De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mag een gelovige eer hebben?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mag een gelovige eer hebben?

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

5

Nog niet besprak ik met u de vraag of een kind van God, wanneer zijn eer wordt aangerand ook daarvoor mag opkomen. Dat is geen theoretische vraag, dacht ik.

Verdediging van eigen eer?
Het zal hoe langer hoe meer gaan voorkomen, dat de gelovigen worden aangevallen, belasterd, uitgelachen, zwart gemaakt. In zijn Christliche Ethik geeft Soe de raad om niet te gauw met de mond te zijn. Een kind van God kan nog meer soms zeggen met zwijgen en handelen dan als hij zijn mond opent. Laten we, wanneer we begeren te leven naar Gods geboden, altijd er op bedacht zijn om door ons werk en door onze levenswandel geen aanleiding tot hoon te geven. Zal een kind des Heeren ook niet dubbel trouw zijn in het werk, tegenover de werk- gever(-geefster) maar ook voor Gods aangezicht? Ligt niet iets van de eeuwigheids-ernst ook over ons werk? Bovendien is daar het woord van Paulus: ’overwin het kwade door het goede’. Daaraan vooraf gaat al zo iets moeilijks: 'wordt van het kwade niet overwonnen'...’ En steeds dreigt dat toch in het leven der genade. We hebben ons hart er ook zo in mee. Maar nu ook het kwade door het goede te overwinnen! In ons is geen goed. Dat is in Hem alleen, Die als Hij leed niet dreigde, als men Hem schold niet weder-schold. Kostelijk, om uit die volheid door Zijn Geest bediend te worden. Heerlijk, om Zijn voetstappen te drukken.
Maar nu terug naar de vraagstelling. Wordt onze eer aangerand, meestal zullen we er goed aan doen om er niet op in tegaan. Net doen of er niets gebeurt. Soms kan ook een persoonlijk gesprek verheldering brengen. Laten wij maar de minste zijn. Laten wij in bepaalde gevallen maar pogen vriendelijk en bescheiden te weten te komen, wat er aan de hand is. Misschien wordt de spottersmond gestopt. Misschien belijdt de beledigende mond zelfs schuld. Uitzonderlijk is 't geval wanneer een gelovige zich ziet genoodzaakt een beroep op ’t gerecht te doen wegens smaad, waardoor een zaak zou kunnen te gronde gaan, de uitoefening van het werk onmogelijk gemaakt wordt. Daarbij gaat het dan nog niet eens en in de eerste plaats om eigen goede naam maar zeker zo goed ook om de verhouding tot onze naaste. Dat is ook alleen mogelijk in een geordende rechtsstaat. Niemand denke dat dit niet bijbels zou kunnen zijn.
Inderdaad, wat is het droevig, zoals in Korinthe geschiedde, dat de ene christen de andere voor de heidense rechter sleepte. Maar anderzijds heeft ook de Heiland Zelf moedwillige laster teruggewezen, Matth. 12 : 24. En Paulus verlangde dan toch maar genoegdoening, toen men hem onrechtmatig als burger had behandeld in Filippi. En niet om handhaving van eigen positie maar terwille van zijn hoog en heerlijk ambt verdedigde hij zich met kracht tegen zijn gemene tegenstanders in Korinthe.

De eer van God
Mag dat het sluitstuk zijn, een teer stuk overigens? Kregen we door genade oog voor de heerlijkheid van Gods deugden? Werden Zijn rechten door Zijn Geest ons in het hart geschreven? Bedroefden we ons om de breuk tussen Hem en ons opdat we ook de volkomenheid van de genoegdoening van de Heere Jezus voor ons kenden? Zo helder zag Calvijn het: hoe komt God aan Zijn eer? Dat is de levensvraag van elk gelovige. Al zijn we niet zomaar aan toe, de Heere leert het wel aan allen, die Hem vrezen. En dan gaat het ook om het belijden van Zijn naam. Dezelfde zoëven aangehaalde hervormer merkt op, dat als een hond nog blaft als diens meester wordt aangevallen, wij toch niet kunnen blijven zwijgen als de eer van onze Koning wordt aangerand?

En als dat betekent voor dit leven naar de omstandigheden lijden en strijden, ook dat zal niet eeuwig duren. Ik las dezer dagen nog eens het tere, pastorale werkje van prof. Wisse getiteld: 'avondrood', bevattende brieven uit gewichtvolle dagen. Hij vermeldt daarin hoe hem als 84-jarige een auto-ongeval overkwam toen hij op weg was om te gaan preken. Van een ouderling uit de Hervormde Kerk kreeg hij in die dagen van gedwongen rust een briefje waarin stond: ’zo kort al bij huis (84 jaar!) en toen nog weer toch de woestijn in’. Prof. Wisse neemt dat over en tekent er bij aan: 'och, dat het dan maar zij om nieuwe wonderen tot Zijn lof te vertellen’.
Is de lof niet betamelijk, lezers en lezeressen? Uit het boekje van professor G. Wisse neem ik uit 'een besluit’ over: als de laatste golfslag over ons hoofd zal gaan, en we wegzinken in schijnbare diepte-afgronden, en het laatste levenslicht geblust wordt, en de afgetobde boezem hijgend stamelt: ’o, Heere, waar ben ik’? klinkt het antwoord ons uit de eeuwige lichtzaal tegen: 'Kind, gij zijt thuis. Thuis in het Vaderhuis. Thuis bij Vader; zo doe de Heere ook aan ons. Amen’. De laatste regel van het stukje 'Finale' luidt dan ook: SOLI DEO GLORIA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Mag een gelovige eer hebben?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's