De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

[Be]lijden onder de Kruisbanier

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

[Be]lijden onder de Kruisbanier

12 minuten leestijd

Tot in Gods handen In de rouwadvertentie stond: 'Den 20Sten Maart, des morgens om 8 uur, mocht onze lieve Man en Vader, Dirk Arie van den Bosch, Hervormd Predikant te 's-Gravenhage, de Kruisbanier tot in Gods Handen dragen.' Er was wel het nodige aan voorafgegaan: zijn gevangenschap, eerst bijna een jaar in Scheveningen, later krap vijf maanden in kamp Amersfoort. Daar bezweek hij aan de gevolgen van de doorstane ontberingen: grove ondervoeding, ondraaglijke spanning, onmenselijke arbeid. De Duitsers hadden hem in hechtenis genomen, omdat ze hadden gemerkt: deze voorganger beschikt in ruime mate over de gave van het woord. Hoezeer had men de macht daarvan in het Derde Rijk leren kennen. Hoezeer vreesde men daarom die gave bij hen, die haar aanwendden ten bate van Christus' Rijk. Dat kostte ds. Yan den Bosch zijn vrijheid. Langzaam maar zeker ontdekte  hij wat zijn Zender hem daarmee wilde leren: het gaat om het dragen van de kruisbanier; meer nog: om het leven, ja, het lijden daaronder. Hij wist - zo schreef hij vanuit Scheveningen aan zijn vrouw en kinderen - dat hij 'om des Woord wille gevangen gehouden' werd. In diezelfde brief noemt hij als één van zijn lievelingsliederen: 'Jezus, Uw verzoenend sterven / blijft het rustpunt van ons hart.' 'Ik heb in de vele eenzame uren hier in de cel dat klaar en duidelijk leren verstaan, dat daarin - zoals ik altijd geweten en gepredikt heb - alleen onze verlossing is; dat dat ook alleen de moeite van 't leven waard maakt en dat al het andere maar van zeer ondergeschikt belang is. Mijn fout (en dat is de fout van velen) is geweest - en dat heeft mi j in de loop van dit halfjaar een mateloos verdriet gebracht, dat heeft mij oud en grijs gemaakt - dat ik al het andere, dus tijdelijke, op een veel te hoog plan in mijn leven had staan.'  Enkele weken later schreef hij: 'Alle dagen heb ik jullie gebeden nodig om voor mi j van God af te bidden om dit kruis, zoals het in het doopformulier staat, vrolijk achter Christus aan te dragen.' Dat gebed is verhoord. Veel mocht hij betekenen voor zijn medegevangenen in het concentratiekamp te Amersfoort. Totdat hij die 20ste maart de kruisbanier uit handen mocht geven en in Gods handen leggen. Dat was in 1942. Geschenk Nu is het 2001. Een andere tijd. Een tijd zonder oorlog, zonder verdrukking, zonder vervolging; althans voor ons hier in Nederland. Maar ook een tijd zonder kruisbanier? Nee, dat niet. Aan iedereen die de Naam van Christus belijdt, wordt de kruisbanier uitgereikt. Want er is geen belijdenis zonder banier, zonder kruisbanier. Dat is de benaming die we in dit artikel geven aan het kruis, dat iedere volgeling van de Gekruisigde ontvangt. Ontvangt als een geschenk! Het hoeft geen vraag te zijn waar de kruisbanier ons in handen gegeven wordt: bij Christus' kruis. Daarmee heeft ze natuurlijk alles te maken.  