De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waarachtig God en waarachtig Mens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waarachtig God en waarachtig Mens

Kerkelijk gesprek over Christelijk Geloof

9 minuten leestijd

Op de predikantenvergadering van de Gereformeerde Bond, die twee weken geleden te Zeist gehouden werd, is onder grote belangstelling een dag lang gesproken over de bekende dogmatiek van prof. dr. H. Berkhof 'Christelijk Geloof’, die grote ingang heeft gevonden en inmiddels een derde druk heeft beleefd. Professor Berkhof was de gehele dag aanwezig, zodat er ruimschoots gelegenheid was om met hem van gedachten te wisselen. Op fundamentele wijze werd op een aantal aspecten van Berkhofs geloofsleer ingegaan in een referaat van prof. dr. C. Graafland, die met name handelde over de christologie (leer aangaande Christus) en de zondeleer in Berkhofs boek. In de middagvergadering was er een forumdiscussie, waaraan werd deelgenomen door drs. A. Noordegraaf, dr. C. A. Tukker, dr. J. Broekhuis en ds. L. J. Geluk, terwijl ook professor Berkhof van het forum deel uitmaakte.
In een krantenverslag stond dezer dagen te lezen, dat het het charisma van de Hervormde Kerk is een discussie op deze wijze te vieren, dat wil zeggen als een werkelijk hoogstaand gesprek, zonder dat het er minder fundamenteel om wordt. Daarin zit ongetwijfeld een kern van waarheid. Het gesprek was een kerkelijk gesprek bij uitstek, van hoogstaand theologisch gehalte, indringend en van grote ernst. Het ging ook om niets minder dan over de persoon van Jezus.

Referaat van prof. Graafland
In zijn inleiding ging prof. Graafland allereerst in op de leer aangaande Christus. Omdat vooral over Berkhofs christologie reeds vele malen is gesproken, sloot Graafland zich aan bij de tot nu toe gevoerde discussie. Hij merkte op, dat Berkhof intussen is gekomen tot een nadere uiteenzetting van zijn gedachten omtrent de unieke oorsprong van Jezus. Lijkt het in zijn boek erop dat deze relatie van Jezus tot God uitsluitend een functionele relatie is, d.w.z. een relatie die wél iets zegt over de betekenis van Jezus’ werk maar niet van Zijn persoon-zijn, nü blijkt, dat Berkhof Jezus ook als persoon ziet in een bijzonder licht, m.a.w. niet alleen functioneel maar ook zogenaamd ontologisch, dus te maken hebbend met het zijn van Jezus.
Het blijkt nu, dat Berkhof Jezus toch beschouwt als een bijzonder mens, ook in het zijn van diens persoon. Dat is al zo bij zijn ontvangenis en geboorte. Hoewel Jezus toch een kind is van Jozef én Maria, is er toch iets bijzonders in deze ontvangenis gebeurd, hetgeen kan worden aangeduid als een nieuwe schepping van God. En dat bijzondere neemt toe tijdens Jezus’ leven, zodat Jezus een weg doorloopt van toenemende vergoddelijking. Hij wordt een Mens met verdiepingen.

* * *
Na een zorgvuldige analyse van Berkhofs gedachten hierover, kwam Graafland tot de conclusie, dat Jezus bij Berkhof niet alleen niet waarachtig God, maar ook niet een waarachtig mens blijkt te zijn. Deze mens Jezus is een nieuwe schepping van God, een verbeterde schepping vergeleken met de eerste schepping van de méns door God. Volgens Graafland betekent dit echter een afwijking van het klassieke belijden, omdat daarin is beleden van Jezus, dat Hij waarachtig God én waarachtig mens is geweest. Dat laatste is vooral ook daarom van grote betekenis, omdat Jezus alleen zó onze plaats heeft kunnen innemen tot onze verzoening en verlossing. Bij Berkhof komt Jezus er tenslotte uit te zien als een soort tussenwezen, dat tussen God en mens instaat, maar waarin nóch God zelf nóch de mens zelf zich kunnen terugvinden. Berkhof zou hier inhoudelijk aansluiten bij de gedachten van Arius, die in de oude kerk reeds zijn afgewezen.

