Besef van boerenleed
Pastoraat – Agrariërs in de knel (2, slot)
Alles lijkt in onze tijd in opstand te komen: mens en dier, klimaat en bodem. Dat moet ons toch wel iets te zeggen hebben. Er zijn verbindingen verbroken, zowel horizontaal als verticaal. Is er nog een uitweg?
Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant.
‘Nooit meer honger’ was het parool van de overheid na de Tweede Wereldoorlog. De landbouw moest zo snel mogelijk weer functioneren om de voedselvoorziening te garanderen.
Achteraf bezien was de hongerwinter eerder terug te voeren op transportproblemen dan op een te kleine beschikbaarheid van landbouwproducten. De agrarische sector moest op de schop.
Sicco Mansholt
De regering met de Groninger boerenzoon Sicco Mansholt als minister van Landbouw zag geen toekomst voor kleine bedrijven, voor boerengezinnen die leefden van wat kippen, enkele koeien en varkens, gecombineerd met wat land. Rond 1950 waren er daar alleen al in Gelderland 16.000 van. Bedrijfjes met hooguit vijf hectaren grond. Vergroting en modernisering waren onvermijdelijk om te kunnen overleven.
Het Marshallplan – een initiatief van de Amerikaanse minister voor Buitenlandse Zaken, George C.
Marshall – was gericht op de economische wederopbouw van Europa. In ons land profiteerde vooral de landbouw ervan. Duizenden landbouwmachines deden hun intrede. Paard en knecht verdwenen.
In 1970 was Mansholt landbouwcommissaris van de Europese Unie geworden. Hij pleitte ook daar voor schaalvergroting. De levenstandaard van de boer moest omhoog. Er kwamen minimumprijzen voor landbouwproducten en de overheid kocht de overschotten op. De modelboerderij zou veertig hectaren beslaan en de melkveehouderij zeventig koeien hebben. Het paste in een tijd waarin grenzen aan de groei niet bestonden.
Mansholt heeft later spijt betuigd voor het rigoureus wegsaneren van duizenden kleine bedrijven, waardoor ook landschappelijk veel verloren ging, maar sociaal-economisch gezien kon hij naar eigen zeggen niet anders. Landbouwsubsidies werden later deels weer afgebouwd, omdat de overheidsuitgaven onhoudbaar stegen. Als gevolg daarvan daalden de prijzen voor landbouwproducten. Er moest nog meer geproduceerd worden om het hoofd boven water te houden. Het is de vraag wat dat betekende voor de boer en zijn gezin, voor milieu, dier en omwonende. Was er sprake van een sterfhuis-constructie? Van uitrookbeleid?
Mestprobleem
De ruilverkaveling was een volgend hoofdpijn-dossier. Boeren en natuurbeschermingsorganisaties stonden meer dan eens recht tegenover elkaar. De verschillende belangen konden leiden tot harde confrontaties. En toen kwam het milieu.
Gewasbeschermingsmiddelen en mest raakten in opspraak. DDT bleek niet alleen ‘wondermiddel’, maar eerder nog een ‘rotmiddel’. Onafbreekbare chemische stoffen legden het fundament voor de huidige PFAS-problematiek, waardoor geen grond meer mag worden verplaatst. Boomkwekers houden de adem in. Komen hun bedrijven ook onder het vergrootglas? En wat dan? Maar ook dierlijke mest bleek niet veilig vanwege schadelijke mineralen: stikstof en fosfaat.
Het mestprobleem speelt overigens al langer. De teelt van maïs leek een goede oplossing voor de overschotten. Je kon het er prima aan kwijt. Maar in 1984 kwam als donderslag bij heldere hemel een noodwet die de uitbreiding van varkensstallen en kippenschuren aan banden legde. Ineens was er een serieus mestprobleem. Mestinjecteurs – waarvan onlangs de desastreuze gevolgen voor het bodemleven werden aangetoond –, zodenbemesters, silokappen, luchtwassers, emissiearme vloeren, enz., dienden zich als oplossing aan. Inmiddels werden we het land dat na de Verenigde Staten de meeste landbouwproducten exporteert, 75 procent van wat geproduceerd wordt, goed voor 26 miljard euro. Willen we dat blijven? vragen Haagse politici steeds nadrukkelijker.
Geluiden die niet alleen vanuit D66 klinken, maar ook vanuit de vanouds boerenpartij CDA.
Het gaat goed met de landbouw, maar het gaat ook niet goed.
Wantrouwen en verzet
Het is natuurlijk uitgesproken zuur als de overheid ondernemers dwingt tot kostbare aanpassingen die na langere of kortere tijd door diezelfde overheid ineffectief en niet zinvol worden genoemd.
