De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Licht over de Lage Landen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Licht over de Lage Landen

Ewald Mackay: ‘Laten de kerken van nu aansluiten bij vroegchristelijke sacraliteit’

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

In Nederland heeft God Zich een Huis gebouwd, dat deel is van ‘het Grote Huis’ van de geloofstraditie van de kerk van alle tijden en plaatsen. Hoe heeft deze geloofstraditie de Nederlandse identiteit en geschiedenis bepaald? We leggen de auteur van Het Grote Huis achter de dijk, dr. E. Mackay, een aantal vragen voor.

De postmoderne, seculiere Nederlander heeft er misschien moeite mee om te erkennen dat de Nederlandse identiteit voor een groot deel wordt bepaald door haar christelijke wortels.

Een goede reden voor de redactie van de Artiosreeks van de Gereformeerde Bond om dr. Mackay te vragen een boek te schrijven over de plaats en betekenis van de christelijke traditie in de geschiedenis en identiteitsvorming van ons land. Dr. Mackay: ‘Momenteel is in ons land een discussie aan de gang over onze identiteit. Wie zijn wij? We lijken onze identiteit kwijt te zijn of kleuren deze eng-nationalistisch in. Het Grote Huis achter de dijk. De plaats van de christelijke geloofstraditie in de geschiedenis van Nederland zou kunnen worden gebruikt door individuele lezers of kringen om deze wezenlijke vraag voor onszelf vanuit een christelijk perspectief te beantwoorden.’

U werkt in uw boek met de metafoor van archeologische lagen, waarop het Grote Huis achter de dijk staat. Waarom ?

‘In de archeologie werkt men met het begrip ‘archeologische lagen’ om daarmee verschillende stadia van een stad zoals Troje aan te geven. Op de oudste lagen zijn weer nieuwere lagen gebouwd. Het geheel vormt de identiteit van die stad. Zo is het ook met de geschiedenis van ons land. Zij is een geheel van verschillende lagen die na elkaar zijn ontstaan. Het geheel van deze lagen is de bodem van onze huidige identiteit. Ik hecht er sterk aan dat we onszelf niet als éénlagige mensen van het heden zien, maar als mensen met een meerlagige geschiedenis. Dat geeft diepte aan het geheel.’

In de conclusie van het hoofdstuk over de prehistorie zegt u over de eerste bewoners van onze streken: ‘[Zij] waren al vroeg religieus. (…) Zij schiepen hun mythen en rituelen om daarin hun besef van het heilige vorm te geven. Ik neem dit alles zeer serieus.’ Dat godsverlangen proeven we soms ook bij de moderne pogingen van onze seculiere medemensen om rituelen te scheppen. Hoe moet de kerk daarmee omgaan?

‘In de oudste tijden was de openbaring van God er nog niet, behalve dan als een kennis die in verbasterde zin door de zonen van Noach en de volken die uit hen zijn voortgekomen, meegedragen is over de wereld. In dat licht neem ik deze oude religies serieus. In de moderne cultuur hebben we sinds eeuwen directe kennis van Gods openbaring, sinds het Evangelie hier is gebracht in de tijd van de Vroege Kerk en de Middeleeuwen. Dan heb ik er moeite mee als we achter deze christelijke identiteit terug willen naar prechristelijke tijden. Toch waardeer ik deze nieuwe religieuze gevoeligheid als een vorm van postmodern Godsverlangen.’

U noemt de tijd van de late Oudheid en de Vroege Kerk de ‘meest wezenlijke en fundamentele laag van ons land en onze beschaving’. Kunt u toelichten waarom u deze laag zo noemt, en niet bijvoorbeeld de Middeleeuwen, de tijd immers waarin het corpus Christianum kon groeien?

‘Ik noem de late Oudheid en de Vroege Kerk de meest wezenlijke laag van onze beschaving, omdat hier het fundamentele begin ligt. Zonder de Vroege Kerk waren we heidenen gebleven. De middeleeuwse laag is zeer belangrijk, maar rust op de oudere, vroegchristelijke laag. Hetzelfde geldt voor de lagen van de Reformatie en de Nadere Reformatie.’

