In de Messias alle volheid
En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des Raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN. Jesaja 11:2.
Dit woord wordt door Jesaja geprofeteerd in een tijd, die gekenmerkt wordt door grote bedreigingen. Syrië, Israël en Juda zijn tot vazalstaten gemaakt van Assyrië. Syrië en Israël weigeren de schatting te betalen. Juda doet dit echter wel en wil op deze wijze Assyrië te vriend houden. Koning Achaz van Juda weigert dus mee te gaan met de coalitie die het tienstammenrijk sluit met Syrië tegen Assyrïë en komt daardoor weer in conflict met de landen Israël en Syrië, waardoor de Syro-Efraëmitische oorlog uitbreekt. Temidden van deze politieke intriges spreekt de profeet Jesaja zijn oordeelsprofetieën uit over het ijdel vertrouwen, dat Israël stelt in de gesloten coalitie, als ook over het vertrouwen dat Juda stelt op Assyrië. Ze worden allen opgeroepen om zich te bekeren tot de Heere hun God. Tegelijk zien we dat de Heere temidden van de oordeelsprofetieën Jesaja ook de komst van de Messias laat voorzeggen. Het is een wonder dat de Heere door de verwording van het geloofsleven heen als het ware op de puinhopen van Israëls volksbestaan zijn heerlijke beloften geeft. Waar menselijkerwijs alle verwachtingen voor Israël en Juda lijken afgesneden te zijn, daar geeft God zijn heilsprofetieën. Hoort u maar: 'Uit de afgehouwen tronk van Isaï zal een rijsje voortkomen’. Zoals niemand verwachtte, dat David tot koning gezalfd zou worden, zo is Christus onverwacht en ongedacht in deze wereld gekomen. God doet uit een veracht volk dat door eigen schuld onder het oordeel doorgaat, uit het geslacht van David, dat bijna geworden is tot een dode tronk, de Messias geboren worden, opdat Gods kerk hoop zou hebben bij alle arbeid in Gods koninkrijk. Zie eens hoe heerlijk deze Messias is: ’Op Hem zal de Geest des Heeren rusten'. Zichtbaar zien we de Geest neerdalen nadat Jezus de doop ontvangen heeft, die een teken is van Zijn aanstaand sterven en opstanding, als Hij zich laat onderdompelen, maar ook als Hij weer uit het water verrijst: Zo zullen de golven van Gods toorn over Hem heen gaan als Hij sterft en begraven wordt en zo zal Hij ook opstaan uit de dood. Zoals na Zijn doop de Heilige Geest op Hem neerdaalt in de gedaante van een duif, zo heeft Hij door Zijn heerlijk werk met Zijn opstanding de levend makende Geest verworven. En dat niet met mate! De Zoon des Mensen ontvangt de Geest uit de hoge, opdat Hij ons leven, dat door de zonde kapot is en daarom niet meer voltooid is, zal vernieuwen door die Geest, zoals de Geest Gods, die eens zweefde of broedde op de chaos van deze wereld, de schepping van God afmaakte! Christus is bedeeld met de volheid van de Heilige Geest. De zeven Geesten zijn immers voor Gods troon en zij doorzoeken de ganse aarde. Het getal zeven ziet op de volheid die er in God is, Die hemel en aarde met elkaar verbindt door de Heilige Geest om het werk van de Zoon Gods. Zo rust op Christus de volheid van Zijn Geest. God brengt door die Geest zondaren tot rust, zoals eens de schepping van God één en al rust was. Nu moet u er op letten, dat er staat: Op Hem zal de Geest des Heeren rusten. De Geest die Christus met pinksteren heeft uitgestort, van wie ook tekenen geopenbaard werden onder het Oude Testament, (denk aan de profetie) overtuigt ons niet alleen van zonden, maar Iaat ons ook de volheid zien die er in Christus is. Van het begin tot het einde bedoelt de Geest de Heere alleen te verheerlijken. Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn immers alle dingen. Daarom moet het ons opvallen dat, als de verschillende gaven van de Geest worden genoemd, de profeet begint met de naam Heere en hiermee ook eindigt, om zo aan te geven, dat al de gaven van de Geest God in Zijn eeuwige Verbondstrouw bedoelen. De Heilige Geest zet nooit de mens op de troon, maar maakt de mens klein. Hoe meer de Geest in de mens werkt, hoe meer hij ook de heerlijkheid van de Heere Jezus Christus ziet en door Christus ook het eeuwig welbehagen des Vaders en dat van het begin tot het einde van het leven.