* * *
In het tweede deel van zijn referaat wees Graafland het verband aan tussen Berkhofs christologie en zijn scheppings- en zondeleer. Berkhof wijst af, dat er een staat der rechtheid is geweest, die voorafgegaan is aan de zondeval. Daartegenover meent Berkhof, dat de zonde reeds in de structuur van de schepping zelf ligt opgesloten. Zij komt voort uit het toegeven van de mens aan zijn natuurlijke aard (roofprimaat-aard) en uit het weigeren om op te stijgen naar de hogere werkelijkheid van de liefdesomgang met God en de medemens. Graafland toonde aan, hoezeer Berkhof zich hier laat leiden door het evolutionistisch denken en zo komt tot een verklaring van de oorsprong van de zonde. Graafland wees erop, dat op deze wijze het schuldkarakter van de zonde wordt verzwakt, en dat niet meer tot zijn recht komt wat de Schrift over de zonde zegt, die haar tekent als moedwillige ongehoorzaamheid aan en opstand tegen God. Daarbij wordt door Berkhof God door Zijn gebrekkige (voorlopige) schepping van de mens op een ongeoorloofde wijze bij het ontstaan van de zonde betrokken.
Graafland meende bij Berkhof ook een (gelukkige) inconsequentie te ontdekken, omdat Berkhof aan het eind van zijn zondeleer deze schuld van de zonde tóch benadrukt in aansluiting bij het klassieke spreken van de kerk. Volgens Graafland blijkt er bij Berkhof iets van een heen en weer-denken te zijn, hetgeen ook verklaart, dat Berkhof zelf meent, dat hij nog wel weer eens een hoek kan omslaan in zijn denken. Graafland wees tenslotte op het gewicht van deze dingen en op het gevaarlijke van het voortdurend wendingen nemen in het theologisch denken, temeer, omdat de invloed van Berkhof groot blijkt te zijn.

Schrift gebruik en Schriftgeloof
In de discussie ging het allereerst om het Schriftgebruik en het Schriftgeloof. Graafland had terzake opgemerkt, dat Berkhof het historisch-kritisch onderzoek van de Schrift hanteert en er ook wat mee dóét. Hij komt tot een selectief hanteren van Schriftgegevens en een gemakkelijk weglaten van andere. Graafland, die stelde zelf de gehele Bijbel als canoniek te aanvaarden, spitste het toe op de door Berkhof ontkende maagdelijke geboorte, ondanks het feit dat de Schrift hierover spreekt. Berkhof stelde, dat elke traditie met de Schrift selectief om is gegaan, en dat dit voor hem ook geldt maar met dit verschil, dat hij het bewust doet. Dit hangt ook samen met het vrijheidsbegrip. Berkhof vond tegenstrijdigheden in de Schrift, maar stem en tegenstem waren voor hem beide het goddelijke in de Schrift. De opposanten gingen uit van de eenheid van de Schrift en achtten selectie ontoelaatbaar.

Maagdelijke geboorte
De discussie spitste zich toe op de maagdelijke geboorte. Deze werd door Berkhof ontkend. Christus was geboren uit het geslachtelijk samengaan van Jozef en Maria, hoewel hij in de discussie opmerkte dat de mens 'de nieuwe mens’ niet verwékken kan maar wel ontvangen. Zijn ontkenning van de maagdelijke geboorte motiveerde hij door op te merken, dat de maagdelijke geboorte in Lucas 1 wel staat maar verder tot het randverschijnsel van het bijbels getuigenis behoort. In datgene wat Paulus — de grote prediker van het Nieuwe Testament — schrijft komt het niet voor, dit in tegenstelling tot kruis en opstanding, die niet tot het randgetuigenis behoren. Drs. A. Noordegraaf merkte op, dat Paulus zich over het leven van Jezus ook weinig heeft uitgelaten maar dat dit dan toch daarom niet tot het randgetuigenis behoort. Drs. Exalto merkte op, dat de maagdelijke geboorte in de Schrift zelf niet als randgetuigenis wordt aangediend. En ds. M. Verduin merkte hetzelfde op t.a.v. het apostolicum. Drs. H. J. de Bie stelde, dat Lucas 1, met de lofzang van Maria, verankerd is ook in het boek Samuel met de lofzang van Hanna en ook daarom niet als randgetuigenis mag worden aangemerkt.

