De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

16 minuten leestijd

Impressie's uit Nairobi
Zoals te begrijpen is schenken allerlei kerkelijke weekbladen uitvoerig aandacht aan de assemblee van de Wereldraad van Kerken die te Nairobi gehouden is. Ook in dit blad heeft ir. v.d. Graaf er een en andermaal over geschreven. In het Centraal Weekblad (voor de Geref. Kerken) van 13 december geeft de Kamper hoogleraar prof. dr. K. Runia enkele indrukken. Runia schrijft boven zijn artikel: Tussen Babel en Jeruzalem, d.w.z. de vergadering voltrok zich enerzijds in een verwarrende veelheid van stemmen, anderzijds in een poging tot gezamenlijk belijden. Over het geheel is Runia nogal kritisch ten aanzien van wat op de assemblee naar voren is gebracht, althans wat betreft de eerste week (het artikel werd namelijk geschreven voor de ^afsluiting van Nairobi). Als opvallende dingen noemt Runia:

1. In de grote redevoeringen die tót dusverre gehouden zijn, was er over het algemeen een opvallend tekort aan bijbelse fundering. De eerste grote rede was die van prof. dr. R. McAfee Brown uit de Verenigde Staten, over het onderwerp: 'Wie is deze Jezus die bevrijdt en verenigt?’ Hij begon met de vraag van Jezus aan de discipelen: wie zeggen de mensen dat Ik ben ? Daarna de vraag aan de discipelen zelf: wie zeggen jullie dat Ik ben ? Het antwoord van Petrus werd daarop genoemd, maar het werd helemaal niet geëxegetiseerd. Onmiddellijk ging Brown over op een bespreking van het bevrijden, verdelen en verenigen dat Jezus doet. Met andere woorden, de eigenlijke vraag: wie is Jezus ? werd niet beantwoord.
Men kan zonder overdrijving zeggen, dat er weinig theologische bezinning is. Paul Verghese (tegenwoordig Bisschop Gregorios) uit India, een oude 'rot' in 't werk van de Wereldraad, ging zelfs zo ver, dat hij zei: de theologie is dood in de Wereldraad. Dat is natuurlijk een overdrijving, maar het kan niet ontkend worden, dat tot op dit, ogenblik toe het theologische gehalte erg teleurstellend is.
2. Nog steeds ligt de nadruk heel sterk op het ’doen’, de sociale en politieke activiteit. Prof. Brown die als eerste het thema van de Assemblee aan de orde stelde, concentreerde zich in zijn lezing uiteindelijk helemaal op de taak van de Wereldraad t.a.v. de grote wereldproblemen. Toen hij sprak over Jezus als de Bevrijder, zei hij dat we moeten onderscheiden tussen datgene waarvan en datgene waarvoor Jezus ons bevrijdt. Christenen hebben altijd ervaren dat Jezus ons bevrijdt van vele dingen: de toorn van God, de wet, zonde, de dood, angst, ideologie, racisme, onderdrukkers, honger en rijkdom. Hij bevrijdt ons ook voor vele dingen: liefde, zorgen voor anderen, lijden, vreugde, moed, de naaste, de vijand, een nieuwe samenleving, de vruchten van de Geest.
Hij ging toen zo verder. 'Natuurlijk kan ik dit niet allemaal behandelen. Ik moet dus een keuze maken. Ik ga ervan uit, dat we de bevrijding die Jezus ons in ons persoonlijk leven brengt als vanzelfsprekend kunnen aannemen. Daar weten we allemaal iets van, anders waren we hier niet.’ Daarna ging hij over op de sociale en politieke problematiek.
Ook het rapport van de secretaris-generaal, dr. Philip Potter, lag helemaal in deze lijn. Hij begon met een schildering van de grote wereldproblemen en ging daarna bijna uitsluitend in op wat de Wereldraad hieraan doet.
In mijn contact met de vele ’evangelicals’, die ook op deze Assemblee aanwezig zijn, heb ik wel gemerkt, dat hier voor hen een groot stuk teleurstelling ligt. En dat is heus niet omdat deze mensen allemaal piëtisten zijn, die vinden dat de kerk niets met sociale en politieke problemen te maken heeft. Ongetwijfeld zijn er ook zulke mensen, maar ze zijn maar een kleine groep. Veel meer typerend is, wat een dame uit Noorwegen zei in de plenaire bespreking. ’Onze Lutherse kerk is van het begin af bij de Wereldraad. We hebben ons ook achter het PCR (Fonds van de Wereldraad ter bestrijding van het racisme) gesteld. En toch overwegen we om ons uit de Wereldraad terug te trekken, omdat we de indruk hebben dat de fundamentele dingen van het Evangelie verwaarloosd worden.
3. In verschillende redevoeringen en ook in allerlei groepsdiscussies kom je telkens een universalistische tendens tegen. Dat wil zeggen: de gedachte dat alle mensen gered zullen worden. Hiermee hangt ook samen de gedachte van de 'anonieme Christus', die al aanwezig is bij ongelovigen en ook in de andere religies.