Daaraan is ze vastgehecht. Daaraan ondeent ze haar waarde. Voor we er erg in hebben, wordt onze blik meer getrokken naar het kruis zelf dan naar de kruisbanier. Kostbaar kruis Dat kan ook niet anders. In Christus' kruis willen we toch eeuwig roemen?! O kostbaar kruis! Immers, aan het kruishout stilde Christus de toorn van Zijn Vader; dat was de toorn, waaronder wij eeuwig hadden moeten wegzinken. Hij stortte er ook Zijn bloed; en zo baande Hij voor ons de weg naar het hart van Zijn Vader. Al onze zonden wierp Hij achter de rug van Zijn Vader in een zee zó diep dat ze tot in alle eeuwigheid niet meer te vinden zijn. O kostbaar kruis! Iedere zondag wordt het in de prediking neergezet. Dan drupt het bloed van de Heiland op ons. En uit Zijn mond klinkt het ons tegen: 'Ik voor u, daar u anders de eeuwige dood had moeten sterven.' Door diezelfde prediking is de Heilige Geest aan het werk. 'Hoor je wat Christus jou toeroept?' vraagt Hij als het ware. Hij rust pas wanneer Hij ons 'amen' hoort zeggen, met heel ons hart en desnoods tegen heel ons hart in. Moet Hij niet telkens opnieuw aan de slag om dat 'amen' ons te leren en te ontlokken? Zo worden wij tot Gods kinderen aangenomen. De banier ontrolt En dan wappert boven ons hoofd de kruisbanier. Zoals gezegd: een geschenk. Want wat brengt ons dichter bij God dan het kruis? Vraagt iemand: 'Wiens kruis?' - dan antwoord ik: 'Zowel het kruis van Christus als van de christen.' Hoe hecht wordt daardoor de band tussen God en ons. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat ons 'ik' van huis uit protesteert tegen de kruisbanier. Liever laat ik mij een eremedaille opspelden; van zilver o f - nog mooier - van goud. Liever loop ik met een overwinningsvlag. Liever heb ik voorspoed en geluk. 'Maar zie je in de kruisbanier niet de zegevaan?' vraagt God dan. Nee, dat zie ik er niet in. Want hoe ontrolt de kruisbanier zich in ons leven? Dat is dikwijls door moeite en zorg, door onrust en tegenslag, door ziekte en verlies, door spanning en onzekerheid, door vervreemding en secularisade. Wie weet er niet over mee te praten? Stuk voor stuk dingen, die een domper op onze vreugde kunnen zetten o f ons het enthousiasme van ons belijdenis-doen ontnemen. O f zouden we het anders mogen zien? Zouden al deze dingen niet met de kruisbanier te maken kunnen hebben? En zou door deze wetenschap ons geloof niet aan spankracht winnen, ons leven aan toekomstperspectief? Christus zei het toch: 'Zo iemand achter Mi j wi l komen, die verloochene zichzelf, neme zijn kruisbanier in handen, en volge Mij.' (Matth. 16 : 24) Oefening Laten we eens nagaan waarom de kruisbanier zo'n kostbaar geschenk is. Het is een middel om ons te oefenen. Daar begon de Heere al mee bij Zijn lieve Zoon. Als er Één heeft geweten wat het was om een kruis te dragen, dan was het Christus. Dag in dag uit vielen de schaduwen van dat hout over Zijn levenspad. Zózeer zelfs dat onze Catechismus zegt dat Hi j 'de ganse tijd van Zijn leven op de aarde' geleden heeft. Waarom was dat? Hij moest door wat Hi j leed, gehoorzaamheid leren. (Hebr. 5 : 8) Dat is even wat: oefening in gehoorzaamheid voor de eeuwige Zoon des Vaders. Zou er voor ons dan een uitzondering gemaakt worden? Wij hebben die oefening veel en veel harder nodig. Al te vaak is (geloofs)gehoorzaamheid bij ons ver te zoeken. Maar door de kruisbanier leren we gehoorzaam te zijn aan Gods geboden en beloften. En we belijden: 'Heere Christus, Gij hebt voor ons de gehoorzaamheid van Gods Wet vervuld.' De kruisbanier oefent ons ook in geduld. Geen overbodige oefening. Meer dan eens lijken we op Petrus. We laten de kruisbanier los, grijpen naar het zwaard en hakken links en rechts in het rond. Met alle gevolgen van dien. Hoeveel schade heeft ons ongeduld Gods zaak al niet berokkend? Één remedie blijft over: de kruisbanier. Opnieuw zoekt onze blik Christus: hoe deed Hij dat? Juist Petrus vertelt het ons: 'Als Hij gescholden werd, schold Hij niet terug; als Hij leed, dreigde Hij niet.' Wat deed Hij wel? 