofte).’ In zijn brieven heeft hij allerlei voorschriften gegeven, gewoon in letters met inkt op papier geschreven, met de bedoeling dat de gemeenten die zouden naleven.
Met zijn opmerking over het ontslagen zijn van de wet bedoelde hij dat we ontslagen zijn van de vloek en de veroordeling van de wet, omdat Christus die voor de Zijnen teniet heeft gedaan. Hij heeft er met Zijn bloed verzoening over gedaan. In Galaten 3 lezen we zo mooi dat Christus ons vrijgekocht heeft van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden...
In Rome
Kortgeleden hadden we, vanwege een kerkhistorische reis die ik leidde, een boeiende ontmoeting met de erudiete rooms-katholieke priester Antoine Bodar, in ‘zijn eigen’ kerk in Rome. We confronteerden hem met een bijbeltekst, waarop hij reageerde het absoluut niet eens te zijn met ons sola scriptum. Want, zo zei hij, God heeft Zich ook geopenbaard in de deuterocanonieke boeken (die wij apocrief noemen) en in de theologie van bijvoorbeeld de kerkvaders. Hij wees ook op het grote belang van de filosofie, waardoor de kerk al redenerend vanuit de Schrift en de traditie van alles zou mogen toevoegen. En dat zou allemaal op hetzelfde niveau staan als de Bijbel. Maar hoe heilig is het Evangelie dan nog?
Tijdens dezelfde reis bezochten we de Pilatustrap, oftewel de Heilige Trap, in Rome. Tot onze verbazing zagen we een oude vrouw op haar blote knieën naar boven klauteren. Om hierdoor gerechtvaardigd te worden of strafvermindering te krijgen in het vagevuur? Vraagt het heilig gebod dit van ons?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's