Schokkend was dan ook het onlangs openbaar gemaakte rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek waarin te lezen valt dat de Nederlandse veehouderij veel meer stikstof uitstoot dan tot nu toe werd aangenomen en zelfs de uitstoot van melkkoeien drie maal hoger ligt dan gedacht. Een milieuvriendelijke stal met voor tienduizenden euro’s aan technische investeringen stoot niet of nauwelijks minder uit dan een oude stal die dat alles mist. Wil de overheid de boeren nog verder tegen zich in het harnas jagen? Of de wanhoop indrijven…? De agrarische sector heeft een bankschuld van dertig miljard euro. De genoemde aanpassingen waren verplicht. Ondertussen zwelt de roep om inkrimping van de veestapel aan, sinds de Raad van State het stikstofbeleid van de overheid hekelde, waardoor 18.000 bouw-projecten stil kwamen liggen. De veehouderij kreeg de zwartepiet toegespeeld. Zij zou goed zijn voor 46 procent van de uitstoot van stikstof. Maar hoe zit het met de jaarlijks langer wordende files? En is het eerlijk om de luchtvaart buiten schot te houden? Is het logisch om biomassacentrales in ijltempo te bouwen, terwijl we weten dat ze slecht zijn voor het milieu? Het circuit van Zandvoort moet er komen, ondanks aantasting van beschermd duingebied, omdat er sprake zou zijn van ‘dringende redenen van groot maatschappelijk belang.’ Ook Lelystad-airport moet doorgaan en Schiphol groeien.
Het wantrouwen en verzet tegen de overheid worden hierdoor gevoed. Boeren uitkopen en weidegronden teruggeven aan de natuur, zoals de coalitie wil, roept nieuwe problemen op. Want dan komen bedrijven ineens weer dichtbij natuurgebieden te liggen. En komt grond straks ook niet massaal in handen van projectontwikkelaars? Zal het platteland in de nabije toekomst nog meer ‘verdozen en verstenen’?
Bijna aan het slot van deze beschouwing kan de vraag niet achterwege blijven of er in de huidige crises niet sprake is van een oordeel van God. Leerzaam is in dit opzicht wat we lezen in Deuteronomium 28:21-24; 1 Koningen 8:35,37; Ezechiël 7:15 en Openbaring 8:9-11 en 9:18. Maar juist tegen deze achtergrond zijn én de prediking van het Evangelie hard nodig én een christelijke levenswandel.
Rouwproces
Dat de landbouw niet op de oude voet verder kan, zal waar zijn. Politici, boeren en natuurbeschermers zullen gezamenlijk moeten zoeken naar bevredigende oplossingen. Naar andere dan korte-termijn-oplossingen. Dat een niet gering aantal boeren- en tuindersgezinnen moet rondkomen van een inkomen dat onder de lage-inkomensgrens ligt, is schrijnend. Voor 2017 betekende dat een bedrag van 25.000 euro! Het ging om 29 procent van de beroepsgroep. Een groeiend aantal ondernemers ging de voorbije jaren op zoek naar neveninkomsten. De consument geniet ondertussen nog altijd volop van relatief goedkoop voedsel in de super, vaak ook nog eens van elders geïmporteerd. Niet alleen producenten, maar ook afnemers moeten zich bezinnen op de vraag ‘hoe verder?.’
Noodzakelijke schaalvergroting, toenemende druk vanuit de overheid, administratieve rompslomp en ondoorzichtig beleid maakten veel ondernemers moe en moedeloos. Steeds meer boeren beëindigen hun bedrijf. Ook omdat er geen opvolger is of omdat opvolging financieel onhaalbaar is. Noodgedwongen moeten stoppen kan ervaren worden als ‘te hebben gefaald’. Schuld- en schaamtegevoelens treden op. Een emotionele band met je bedrijf wordt ruw verbroken. Soms leidt bedrijfsstop tot opluchting, maar vaak ook treedt een rouwproces in.
Het aantal melkveehouders dat in zwaar weer verkeert, werd in 2018 geschat op ongeveer vijf à tien procent (De Boerderij). De financiële spanningen, zorg over de toekomst en het voortbestaan van je bedrijf, hebben hun weerslag op eigen welzijn en op dat van het gezin. Er zijn nogal wat boeren en boerinnen die lijden aan klachten van depressieve aard. Verwonderlijk? Stress, conflicten, korte lontjes en lichamelijke klachten zijn het gevolg van grote en voortdurende spanningen, die zelfs tot suïcidaal gedrag kunnen leiden.
Laten we in de kerk daar alert op zijn. Onze boeren – en ook de vissers (!) – kunnen wel wat steun en aandacht gebruiken. Laat vooral het gebed voor boer, tuinder, visser en overheid niet ontbreken. Zowel ’s zondags vanaf de kansel, als in de week thuis.
Denkduwtjes:
• Zonder boeren geen voedsel.
• Waarom eten wij niet meer producten van eigen bodem?
• Raakt de nood van de boeren ons?
• Er wordt vaak gesproken over dierenleed, maar hoe zit het met boerenleed?
• Hoeveel gebed en voorbede was er de afgelopen tijd voor boer en overheid?
• Onderschat de psychische nood niet van boeren(gezinnen) die steeds meer in de knel raken.
• Verzuim het boerenpastoraat niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's