'Hij gaf het over aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt,' namelijk aan Zijn Vader (1 Pe. 2 : 23). En we belijden: 'Trouwe Herder, ook de zonde van ons ongeduld hebt Ge op U doen aanlopen.' Beteugeling De Heere oefent ons niet alleen door de kruisbanier, Hij beteugelt ons er ook door. Want moet onze overmoed niet aan banden gelegd worden, evenals ons egoïsme? En wat te denken van eigendunk: bijna onuitroeibaar zit deze kwaal in ons hart. En overbezorgdheid o f zorgeloosheid: ook van die ondeugden, waarmee we behept zijn. En ondankbaarheid: regelmatig moeten we onszelf erop betrappen. God is echter zó genadig dat Hij ons de kruisbanier in handen geeft. Opdat wij eenmaal - zoals Paulus ergens (1 Kor. 11: 32) diepzinnig zegt - niét met de wereld veroordeeld zullen worden. Daarom kunnen wij beter hier en nu vernederd worden en alle valse vertrouwen afleren. Door deze beteugeling groeien we in zelfkennis en zelfbeheersing. En we belijden dat de Schrift terecht zegt: 'Dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij.' (Hebr. 12 : 6) Zeker, een moeilijke belijdenis. Ze druist zo ontzaglijk in tegen onze opvattingen over hoe God zou moeten zijn. Nochtans, onder de kruisbanier belijden we het. Vertroosting 't Mooiste van de kruisbanier noemden we nog niet. Dat is dat wij er ten zeerste door vertroost en opgebeurd worden. Zij maakt ons gelijkvormig aan Christus. (Rom. 8 : 29) Zoals Hij smaad en schande ondervond, zo ondervinden wij dat ook. Zoals Hij gekweld werd door al het onrecht dat Hij zag, zo worden wij dat ook. Deze en andere dingen ontlopen we niet, wanneer we de kruisbanier dragen. Maar 'daaruit komt een heerlijke vertroosting tot ons: als het ons zwaar en moeilijk valt en wi j zodoende slechts ongeluk en onheil denken te beleven, zo hebben wij in werkelijkheid deel aan Christus' lijden. Want zoals Hi j uit een doolhof van allerlei onheil in de hemelse heerlijkheid is binnengegaan, zo zullen wij ook door vele verdrukkingen ingaan in het Koninkrijk Gods' (Calvijn). Nog meer vertroosting valt ons ten deel door de kruisbanier. Onze hoop wordt erdoor versterkt. Want als God ons vandaag kracht geeft om dwars door alles heen de kruisbanier te dragen, zou Hij dat ook morgen niet doen, en altijd, totdat wij de banier definitief Hem in handen mogen geven? We ervaren hoe betrouwbaar Gods beloften zijn. We kunnen het er écht mee doen. We kunnen erop aan. Zelfs zó dat we geloven: als ik hier op aarde van alles moet missen, groeit in de hemel de ware rijkdom voor mij aan; als ik overal buitensta, als ze mij op m'n werk o f in m'n opleiding niet serieus nemen, word ik des te inniger in Gods gezin opgenomen; als van alles mij tegen zit, schiet ik des te steviger wortel in Christus. Even los Christus, ja: Hij is het! En door de Heilige Geest wordt Hij het steeds meer. De gemeenschap met Hem is onze lust en ons leven. En zijn we bang dat we haar kwijtraken, ervaren we haar niet, hebben we haar