Vrede in de strijd
Mijn zoon, geef Mij je hart. Spreuken 23:26a
Het ging vorige week over de liefde die wij in deze tekst horen. Laten we nu kijken naar de strijd die dit woord ons aandoet én de vrede die ons daarmee overkomt.
Je hart aan God geven – dat gaat zomaar niet. Wij luisteren niet naar God, maar wij kijken de andere kant op en wij staren in een angstige leegte en zijn diepongelukkig. En doorbreek dat eens? Dat kunnen we niet.
Wij gaan prat op onze eigen keuzes. ‘Daar heb ik voor gekozen’, zeggen we. Of: ‘Het is mijn leven’. Maar in het geloof is kiezen niet: ‘Ik vind en ik wil’; in het geloof betekent kiezen dat je geen keuze meer hebt. Dat je het van alle kanten – van jezelf en van de wereld – verloren hebt. Dat je nog maar een kant op kunt: die van God.
‘Geef Mij uw hart.’ Wat is je hart? Je hart is je wil, je hoop, je droom – de binnenkant van je leven. De bron en de warmte ervan.
‘Geef Mij uw hart.’ Dat vraagt God. Hij zet ons niet het mes op de keel. Wij zeggen, als Gods liefdesaanzoek tot ons doordringt: ‘Dat zit er bij ons niet in’. Of we denken: ‘Is het bij de afgoden niet beter?’ Afgoden zijn de dingen waarvan je denkt dat je ze niet kunt missen, en waarvan je je leven afhankelijk maakt. Ze beloven je gouden bergen, maar ze schudden je uit en plukken je kaal.
Vraagt God niet te veel? Hij vraagt alles. En aan de andere kant vraagt Hij iets gerings. Want Hij vraagt ons dode, zondige hart. Dat is wat we Hem mogen geven. ‘Ik zal u een nieuw hart geven’, zegt Hij. Jezus kan dat zeggen. Hij gaf ons Zijn leven, Zijn liefde, Zijn bloed. Alles had Hij voor ons over. Hij vraagt er niets voor terug.
Als wij in dat leven van de liefde van Christus getrokken worden, kost het ons toch ook weer wat. Niet als tegenprestatie – dat zou de grootste ondankbaarheid zijn – maar uit dankbaarheid aan Hem Die ons Zijn hart gaf en Die onze straf droeg.
Er komt strijd, maar in de strijd is er ook al vrede. ‘Ons hart is onrustig in ons, totdat het rust vindt in God.’ Altijd geven wij ons hart aan iets of aan iemand. Maar wie is het nu meer waard om ons hart te ontvangen dan God? Laten wij ons hart al aan Jezus geven als we jong zijn. Want de liefde van een jong hart is de mooiste liefde. Maar laten we het ook doen als we in de middag zitten van het leven of als we aan de avond zijn gekomen. Is Hij het niet waard? Dan komen je strijd, je zelfverwijt, de onvruchtbaarheid van je leven, alles waarvoor je je schaamt, tot een einde. Dat einde is vrede. Dat einde is goed. Dan is er geen pijn meer en je strijd stopt.
Kom terug naar God. Nooit houdt de Vader op onze Vader te zijn. Neem al je pijn en al je mislukkingen mee. Zeg maar: ‘God, ik heb zo’n slecht hart. En ik kan dat alleen mijzelf maar verwijten. Mijn slechte hart is het bewijs van mijn schuld. Hoe kan het met dat verkeerde hart ooit beter worden?’
In ons is de dood. Maar als we met dat dode hart van ons tot Hem komen, maakt Hij het levend. ‘Wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen.’ Dan moet je nog wel door de branding heen, en daar is de zee het gevaarlijkst. Door de golfslag van je schaamte en van je berouw en verdriet. Maar berouw is genade. Berouw is geloof, zei Luther en zei Paulus ook al. Dan wordt de zee stil. Dan komen we in de veilige haven.
Geef Mij uw hart
Ik wrong mij op de grond
Tot ik de woorden vond:
Heer, ’t moet door U genomen!
En nog eens overviel
Die stille stem mijn ziel:
‘Daartoe ben Ik gekomen.’
Ds. J.A.H. Jongkind uit Langerak is emerituspredikant
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's