Waakt!
'En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt'Markus 13 : 37
Door alle tijden heen is Gods kerk bedreigd geweest. Door alle tijden heen waren er gevaren. Gevaren van de kant van tegenstanders van buiten en gevaren van binnenuit. Heeft met name een apostel als Paulus er niet van geweten en er over geschreven, en niet alleen hij?
Gevaren altijd en overal.
Maar zouden wij altijd wel erg hebben in één altijd aanwezig gevaar: in het gevaar van slaperig worden of al geworden zijn?
Tegen dat gevaar heeft de Heere Jezus Cristus Zijn discipelen – en ons – meermalen gewaarschuwd.Bekend zijn de woorden, tot de discipelen gericht en Gethsemane, toen Hij worstede in het gebeden de vrienden slapende vond: Wakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. En zo ook in onze tekst, die wij vinden aan het eind van een korte gelijkenis. Merkwaardigerwijze lezen wij eenzelfde oproep en waarschuwing ook aan het begin van deze gelijkenis, als wij de Heere Jezus horen zeggen: Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is. En tussen deze twee vermaningen of, als u wilt, oproepen vinden wij dan de korte gelijkenis van die heer, die op reis gaat en zijn slaven opdrachten geeft, de deurwachter beveelt dat hij waakzaam zal zijn, en dan nog eens zegt: Zowaakt dan, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal.
Waakt!
Een vijand is op pad gegaan. Dé vijand. Die allerwege zijn helpers en dienstknechten heeft. De Boze die, om maar één voorbeeld te noemen, 's nachts giftig zaad zaait tussen het tarwezaad. En het gevaar is groot, dat wij er geen erg in hebben dat hij onophoudelijk bezig is. Om te verwoesten, te verstoren, te bederven, Gods werk aan te tasten en het zicht op de toekomende dingen te omnevelen. En wat tot de leerlingen van Jezus gezegd wordt, geldt daarom eenieder van ons: Waakt! Dat is niet precies hetzelfde als 'weest wakker'. Je kunt wakker zijn en toch geen erg hebben in de dingen, die er om je heen gebeuren. Slaap je, vraagt de vrouw aan haar man, wanneer hij vermoeid op de bank ligt; slaap je of ben je wakker? Wakker zijn wil nog niet altijd zeggen: oog hebben voor wat er aan de hand is. Je kunt immers de dingen zien zonder ze te zien en straks zeg je: ik heb er geen erg in gehad. En zo ook hier. De Heere zal de Zijnen bewaren door alle tijden heen. Hen die Hij gekocht heeft met Zijn kostbaar bloed en op wie Hij het zegel gezet heeft van Zijn Heilige Geest. Zij zijn van U, bidt de Heere Jezus in het hogepriesterlijke gebed. Zij zijn van U; Gij hebt ze Mijj gegeven. Maar o, wat een gevaar van slaperig worden. Horen we er ook niet van in de gelijkenis van de tien maagden? Zij gingen allen uit, de bruiloft tegemoed, maar zijwerden sluimerig en vielen in slaap. Mogen wij niet roepen: Heere, doe ons wakker zijn en waken. Opdat wij acht mogen geven op Uw werk, ook in deze tijd. Acht mogen hebben op Uw Woord, waarin Gij ons in uitzicht stelt dat Gij zult komen. Waakt! Ik zeg het állen, horen wij Jezus zeggen. Maar hoe kan ik waken? De Boze reikt mij zijn slaapmiddelen aan, hij wil mij benevelen, zodat ik wegdommel en denk: het zal zo'n vaart niet lopen… Zonde en gericht, gerechtigheid en oordeel? God ontmoeten? Rekenschap geven? Ik heb toch nog tijd genoeg om mij daarmee bezig te houden? En bovendien: zouden wij de enigen zijn, die weten hoe men God heeft te dienen? Zouden al die anderen, die het anders zien dan wij, het bij het verkeerde eind hebben? Zouden we niet wat mogen relativeren?
Maar waarom strak de Heere dan die woorden: waakt? Toch wel, opdat niet vergeten zou worden dat Hij ens zou komen? En dan gaat het er toch om, dat wij zonder verschrikken voor Hem mogen verschijnen? Waakt! Het gaat om uw leven. Het gaat er om, dat u Christus deelachtig moogt zijn. Het komt er op aan, dat u het waarachtige leven hebt leren zoeken en vinden in Hem, de gezegende Christus, Die Zichzelf ten offer gegeven heeft opdat zondaren het leven zouden beërven en God de eer geven, Zijn Naam zij gelooft!
Maar hoe zal ik waken? Zingen wij het niet: verlos ons uit des bozen macht… Wij zijn toch zwak, Zijn sterkt' is groot…? Hoe zal ik waken? In en door het gebed. Nooit is immers iemand meer waakzaam dan wanneer hij in het gebed omgang heeft met de levende God. Wanneer hij, machteloos gebonden, verloren in zichzelf, zich mag vastklemmen aan het woord der belofte en een vrijmoedige omgang heeft tot de troon der genade: Dit weet ik vast: God zal mij nooit begeven. Alles verzondigd, geen rechten hebbend, en toch: geleid door de Heilige Geest en vervuld met die Geest opklimmend tot Hem, Die genade uitroept in Christus Jezus.
Hoe zal ik waken?
Door de Schriften te openen en er de hand op te leggen. En met het Woord van God tot Hem te naderen die het gegeven en gesproken heeft. Dan ziet de Boze geen opening om binnen te vallen. Straks misschien wel. Als de dingen van dit levenons weer gaan bezighouden en wij overvallen worden door onzekerheid en twijfel. Mogen we Christus' woorden aan elkaar voorleggen? En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt! Maar dan ook: Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is. Opdat ge niet straks de deur gesloten zult vinden. En dan…? Ja, en dan…?
J. Wieman, Zwijndrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's