De naam Heere wordt daarom wel ten volle bevestigd in het werk van Christus. Let toch op de verschillende werkingen van de Heilige Geest: Dat is tot troost voor de ambtsdragers, maaar ook voor hen die zo onwetend zijn in de weg der zaligheid. Hij heeft de Geest van wijsheid en verstand. De wijsheid ziet vooral op de praktische levenswijsheid. Wat kunnen we daarin veel van Jezus leren. Hoe wijs ging Hij niet met de mensen om. Wat een wijsheid ligt er niet in de gelijkenissen die Hij predikt. Zelfs een kind kan die wijsheid begrijpen. Christus was immers de opperste wijsheid zelf, Die tot wijsheid geworden is en zo ons alles wil leren tot zaligheid. De wijsheid van de schriftgeleerden zinkt hierbij in het niet. Ook de wijsheid van deze wereld vernietigt Hij door Zijn kruis. Hij heeft ook de Geest van verstand, dat ziet op het onderscheiden van de dingen. Die gave geeft Christus in het ambt, opdat we de geesten zullen beproeven of ze uit God zijn en ons niet laten meesleuren door de listige omleidingen van de vorst der duisternis. Hoe heeft Christus in de woestijn de verzoekingen van de duivel haarfijn onderscheiden. Zo is Hij Zijn kerk in het verstand voorgegaan, opdat we, achter Hem aan, in de weg des verstands zouden treden en slechte wegen verlaten.
De Geest van Raad en Sterkte:
De gang van Jezus over deze aarde was ook vast besloten. Slagvaardig beantwoordde Hij de tegenstanders, beslist was Hij in Zijn prediking. Allerminst besluiteloos in de omgang met de mensen. Dat wij als gemeente en als ambtsdragers zo besluiteloos zijn, is vaak te wijten aan het feit dat we ons niet genoeg laten onderwijzen door de koning der Kerk zelf. Want Zijn Naam is Raad. Op Hem rust ook de Geest van sterkte. Een vastbesloten gang is ook een krachtige gang. Dat geldt van Christus en Zijn kerk. Niet door menselijke kracht maar door de kracht van het geloof overwint de strijdende kerk. Dat geloof zal alle vijanden binnen en buiten de kerk verslaan. Gods kerk is daarvan zeker, omdat Christus de grootste vijand, de duivel, in Zijn sterven en opstanding verslagen heeft. Tenslotte wordt de Geest van kennis en vreze des Heeren genoemd. Daarin komt openbaar de verborgen omgang met God. Als we iemand liefhebben, willen we ook veel van hem weten. Zo is het ook in het leven des geloofs. Die kennis gaat gepaard met de vreze Gods. De vreze des Heeren is het beginsel van alle wijsheid. Het is een kinderlijke vrees, zoals een kind ontzag heeft voor zijn vader. Zo heeft Gods Kerk ontzag voor de hemelse Vader. Dat is wel de teerste omgang, die denkbaar is. Zo zal straks de aarde vol zijn van kennis des Heeren. Dat is het hoge doel van de Geest Gods: alles wordt nieuw. Dan is er de volkomen gemeenschap met de Heere en dit alles is het werk van de beloofde Geest des Vaders, die Christus verworven heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1976
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's