Daarnaast erkent Runia dat de assemblee op indrukwekkende wijze is bezig geweest niet de grote wereldvragen die vele kerken in vele delen van de wereld haast lijfelijk raken. Het is niet onbelangrijk daar via een dergelijke ontmoeting kennis van te nemen, en zo de gezichtskring te verruimen. Maar de vraag blijft toch: welke koers gaat de Wereldraad en welke stemmen zijn toonaangevend. Uiteraard is wat tot dusver over Nairobi geschreven is nog maar voorlopig. Wanneer de definitieve rapporten verschenen zijn kan pas een grondige evaluatie volgen. Een ding is duidelijk: ook Nairobi heeft de aarzelingen die er bij velen leven ten aanzien van de koers van de Wereldraad niet weg kunnen nemen.

De Wereldraad en Zuid-Afrika
In zijn rubriek Van week tot week in het Geref. Weekblad van 5 december schrijft prof. dr. H. N. Ridderbos over het besluit van het centrale comité van de Wereldraad een economische boycot aan te bevelen ten aanzien van een aantal banken die grote kredieten aan Zuid-Afrika verschaffen en niet bereid bleken daaraan een einde te maken. Ridderbos is hier bepaald niet gelukkig mee? Niet alleen omdat een dergelijke boycot een sneeuwbaleffect oproept (en tot hoever moet men dan gaan ?), maar ook omdat het effect veel heeft van een 'slag in de lucht'. In dit verband schrijft Ridderbos een aantal zeer behartigenswaardige dingen:

Wat de WR zelf aangaat, ook reeds in het allereerste begin is in Nairobi de lege schatkist (van de WR) met nadruk door de secretaris-generaal ter sprake gebracht. Daarvan zal de bankwereld dus niet rijk en bij boycot ook wel niet arm worden. En wat het — op zichzelf indrukwekkende — getal van de lid-kerken aangaat, de meeste ervan zijn zo verschrikkelijk arm, dat zij in dit geval op de tot hen uitgaande oproep wel met Petrus en Johannes zullen antwoorden: zilver en goud hebben wij niet. De vraag blijft over of zij, om tot het 'effecf' te kunnen bijdragen, dan toch de uitspraak van Petrus zouden mogen afmaken: 'maar wat ik heb, dat geef ik u: in de naam van Jezus Christus de Nazareeër...’. En wat zou dat andere, dat zij wél zouden kunnen doen, in dit geval dan kunnen zijn ? Hier ligt voor mijn besef de cardo quaestionis, de spil waar alles om draait. Door op de toer van de boycot over te gaan, heeft de WR het andere en eigenlijke zwaard, dat aan de kerk is gegeven, voor zoveel Zuid-Afrika aangaat, in de schede gestoken. Want men kan niet meer iemand met het zedelijk middel van het Woord Gods tot bekering roepen, als men hem tegelijkertijd naar de (economische) keel grijpt en hem in ademnood tracht te brengen. Deze bekeringsmethoden a la Karei de Grote zijn in onze dagen — ik dacht terecht — verlaten. Anders gezegd: de kerk opereert, als zij het sein geeft tot boycot met een voor haar volstrekt oneigenlijk middel. Zij vecht — als die figuur uit het boek Richteren — met de linker hand om de voor het geroep van het onderdrukte volk ontoegankelijke tyran het mes dan maar in de vette buik te steken.
Ik ga niet zover om te zeggen, dat de kerk nooit haar zegen aan economisch of ander geweld kan geven. Er zijn omstandigheden, waarin het beroep in de naam van Jezus Christus de Nazareeër ophoudt en de kerk de onbekeerlijken (wat de Schrift noemt) aan de satan moet overgeven. Wij herinneren ons de dagen van het nationaal-socialisme, toen wij in de kerk het gebed voor Hitler niet over de lippen konden krijgen, het christelijk getuigenis aan zijn adres verstomde en wij alleen nog baden voor de slachtoffers én voor de 'illegalen'. Maar de vraag is. of de WR tegenover Zuid-Afrika het stadium van dialoog en oproep tot bekering reeds gepasseerd kan achten en tot andere middelen haar toevlucht mag nemen, ook al behoren die niet tot haar eigen 'assortiment'. Het is bijzonder schrijnend te moeten constateren, dat de WR — de kerk dus — in dit opzicht de moed eerder opgeeft dan b.v. de Nederlandse regering, die in de voort? gaande en onverbloemde dialoog met Zuid-Afrika meer heil zegt te zien dan in de boycot (hoewel dit laatste middel wel tot haar 'assortiment' als politieke overheid zou kunnen behoren). Hoe komt het, zo is men geneigd te vragen, dat de kerk zo veel minder fiducie heeft in het haar gegeven zwaard om de strijd tegen onderdrukking en discriminatie aan te binden; én méér verwacht van (de terugtrekking van) goud en zilver dan van hetgeen zij in de naam van Jezus Christus de Nazareeër tot Zuid-Afrika te zeggen zou hebben en soms ook op een uitnemende wijze gezegd (Cottesloe) ?

Als vanzelf verbindt zich hieraan de vraag, of dit alles wellicht te veel geschiedt onder de pressie van een nieuwe idee of een nieuwe theologie van wat 'bevrijding' is. Het gaat daarbij niet om de kwestie of 'bevrijding' volgens het Evangelie ook politieke, economische, raciale implicaties heeft (want dat heeft zij zéker), maar of de kerk in haar optreden met deze boodschap op een gegeven ogenblik op een golflengte mag overgaan, waarin haar stem niet meer te onderscheiden is van die van het geweld en repressies. M. M. Thomas, de scheidende voorzitter van de WR, heeft nadrukkelijk gesproken van het evangelische 'frame', waarin de politieke en sociale boodschap van de kerk steeds moet functioneren om christelijk te blijven. In zijn rede lag iets van een waarschuwing waarvoor men dankbaar moet zijn.' Want de WR loopt sterk gevaar buiten dit 'frame' te geraken als zij in haar boodschap van bevrijding zich steeds meer vereenzelvigt met of zelfs oproept tot vormen van pressie en geweld, die aan de kracht van déze bevrijding geheel en al voorbijgaan. Dit alles is des te belangrijker wanneer in Nairobi nieuwe handwijzers worden uitgezet, die de koers van grote delen van de kerk in de komende jaren in belangrijke mate, zullen bepalen. Daarom kan ik met deze start niet gelukkig zijn en hoop ik op een andere inzet, waarin de identiteit van de boodschap die bevrijdt en verenigt voor zwarten en blanken beide duidelijker en voor minder misverstand vatbaar tot uitdrukking zal worden gebracht.

Inderdaad kan men hier de vraag stellen: is dit alles nog de taak der kerk, aan wie toch de verkondiging van het Woord is opgedragen ? Daarbij blijft het toch een moeilijke zaak dat de WR zeer stellige uitspraken doet over het ene land maar waar het de landen van het Oostblok betreft met moeite tot een uitspraak komt, die dan ook nog onder een zekere pressie wordt afgezwakt. Dat alles bevordert de geloofwaardigheid van het spreken der kerken niet. Overigens betekent dat natuurlijk niet dat over misstanden in de vrije wéreld gezwegen zou mogen worden, ook waar het het racisme betreft. Maar een boycotaanbeveling is echter niet bevorderlijk voor een broederlijk spreken waarbij begrip voor de problematiek ook van blank Zuid-Afrika en een bijbels-kritische houding elkaar bepaald niet uit behoeven te sluiten. Maar het wapen van de boycot blokkeert m.i. deze weg. En de vraag, in hoeverre hier een bepaalde bevrijdingstheologie (of moeten we zeggen ideologie ?) meespreekt is zeker gewettigd.

