Boekbespreking
George Harinck: De Reformatie – weekblad tot ontwikkeling van het gereformeerde leven 1920-1940, Ten Have, Reeks Passage 8, 468 blz., ƒ 49,50.
Kerkelijke periodieken speelden vooral vroeger een belangrijke rol onder met name hervormden en gereformeerden. De beeldcultuur van onze dagen heeft het lezen van kerkelijke bladen sterk teruggedrongen. Maar dat was eind vorige en eerste helft van deze eeuw wel anders. Kranten en weekbladen mobiliseerden en activeerden mensen tot daden in politiek en kerkelijk verband. Toen de vrijheid van drukpers en de al meer verbeterende technische realisering van het drukproces toenam, hebben leiders intensief gebruikgemaakt van dit medium. Dr. G. Harinck, die 1 oktober 1993 promoveerde aan de VU op de hier besproken studie, citeert Abraham Kuyper, die met zijn dagblad 'De Standaard' velen wist te bereiken. Hij benutte dit middel tot het uiterste als 'een paard, dat ik bereed, om den eindpaal van den weg des te sneller te bereiken'. Harinck opent zijn studie door aandacht te vragen voor iets, wat hij kenmerkend acht voor het calvinisme, namelijk de zorgvuldige formulering van de geloofsinhoud. Calvijns Institutie en de in de zestiende en zeventiende eeuw ontstane Formulieren van Enigheid bewijzen dat.
Schaduwzijde was soms de felle polemiek waarmee het formuleren gepaard ging. Toen de gereformeerden in het begin van de 19e eeuw al meer een belaagde underdog gingen vormen, beten ze steeds feller van zich af door geschriften, waarin ze hun standpunt helder formuleerden. Maar niet alleen naar buiten toe wordt er gepolemiseerd, ook intern gaan strijdschriften het kerkelijk leven doorsnijden. Harinck laat zien hoe de kerkelijke twisten van de voorbije twee eeuwen binnen gereformeerde kring beginnen met perspolemieken en eindigen in een aparte kerkformatie: Hendrik de Cock en H. P. Scholte in 1834 met de Afscheiding, A. Kuyper met zijn De Standaard in 1886 met de Doleantie, ds. J. G. Geelkerken roept via zijn publikaties de voor hem negatieve beslissing van de synode van Assen in 1926 over zichzelf op en dr. K. Schilder komt buiten de GKN te staan in 1944, najaren van heftige polemieken in zijn De Reformatie. Wie deze uiterst boeiend geschreven studie over twintig jaar geschiedenis van een zo vooraanstaande periodiek leest, kan soms de verzuchting niet geheel onderdrukken: moest dat nu allemaal zó? De kerkelijke pers heeft toch wel vele schaduwkanten gekend. Ook onder ons kennen we de beschamende polemieken tussen o.a. dr. Hugo Visscher in het Gereformeerd Weekblad en ds. J. G. Woelderink in de Waarheidsvriend. De hier beschreven twintig jaren van De Reformatie laten soms ook staaltjes zien van interne machtsstrijd, van benepen jagen op eigen gelijk en van pure kerkpolitiek.
Toch is dat ook weer niet de overheersende lijn, die naar voren komt. De Gereformeerden beschikten in de jaren van het interbellum over heldere geesten. Je komt ze hier ook tegen: dr. B. Wielenga, dr. J. Waterink, dr. V. Hepp, maar boven velen uit dr. K. Schilder. De geestdrift en de bijna tomeloze inzet van laatstgenoemde maakt grote indruk. Schilder beseft met velen in zijn kerken dat er na de Eerste Wereldoorlog een breuk is geslagen in het leven en beleven van veel mensen. Er kan niet langer louter herhaald worden wat Kuyper en Bavinck in hun dagen hebben gezegd en geschreven. Het gereformeerde dient verder ontwikkeld te worden, vandaar het onderschrift van De Reformatie. Schilder jaagt daarbij geen nieuwlichterij na, maar voelt zich zo verbonden met het eenvoudige kerkvolk, dat hij haar leiding wil geven. Je vraagt je daarbij soms wel af: hoe hebben ze hem steeds kunnen volgen. Maar toch, velen voelen aan: deze man trekt lijnen en zet een spoor uit dat bijbels en gereformeerd is. Aan de andere kant roept zijn methode bij vooral collega's wrevel en weerzin op. Dat is het toenemende spanningsveld waarbinnen De Reformatie belandt.