U noemt 31 oktober, Hervormingsdag, niet alleen een feestdag, maar ook een rouwdag ‘omdat het lichaam van Christus in tweeën is gescheurd’. Zou toenadering tot de Rooms-Katholieke Kerk kunnen helpen om de wortels van onze identiteit beter te begrijpen?

‘Ja, heel sterk. Zij is en blijft onze moeder. Ik ga niet mee met hen die haar de antichrist noemen. Ik zou wensen dat we samen achter het Concilie van Trente en de Contrareformatie teruggaan naar de Vroege Kerk en de idee van de catholica zoals die daar is gevormd. Wij protestanten mogen wel eens wat zelfkritischer gaan worden.’

De achttiende eeuw bracht de psalmberijming van 1773 voort, waarin we de notie van de deugd regelmatig tegenkomen. Door behoudende gere-formeerden werd de berijming niet gepruimd, nu zingen juist behoudende gemeenten uit deze berijming. Wat zegt dit over onze argumentatie in de discussie rond liturgie die er in veel gemeenten in de kring van de Gereformeerde Bond is en de plek van de geschiedenis hierin?

‘De behoudende gereformeerden wilden in 1773 vasthouden aan de berijming van Datheen. Dus de hedendaagse voorstanders uit de kring van de GB van afschaffing van 1773 en van invoering van Weerklank zijn net zo ahistorisch als de hedendaagse verdedigers van 1773. Als je al voor verandering bent, wees dan katholiek en zoek het goede, ware en schone uit de kerkmuzikale schat der eeuwen en niet die infantiele teksten en melodieën die momenteel in veel gemeenten worden ingevoerd of reeds gezongen.’

In de negentiende eeuw gingen tegenstellingen steeds meer de identiteit van ons land bepalen. U zegt daarover: ‘Misschien is dat wel wat ons van links tot rechts en van atheïstisch tot orthodoxgereformeerd bindt.’ Hoe waardeert u onder veel jongeren het relativeren van de in de geschiedenis gegroeide identiteit?

‘Enerzijds positief, want ze zijn minder hard en meer irenisch geworden, maar anderzijds negatief, omdat de kennis van het verleden ook navenant lijkt af te nemen. Ik ben voor grondige kennis van je traditie en een irenische omgang met je traditie.’

In uw hoofdstuk over de twintigste en eenentwintigste eeuw schetst u de enorme leegloop van de kerken. ‘De kerken zoeken naar manieren om weer aansprekend te zijn voor de moderne en postmoderne wereld, maar ze lijken hierin niet te slagen.’ Wat moet het antwoord zijn van de kerk op de huidige ontkerkelijking?

‘Ik denk dat zij amper een antwoord heeft. Ze is totaal verdeeld. Het evangelicalisme lijkt te winnen, maar voor mij ligt daar de weg absoluut niet. Persoonlijk ben ik somber, maar als het antwoord ergens ligt, dan hier: over de moderniteit en postmoderniteit heen (en met verwerking van goede elementen uit deze tijden, zoals gezonde zelfkritiek en historisch denken) zoeken naar een nieuwe premoderniteit. Voor mij is dat aansluiten bij de vroegchristelijke en middeleeuwse sacraliteit: een nieuw besef van de diepe heiligheid Gods. Geen hippe kerkjes met beamers en sociale activiteiten – die lopen alleen maar in een mum van tijd leeg – maar oudnieuwe kerken, waar de schat der eeuwen weer gaat leven.’

‘De kern van onze identiteit wordt (…) gevormd door de overtuiging dat in onze Lage Landen het licht Gods is gaan schijnen.’ Als dit licht van God door de meesten van de Nederlanders niet meer wordt (h)erkend, kunnen we dit dan nog zien als de kern van onze identiteit?

‘Velen dragen nog vonken van dit licht in hun ziel voort. Ik denk dat deze laag er nog altijd is en dat zij ons, zelfs tegen wil en dank, vormt. Dus het licht Gods blijft, ook al is het verdonkerd, onze wezenskern vormen. Moge het weer in zijn volle helderheid gaan schijnen!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Licht over de Lage Landen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's