De ethiek van het leninistisch marxisme
Tenslotte nog iets uit een gedegen artikel van prof. C. Veenhof in Opbouw van 19 december over het marxisme. Dat is wel niet direct het terrein van het kerkelijk leven. Nu er op het erf van de kerk nogal wat stemmen 'pro-Marx' klinken en men b.v. beweert Marx ontdekt te hebben in het licht van Jezus van Nazareth (Ter Schegget), is het goed dat we ter dege op de hoogte zijn, en weten wat het marxisme eigenlijk wil. Zo alleen kunnen we ook waakzaam zijn. Waakzaam als theologen b.v. beweren dat we het atheïsme van Marx serieus moeten nemen, omdat Marx zich alleen tegen onbijbelse uitwassen zou keren. Prof. Veenhof heeft in het nummer van 12 december erop gewezen, in navolging van prof. dr. E. Schuurman, dat dit in strijd met de feiten is: Marx keert zich tegen Christus als de Zoon van God, niet tegen bepaalde uitwassen, maar tegen de bijbelse openbaring zelf. En u begrijpt, dat alles is voor de houding die we innemen erg belangrijk. Wie zegt: Marx keert zich alleen tegen bepaalde uitwassen van kerkelijk christendom, zal van daaruit pleiten voor een vergaande dialoog met de marxisten, waarbij christenen in dé leer gaan bij Marx. Nog één stap en Marx wordt tot een soort 'kerkvader' (prof. dr. A. J. Visser).
Maar wie met Veenhof en anderen van oordeel is dat Karl Marx en Lenin diametraal tegenover het Evangelie staan, zal een dialoog alleen maar kunnen zien als een confrontatie. In elk geval: om paraat te zijn zullen christenen juist nu op de hoogte moeten zijn van wat het marxisme leert.
In een helder artikel schrijft Veenhof óver de visie op ethiek en moraal bij een marxist als Lenin.

Op het derde Groot-Russische congres van de communistische jeugdorganisatie, gehouden in oktober 1922, zei Lenin: 'Bestaat er zoiets als communistische moraal ? Natuurlijk bestaat die. Vaak wordt er beweerd dat wij communisten in het geheel geen moraal bezitten. De bourgeoisie beschuldigt ons ervan dat wij elke ethiek afwijzen. Dit is een methode van het door elkaar halen van onze begrippen om zand in de ogen van de arbeiders en boeren te strooien. In welke zin wijzen wij ethiek en moraal af ? Op de wijze waarop deze gepredikt wordt door de bourgeoisie, die de ethiek uit de verordeningen van God gedistilleerd heeft. Wij zeggen natuurlijk dat wij in God geloven en wijzen alle moraal af zoals deze geldt in de samenleving en de verschillende klassen. Wij zeggen dat dit een bedrog, een fraude, en een voor-de-gek-houderij is in het belang van de grondbezitters en de kapitalisten. Wij zeggen dat onze moraal geheel ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de klassenstrijd van het proletariaat.
Het is onze taak om allé belangen ondergeschikt te. maken aan deze strijd. Wij zeggen: moraal is datgene wat helpt om de oude uitbuitingsmaatschappij te vernietigen en het proletariaat te verenigen. Communistische moraal is de moraal die dienstbaar is aan deze strijd. Wij geloven niet in een 'eeuwige moraal'. De grond van de communistische moraal is de strijd voor de consolidatie en de vervolmaking van het communisme.'
Met welk een meedogenloze consequentie deze moraal volgens Lenin in de klassenstrijd moet worden toegepast, blijkt duidelijk uit z'n opdracht gegeven aan de communisten in niet-communistische landen, zo diep mogelijk te infiltreren in kerken, vakbonden, universiteite en alle mogelijke andere organisaties. Lenin schreef met het oog daarop: 'Het is 'noodzakelijk daarbij zijn toevlucht te nemen tot alle soorten trucs, listen, onwettige middelen, geheimhouding en het verbergen der waarheid.'

