De Achilleshiel van het Calvinisme (2)
Een theologische excurs
Ik zou het vijfde hoofdstuk, waarin het gaat over de theologie (soms dacht ik bij het lezen de theorie) van de wedergeboorte bij theologen als A. Kuyper, H. Bavinck, K. Schilder en S. Greijdanus, een theologische excurs willen noemen. Het gaat me te ver om hier uitvoerig op in te gaan.
Van Hulst wijst de visie van Kuyper (veronderstelde wedergeboorte) radicaal af. Volgens hem heeft ook Bavinck, met al het goede dat hij over de wedergeboorte naar voren bracht, 'het hart van de wedergeboorteleer eruit gesneden', omdat hij de wedergeboorte verobjectiveert, door te stellen: geestelijk leven kun je niet ervaren, want het is verborgen met Christus in God. Geestelijk leven is juist een enorme ervaring, zo stelt Van Hulst hier tegenover. Daar heeft hij wel gelijk in.
Maar als volgens de auteur, met een beroep op H. Bavinck, bv. tijdgeloof wel een oprecht maar geen waar geloof is (blz. 50) en hij als de wedergeboorte formuleert, dat het 't moment is, waarop een aanvankelijk historisch geloof overgaat in een waar geloof, dan kan ik hem op dit punt niet bijvallen. Het ware geloof is van andere aard en orde.
Bovendien: wie geeft de grensovergang nauwkeurig aan?
Is het niet schriftuurlijker om de bijbelse lijn aan te houden, dat we bij de wedergeboorte vanuit de dood overgaan in het leven? Ook vraag ik me af of het mogelijk is God lief te hebben met je verstand, waarbij dan later (hoe en wanneer?) het God liefhebben met je hart komt. Op die manier breng je een ongezonde en niet geoorloofde tweedeling aan in het geloof en in het geestelijk leven in 't algemeen.
Ernstig bezwaar heb ik als Van Hulst beweert: 'Bij Calvijn is de kinderdoop in de eerste plaats bedoeld om de noodzaak van de (toekomstige) wedergeboorte te bevestigen'. Meer niet? vraag ik me af. God zij dank wel en wie Calvijn op het punt van zijn Doopleer, in samenhang met de wedergeboorte, serieus neemt, komt tot een totaal andere conclusie. Ik had liever gezien, dat de schrijver gewezen zou hebben op de vastheid van Gods beloften en daarmee verbonden de eis zowel als de gave van het geloof. En weer stuit ik in dit verband op het althans op mij overkomend voorwaardelijk karakter van de wedergeboorte, wanneer ik lees 'Als je begint met de weigering om te geloven dat de Bijbel waar zou kunnen zijn, kan God niet met je verder'. Werkt dan de Heilige Geest niet onwederstandelijk?
Met K. Schilder kan Van Hulst ver meegaan, maar hij volgt hem niet helemaal, omdat hij van mening is, dat het verbond bij Schilder afhankelijk is van onze gehoorzaamheid. Merkwaardig is deze zin, temeer omdat ik het min of meer voorwaardelijke telkens bij Van Hulst zelf zie opduiken.
Ten slotte valt Hulst Greijdanus bij, die sterk de nadruk legt op de geestelijke ervaring en door een ander waar te nemen werkelijkheid van de wedergeboorte, zonder dat de wedergeborene ooit het geheim van het nieuwe leven kan doorgronden. Dat is een belangrijk punt. Want het gaat in dit boek vooral over de wedergeboorte als bewúste ervaring. Het mag gezegd dat het te waarderen is dat Van Hulst dat goed in de gaten heeft, zeker met het oog op het rationele en vanzelfsprekende in de neo-gereformeerde sector van de gereformeerde gezindheid.
Toch voel ik mij, in tegenstelhng tot Van Hulst, meer aangesproken door Schilders woord: 'Er is wedergeboorte: maar als ik dat niet geloof op grond van de Schrift, dan zou ik nergens iets van geloven. Want we zien er geen steek van'.
Dat mag ietwat eenzijdig zijn, maar het geloof in de Schrift geeft meer houvast dan de ervaring van mijn wedergeboorte. Ik ben ervoor om in dit verband maar van ervaring des geloofs te spreken. Het geloof dat Gods hele Woord waarachtig bevindt.
Samenvatting
Ik zie me genoodzaakt om de rest van het boek van Van Hulst kort samen te vatten. Daar schrijft hij over theologische noties, die of rechtstreeks of zijdelings met de wedergeboorte in verband staan, o.a.: Het openbaringsprobleem; de drie functies van de wet, de rechtvaardiging van de goddeloze (in de hoofdstukken 7 t/m 17).