Interessant is te lezen hoe de introductie van Karl Barth zich in de twintiger jaren voltrekt. Schilder, eerst onder de indruk, keert zich later scherp tegen het gedachtengoed van de Zwitser. In dit kader komen ook hervormde theologen als Haitjema, Noordmans en Miskotte over het voetlicht. Schilder was daarin niet benepen, maar nodigde Noordmans zelf uit tot een gedachtenwisseling. Hij gaat ook grondig in op een reactie van Miskotte over een publikatie van zijn hand. De zelfbewuste toon van Schilder ergert dan hervormden en maakt verder gesprek onmogelijk. Indruk maakt ook hoe Schilder de gevaren van de in de dertigerjaren opkomende invloed van NSB en CDU aan de orde stelt. Anderen laten er zich liever niet zo duidelijk over uit, want vinden ze: de kerk moet zich niet met de politiek bemoeien. Later blijkt dat de politiek zich wel met hen bemoeit. Schilder houdt vol scherp te waarschuwen tegen het nationaal-socialisme. Als in 1940 de oorlog uitbreekt, zwijgt hij nog niet, maar schrijft eerder nog duidelijker. Dat levert hem arrestatie en gevangenneming, inclusief een schrijfverbod op. Je kunt je wel voorstellen hoe de manier en methode van schrijven van Schilder vooral leidinggevenden van die dagen al meer irriteert. Je voelt het al lezend aankomen: die mond moet worden gesnoerd, ook al is het midden in de barre jaren van de oorlog: 1944. Beschamend en ongelofelijk dieptepunt binnen de gereformeerde gezindte. Schilder blijft schrijven zoals hij deed, omdat hij wars is van zwijgen als er gesproken moet worden. Omdat hij er niet tegen kan als om kerkpolitieke redenen dingen anders worden gesteld dan eigenlijk zou moeten. Het net sluit zich dan al meer om hem heen, juist omdat hij zich niet wil laten binden door al te menselijke aanpassingen aan wat hij zelf belijdt en beleeft als het klare gereformeerde belijden. De schok van zijn schorsing heeft er echter wel voor gezorgd dat synodaal gereformeerden voor altijd vuurbang zijn gemaakt voor enig ingrijpen bij dwalingen. Mede daardoor is de 'vrije val' der gereformeerden bevorderd, iets waarvan Schilder in de dertiger jaren het begin al voorvoeld heeft.
Harincks studie is de moeite waard gelezen te worden door allen, die geïnteresseerd zijn in de recente geschiedenis van de gereformeerde gezindte. Een prachtig boek!
J. Maasland
Drs. G. W. Lorein (red.), Naar een nieuwe bijbelvertaling?, uitg. Groen en Zn., Leiden 1994, 124 blz., ƒ 19,95.
Het Nederlands Bijbel Genootschap is in samenwerking met de Katholieke Bijbel Stichting bezig met de voorbereidingen voor een nieuwe bijbelvertaling. Het Evangelisch Beraad 2002 is een comité dan vanuit de erkenning van de Bijbel als het geïnspireerde Woord Gods kritisch wil meeleven met het vertalingswerk. Na een historisch overzicht van de Nederlandse bijbelvertalingen en een aanduiding van het bijbelgebruik in verschillende kerken en groepen, wordt systematisch ingegaan op de vraag 'wat is een goede vertaling?'.
G. van den Brink geeft de door het Beraad ingenomen standpunten weer, terwijl E. W. Tuinstra van het NBG hierop kort reageert.
Het is van groot belang dat breed vanuit de kerken wordt meegeleefd en meegedacht met dit project. Dit boekje is een uitstekende introductie om de problematiek rond vertalen van het Woord scherper in het oog te vatten.
J. Hoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's