De klassenstrijd moet de overgang naar de dictatuur van het proletariaat voorbereiden. En wie dictatuur zegt, zegt volgens Lenin: strijd, geweld, leger, staatsmacht. Een onmiskenbaar wapen is dan ook de terreur. Veenhof laat zien dat marxistische moraal een huiveringwekkend karakter draagt en in strijd is met de traditionele ethische maatstaven en zeker met de christelijke ethiek.

In zijn studie: 'De christelijke betekenis van het Marxisme' schrijft Alexander Miller over de moraliteit van het Leninistisch-marxisme: 'Wat voor niet- marxisten zo moeilijk te bevatten is, is dat het wetboek van het marxistische leven zo radicaal afwijkt van de traditionele Europese opvattingen. De enige wet, die het kent, is de noodzakelijkheid van een klassenstrijd en het erkent geen andere verplichtingen dan het dienen van de revolutie. Hiervan uitgaande worden dingen toegestaan die normaal verboden zijn, en met alleen dat, maar men wordt, er soms toe verplicht. Het heeft geen zin het marxisme te veroordelen omdat het onbarmhartigheid tolereert of zelfs in de hand werkt, alsook de leugen en het terreurwapen, of omdat wij onder communisten dat soort laksheid in het persoonlijk gedrag aantreffen, dat op conventionele morele gronden wordt veroordeeld. De marxist is onkwetsbaar voor dergelijke aanvallen, tenzij kan worden bewezen, dat dat soort van gedrag het doel van de revolutie voorbijstreeft. Conventionele verplichtingen móeten zijn moraliteit niet in de weg staan. Medelijden met voeten treden, het afstand doen van persoonlijke banden en verplichtigen, het etiket van een gewetenloos en onbetrouwbaar persoon aan te nemen terwille van de Partij en haar zaak, kan ware heldenmoed betkenen.'
Met instemming citeert Miller Artfiuf Koestier dié van de revolutionaire marxist dit zegt: 'Hij leest Macchiavelli (de profeet van het vorstenabsolutisme), a Ignatius van Loyola (de stichter van de Jezuïetenorde),. Marx en Hegel en hij is onbewogen en onbarmhartig tegenover het mensdom als gevolg van een mathematische barmhartigheid. Hij doet altijd die dingen waarvan hij een af keer heeft: hij wordt moordenaar om het moorden af te schaffen, hij offert lammeren opdat er geen lammeren meer worden geslacht, hij geselt de mensen met de knoet opdat zij leren zich meer met de knoet te laten afranselen, hij legt alle gewetensbezwaren af in naam van een hogere nauwgezetheid en hij daagt de haat van de mensheid uit wegens zijn liefde voor de mensheid — een abstracte en meetkundige liefde.'
Het huiveringwekkend karakter van de communistische moraal komt in alle, duidelijkheid op ons af als men Lenins cynische uitspraak leest dat hij desnoods viervijfde deel van de mensheid wil opofferen om een vijfde deel daarvan gelukkig te maken.

We mogen Veenhof dankbaar zijn voor zijn heldere artikelen, die m.i. waard zijn gebundeld en in boekvorm uitgegeven te worden. Misschien mogen we van prof. Veenhof nog eens een boek over deze materie tegemoet zien ? Temidden van het vele wat door linkse groeperingen op de boekenmarkt wordt neergelegd zou een dergelijke principiële bezinning zeer welkom zijn. Welkom in meerdere opzichten: a) om diegenen die b.v. in de onderwijswereld wat weerloos staan tegenover allerlei kreten en gezegden van marxistisch getinte lieden de nodige kennis te verschaffen waarmee zij een weerwoord hebben. Tenslotte is niet ieder in de gelegenheid Marx en Lenin uit de bronnen te bestuderen; b) om diegenen die zo makkelijk en onkritisch achter allerlei linkse leuzen aanhollen de feiten onder de ogén te brengen en hen te vragen: Weet u eigenlijk wel, waarmee , u sympathiseert ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's