voor ons idee verspeeld, - dan wijst Hij ons op onze kruisbanier: teken van Zijn liefde. Hi j laat ons ook voelen aan ons voorhoofd: water! Bewijs dat we met Hem mee begraven en opgestaan zijn, en dat Hij ons achter Zich aan hemelwaarts leidt. En Hij stopt ons brood en wijn in handen. Dan mogen we de kruisbanier even loslaten en houdt Hij haar voor ons vast. Juist in deze simpele tekenen proeven we de hartelijke liefde en trouw van onze Drie-enige God. Zo zeker we eten en zo zeker we drinken, zo zeker zullen wij de kruisbanier tot in Zijn handen dragen. Nog tal van andere momenten zijn er, waarop de Heere zegt: 'Zet de banier nu maar even neer.' Dan is er vrede; weten we ons rijk met hen die bij ons horen; hebben we het naar ons zin op ons werk; bespeuren we de kracht van Gods Woord; ondervinden we de zegen van het gebed; zingen we, verheugd, van zorg ontslagen. De overwinningsvaan Maar op een gegeven moment doet de Heere ons toch weer verder trekken. We zijn er immers nog niet! Wapenstilstanden zijn slechts van korte duur. Want het beste komt nog. Ons wachten de eerkroon en de lauwerkrans, de palmtak en het feestkleed, 't Ligt allemaal al klaar in het Vaderhuis. En ontslapen wij, o f wordt het de jongste dag, dan zal ons een hemelse stem tot onze verrassing zeggen: 'U hebt de goede strijd gestreden, de kruisbanier tot het einde toe gedragen, en het geloof behouden; voorts is u weggelegd de kroon der rechtvaardig206 heid, welke u de Heere, de rechtvaardige Rechter, geven zal; en niet alleen u, maar ook allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad' (2 Tim. 4 : 7- 8). Maar dat vinden we niet het allerbelangrijkste. Want we verlangen Hem te zien, Die óns zo oneindig heeft liefgehad. Zó lief dat we kunnen zeggen: Hij is onze Bruidegom. En vol verwondering realiseren we ons: 'Dan ben ik de bruid.' In het Hooglied noemt de bruid Hem 'Mijn Liefste' en ze zegt: 'Hij draagt de banier boven tienduizend.' Nee, niet de kruisbanier; die mocht Hi j achterlaten op Golgotha. Maar de overwinningsvaan, die de Vader Hem op paasmorgen uitreikte. Daarmee blinkt Hi j uit te midden van de grote schare, die niemand tellen kan en die Hem toezingt: 'Halleluja, l o f zij het Lam!' En is onze kruisvaan niet in Zijn overwinningsbanier opgenomen? Dat belijden wij! Tot in Gods handen Daarom kon op de rouwbrief van ds. Van den Bosch staan dat hij, toen hij stierf, de kruisbanier tot in Gods handen mocht dragen. Daarom kon Guido de Brés, een andere dienaar des Woords, vlak voor zijn (rnartel)dood in 1567 schrijven: 'Jezus Christus vertroost mij onophoudelijk in mijn veelvuldige strijd. Hij, mijn Meester, is hier gevangen met mij. I k zie Hem om-zo-te-zeggen ingesloten en gekluisterd in mijn ijzers en boeien. Ik zie Hem met de ogen van mijn geest ingesloten in mijn droeve en duistere kerker. Want Hij heeft mij door het Woord van Zijn waarheid beloofd om met mij te zijn, alle dagen, tot het einde der wereld.' Daarom dichtte een andere Guido, Guido Gezelle en ook een dienaar des Woords: Het leuen is: geen vreed' alhier, geen wapenstilstand vragen. Het leuen is: de kruisbanier tot in Gods handen dragen. Daarom (be)lijden ook wij onder de kruisbanier. H . J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

[Be]lijden onder de Kruisbanier

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's