Elk onderwerp zou apart besproken moeten en kunnen worden.
Ik kan zeggen, dat Van Hulst zich alle moeite heeft getroost om ons opnieuw helder te maken wat Gods Woord ons dienaangaande heeft te zeggen.
Over het algemeen is er veel wat onze instemming heeft. We moeten dit nu laten rusten. Vanaf hoofdstuk 18 komt hij weer op het onderwerp van de wedergeboorte als ervaring terug. Naar mijn idee sluit hij in het slot van zijn boek dichter aan bij de bijbelse leer en gereformeerde opvatting van de wedergeboorte dan in het begin. Duidelijk wordt uiteengezet wat de effecten van de wedergeboorte zijn en welke gevolgen dat heeft in het leven van de heiligmaking van een christen.
Besluit
Ik wil voorop stellen, dat Van Hulst niet maar beschouwelijk, als op een afstand de wedergeboorte beschrijft. Zijn persoonlijk getuigenis is welgemeend en getuigt van geestelijke betrokkenheid op de zaak van de wedergeboorte zelf. Hij schrijft in elk geval vanuit de vurige liefde tot Christus. Toch kan iemand uit deze bespreking concluderen, dat ik niet in alles met onze broeder (zo wil ik hem toch wel zien) eens ben.
Van Hulst, zo zei ik al, raakt hier en daar, vooral in het begin het spoor wat bijster. Ik waag een poging om aan te geven wat daarvan de oorzaak kan zijn. Ik wil dit vragenderwijs doen.
Heb ik het goed, dat hij wedergeboorte en geloof te veel uit elkaar haalt?
Heb ik goed begrepen waar de crux zit in zijn betoog, nl. dat de wedergeboorte niet voldoende strikt verbonden is met het geloof in Christus?
Zo heb ik tot nu toe Calvijns opvatting over de wedergeboorte begrepen. Dat voorkomt een verzelfstandiging van de wedergeboorte door haar, hoe miniem ook, aan bepaalde voorwaarden te binden waar ik in het bovenstaande meende de vinger bij te moeten leggen.
Ik onderstreep van harte de essentie en intentie waarmee Van Hulst de ervaring van de wedergeboorte in zijn kerkelijke kring aan de orde stelt.
We kunnen daar veel uit leren, onverschillig welke kerkelijke achtergrond we ook hebben.
Maar broeder Van Hulst meent toch niet, dat kleine kinderen, waarover hoofdstuk 1-17 van de Dordtse Leerregels spreekt, de wedergeboorte niet nodig hebben, maar mogen binnenkomen uit kracht van het genadeverbond? Dat laatste zal waar zijn, maar het genadeverbond houdt toch in dat de belofte en gave der wedergeboorte verzegeld zijn? Dan houdt dit ook in, dat zij niet zonder wedergeboorte, die ze zelf niet bewust hebben ervaren, Gods koninkrijk binnengaan? Of zegt Gods Woord ons dat kleine kinderen uitzondering zijn op de regel? Als we dat zeggen, dan zou de kuyperiaanse gedachte (instorting van het nieuwe leven buiten de werking van het Woord om), een gedachte die Van Hulst terecht afwijst, toch weer als wedergeboortetheorie binnensluipen, en is de achilleshiel nog niet trefzeker geraakt.
Blij ben ik er dan ook mee als Van Hulst met instemming ds. Willem Teellinck (1759-1629) citeert: 'Ik versta het zo dat het wezen van een wedergeboren christen-mens hierin gelegen is: wij zoeken door het geloof, onze zaligheid uitsluitend in Christus.
Wij bewegen ons voortdurend dichter naar God toe.
Wij willen ons verootmoedigen over ieder gebrek dat wij nog tegen onze wil in ons aantreffen.
Wij eigenen ons elke dag de verdiensten van Christus toe om ons daardoor met God te verzoenen.'
En voeg ik eraan toe: Met een voornemen des harten bij de Heere te blijven onder het zuchten naar het tijdperk der volmaaktheid, waarbij de hartelijke vreugde in God door Christus vast en zeker niet ontbreekt, maar ons met heimwee vervult. Een veilige, bijbelse weg voor ons allen, dunkt mij.
Bezinning op de zaak der wedergeboorte is blijvend geboden voor elke christen. De inspanning, die het bestuderen van dit boek kost, zal rijk worden beloond.
H. Visser, Katwijk
N.a.v. F. van Hulst, De achilleshiel van het Calvinisme, uitgave De Vuurbaak, Barneveld, 180 pagina's ƒ 27,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's