Met moslims praten over God
Steeds meer gemeenteleden ontmoeten in hun dagelijks leven moslims: op het werk, in de klas of in de buurt. Hoe ga je dan het gesprek aan over geloof? Welke vrijmoedigheid mag je daarin hebben, en wat maakt een gesprek écht goed en waardevol?
Voor moslims is het heel gewoon om in het dagelijks leven over God te spreken. Wie wat Arabisch of Turks verstaat, merkt dat al snel. Het gaat meestal niet om lange preken of diepe overpeinzingen, maar om korte, vaste uitdrukkingen die bij het leven horen. Vraag je hoe het gaat? Dan luidt het antwoord vaak: Alhamdoelilaah (God zij geprezen). Iemand die weer beter is, zegt: Allah’a Şükür! (aan God zij de dank). En als je vraagt of hij morgen komt, hoor je: Insjallah (als God het wil). Die woorden zitten zo diep dat moslims ze ook gebruiken in gesprekken met niet-moslims. Je kunt dat zien als gewoonte of bijgeloof, maar vaak proef ik er een oprecht besef in: het is eigenlijk ongepast om niet in alles met God te rekenen.
De vraag is of wij zelf de vrijmoedigheid hebben om in het openbare leven over God te spreken. Dat is toch iets anders dan praten over je geloof. Een collega-predikant vertelde eens dat mensen na het overlijden van zijn vrouw zeiden: ‘Je vrouw heeft veel aan haar geloof gehad.’ Zijn antwoord was veelzeggend: ‘Niet zozeer aan haar geloof, maar wel aan de God van haar geloof.’ Juist daar zit de kern. De valkuil is dat we in gesprekken met moslims vooral verschillen en overeenkomsten tussen beide geloven benoemen, zonder werkelijk persoonlijk over God te spreken.
Veel christenen zijn al blij als ze een vriendelijk gesprek met een moslim hebben en daarbij iets over God kunnen zeggen. Toch is dat voor moslims helemaal niet bijzonder – je mag er juist van uitgaan dat ze daar graag over praten. Sterker nog, veel moslims leven op wanneer iemand met hen over God spreekt. Daarom kunnen wij vaak concreter en persoonlijker zijn dan we gewend zijn, en vertellen hoe wij Jezus hebben leren kennen als de Weg, de Waarheid en het Leven. De kans dat moslims meer over Hem willen weten, is vaak groter dan bij veel andere mensen.
Sommige lezers vragen zich misschien af: hebben we het wel over dezelfde God? Christenen in het Midden-Oosten stonden begin negende eeuw voor precies die vraag, toen de islam en de Arabische taal steeds meer de samenleving gingen bepalen. Hun antwoord was duidelijk: ze vertaalden de Bijbel in het Arabisch en gebruikten daarbij het woord ‘Allah’ voor God. Daarmee wilden ze zeggen: ‘Als je Allah wilt eren en dienen, lees dan hier hoe Hij zich bekend heeft gemaakt.’ De islam leert iets anders over God dan de Bijbel. Maar juist daarom kunnen wij moslims helpen Hem werkelijk te leren kennen: door vrijmoedig en persoonlijk over God te spreken, en daarbij te verwijzen naar de Bijbel en naar het Woord dat vlees geworden is: Jezus Christus.
Cees Rentier is predikantdirecteur van stichting Evangelie & Moslims.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's