Wat is onze verwachting voor '76?
Welke wij hebben als een anker der ziel, dat zeker en vast is en ingaat in het binnenste des voorhangsels. Hebr. 6: 19
Wat is uw hoop voor 1976 ? Ik weet, dat deze vraag zeer verschillend kan worden beantwoord. Alle menselijke verwachtingen worden zo vaak beschaamd, de hoop, die God echter geeft in Zijn Woord, maakt nooit beschaamd. Dat schrijft de apostel aan de Hebreeën. De Hebreeën, die als joden de Heere Jezus hadden lief gekregen, waren geheel bekend met de geschiedenis en met de heilige instellingen van het Oude Testament. Op dit ogenblik worden zij vervolgd door de keizer; bovendien vindt er een uitholling plaats van binnenuit, door de afval van het christelijk geloof; de geloofsbeproeving werd door velen niet doorstaan, omdat het geloof nog zo weinig diepgang had.
In dit gedeelte wijst de apostel op het voorbeeld van Abraham, aan wie God Zijn belofte gaf, en bevestigd heeft. De verschillende openbaringen van God aan Abraham, waarbij God Zijn Verbond oprichtte en steeds weer opnieuw bevestigde door eedzwering, hebben Abraham aangespoord, om te blijven hopen op de vervulling van Gods beloften, omdat God niet liegen kan. Zeker, als het vijfentwintig jaar duurt, voordat Abraham de zoon van de belofte ontvangt, wordt zijn geduld wel zwaar beproefd, maar Abraham is 'eronder gebleven’, hij is in die hoop gestaald en de hoop als metgezellin van het geloof is levend gebleven bij hem met het oog op de vervulling van Gods beloften. Daarin is hij een voorbeeld voor de kerk.
Onder een treffend beeld beschrijft de apostel déze hoop voor Gods kerk: de hoop als een anker der ziel. Onze ziel wordt dus met een schip vergeleken. Een treffender beeld is er niet. Door onze zonden is onze ziel, waarmee hier aangegeven wordt de diepste grond van ons bestaan, zoals de ziel met onze dood terstond op de van God bestemde plaats is — een stuurloos schip geworden. Wij zijn de koers op de levenszee daardoor kwijtgeraakt. Zoals een schip onbestuurbaar is in de zware stormen van de zee, zo is ook onze ziel de koers kwijt, als de stormen van zonden, van strijd, van moeiten en van zorgen over ons leven komen. De Bijbel leert ons overduidelijk, dat de zonde vele kwade vruchten aan ons bezorgt. Wie immers wind zaait zal storm oogsten! Hebt u/ook, lezer, zo uw leven leren zien, zoals een schip op zee, d.w.z. dat u geen vaste bodem onder uw voeten hebt ? De wisseling van jaren predikt ons toch ook de wisselvalligheid van ons bestaan. Maar wat is uw houvast temidden van de golven van de levenszee, als u misschien geweldige golven, ook over uw ziel voelde gaan, waarbij u het moest belijden: ’O mijn ziel, wat buigt g’u neder’ ! ? De zielenood is immers de diepste nood van ons leven, omdat ons leven buiten God door onze zonden verloren ligt. Waarheen bent u gevlucht, toen u uw diepe nood gewaar werd ? De discipelen hebben tot de Heere Jezus geroepen: 'Meester, wij vergaan’. Is dat ook uw gebed uit de nood van uw leven geboren ? Uw verwachtingen zijn misschien wel zeer hoog gespannen geweest voor uw leven. Maar alles is heel anders gegaan dan u gedacht had, zodat u met een zekere angst het nieuwe jaar tegemoet ziet. Hoe vaart ons schip in storm op zee ? We weten, dat de schepen op zee bij storm te pletter kunnen slaan tegen de rotsen. Hoe zal dat gevaar nu gekeerd worden? Wel van oude tijden af is het anker een redmiddel geweest. We lezen in Handelingen, dat men op het schip, waarop Paulus was, ook het anker uitwierp, om zo het schip vast te leggen, dat het niet te veel heen en weer geslingerd werd en het in zware storm niet over de zee geheel stuurloos ronddobberde. Het anker is voor de Grieken het beeld van de hoop. De apostel neemt dat gaarne over. Hoe zal immers uw levensschip vastheid krijgen temidden van de vele stormen ? Wel alleen als het anker Wordt uitgeworpen. Daarvan staan vele voorbeelden in de Bijbel. Als de psalmist zegt: 'Al uw baren en golven zijn over mij heengegaan’, dan voegt hij er zelfs aan toe tot bemoediging; 'Hoop op God’. Dat is zijn anker. Dit is alleen mogelijk om Jezus’ wil. Die zelf moest ondergaan in de zee van de toorn Gods, opdat zondaren niet zouden omkomen, maar een behouden thuiskomst hebben.
Dat anker is zeker, omdat het een redmiddel is en vast, omdat het valt op een betrouwbare grond. Het anker is d.m.v. touwen met het schip verbonden. Zo is het Gods Geest, die de hoop in het hart geeft als een anker der ziel, zodat Gods kind zich verbonden weet met God en voor het nieuwe jaar bidt: 'Wat verwacht ik, mijn hoop is op U, Héere! ' Als een schip voor anker ging, wist men niet altijd, welke afstand het anker moést afleggen naar de bodem van de zee. Zo weten wij ook de toekomst van het nieuwe jaar niet. Zoals de zee duister is in haar diepte, zo ook de toekomst. Toch hoopt en verwacht Gods kerk, want ze weet zich door het anker verbonden met de vaste grond, Christus d.m.v. de band van Gods Geest. Hoe het dan ook stormt in ons leven in het nieuwe jaar en welke verwachtingen we ook koesteren, het schip blijft door dit anker vastliggen. Zoals het anker door de diepe, donkere wateren wordt neergelaten, zo is het ook met de hoop van Gods kerk. Gods weg gaat vaak door diepe wateren, maar het anker der hoop blijft vast. Hoe harder de stormen zijn, des te dieper maakt het anker zich vast in de bodem van de zee. Zo wordt Gods kind — zie maar bij Abraham — nog meer bevestigd in de zalige hoop. De bodem is ook vast. Het anker van Gods kerk gaat in de hoogte in het binnenste heiligdom, waarin Jezus zelf is binnengegaan. De golven van Gods toorn gingen over Hem heen en alle hoop moest Hij laten varen om onze zonden, maar door de hopeloosheid van de dood heen, heeft Hij in Zijn gezegende opstanding en hemelvaart de hoop aangebracht door het onmogelijke heen. De apostel wil aan mensen, die alle hoop hebben laten varen, wijzen op deze Voorloper en Voleinder des geloofs, die Zijn kerk voorging en Zijn Verzoening als Hogepriester voor eens en voor altijd welgevallig voorstelde aan Zijn hemelse Vader. Daarom is Hij tot Koning gemaakt om Zijn heerlijk Werk. In die handen is ons levensschip veilig voor de toekomst.
De grond, waarop het schip voor anker gaat is nu onzichtbaar, maar wel vast. Zo is ook het geloof een vaste grond der dingen, die men hoopt en een bewijs der zaken, die men niet ziet! Straks als het schip van de strijdende kerk de hemelse haven binnenvaart, dan ziet ze de vaste grond. Dan gaat het geloof over in aanschouwen. Dan ziet zij de Voorloper, de Hogepriester en Koning als de vaste grond van haar behoud, waarmee zij door de band van de Heilige Geest verbonden was, zoals de touwen het anker en het schip met elkaar verbonden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's