* * *
Dit alles heeft te maken met de zogenaamde preëxistentie (letterlijk: het bestaan van Christus vóór zijn geboorte). Ds. V. E. Staniek wees erop, dat de Schrift leert, dat Christus zichzelf heeft ontledigd terwille van ons en dat Zijn uitgang was van de dagen der eeuwigheid. En ds. Blenk vroeg één en andermaal aan professor Berkhof of het met diens visie op Christus nog mogelijk was te preken (met Kerstmis) over de tekst, waarin wordt gezegd, dat Christus om onzentwil arm geworden is daar hij rijk was. Waarop Berkhof repliceerde met de opmerking, dat hij met zijn visie dertig teksten erbij gekregen had (waarover hij nieuw licht had ontvangen) maar dat hij ook — om zo te zeggen — vijf teksten was kwijtgeraakt, waaronder de genoemde. Dit dwong hem verder te blijven in zijn dogmatische bezinning. We kunnen van deze discussie slechts een enkel facet weergeven. Het kardinale van de visie van prof. Berkhof is, dat hij de belijdenis van Chalcedon 'Christus waarachtig God en waarachtig mens’ loslaat. Waarbij professor Graafland dan aantoonde, dat niet alleen het waarachtig God zijn valt bij Berkhof maar uiteindelijk ook het waarachtig mens zijn, omdat het mens zijn van Christus toch een ander mens zijn in dan het onze.

Epiloog
We begonnen dit verslag met te zeggen, dat hier sprake was van een diepgaand en hoogstaand debat. Wanneer gezegd wordt — als vermeld — dat een discussie als deze het charisma van de Hervormde Kerk is, dan heeft dat een kern van waarheid. Daar staat dan overigens direct tegenover, dat het nodig is binnen de Hervormde Kerk, die ’Christusbelijdende volkskerk’ wil zijn, een discussie als deze te voeren, waarbij het om niets minder gaat dan om centrale stukken van de leer des heils. Discussies als deze confronteren ons ook met het gegeven, dat de Schriften op zo fundamenteel verscheiden wijzen worden gehanteerd. Hier is het belijden van de kerk in het geding, niet op randverschijnselen maar op de kernen. Dat gaf aan deze discussie iets van de laatste ernst. Het gaat om zaken van leven of dood. En de dogmaticus — met name ook de dogmaticus Berkhof, die zo’n grote invloed heeft — heeft grote verantwoordelijkheid als het gaat om het geven van leiding aan de theologie, die uiteindelijk terugkomt in de prediking. Er wordt wel eens wat ludiek over ’de ketterijen van Berkhof' gesproken. Zo in de zin van: wéér een ketterij erbij ontdekt. Met name sommigen van diegenen, die affiniteit hebben tot Berkhofs theologie, plegen dit soms te doen. Hier past echter geen 'Spielerei’. Daarvoor zijn de zaken te ernstig. De ernst van één en ander kwam in het debat op de concio duidelijk naar voren, terwijl het gesprek een waardigheid had, die de kérk waardig is. De discussie op de concio wees uit, dat er de vurige begeerte leefde, dat als Berkhof nóg weer eens een keer een hoek om zou slaan, hij dan weer zou komen in de weg van wat de kerk der eeuwen over Christus als waarachtig God en waarachtig mens heeft beleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Waarachtig God en waarachtig Mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's