Vrede in het verschiet
Omgaan met gebrokenheid (2)
Waar al ons zelfvertrouwen wordt gesloopt en afgebrand, blijft maar één vertrouwensbodem over: God alleen. Voor Paulus is dit het geheim van zijn leven geworden, maar het was voor hem nooit een vanzelfsprekendheid. Dat is het voor ons ook niet.
Paulus leerde in zijn ellendige levensomstandigheden op God te vertrouwen. Welke God? De Vader van díe barmhartigheden die in Christus vlees en bloed geworden zijn. Hij daalde naar ziel en lichaam in Paulus’ doodsnood neer. Hij torste de last van de zondeschuld. Hij stónd niet op bezwijken, maar Hij bezweek echt. Daar en toen vervulde Hij Zijn ambt van Middelaar, als Grondlegger en Volbrenger van het geloof en riep Hij in vertrouwen op Zijn God: ‘Volbracht’.
Wat Hij zag en voelde was: verlies en ondergang. Wat Hij geloofde en beleed was: overwinning op dood en graf. Na drie dagen kwam het aan het licht. Paaslicht. Zijn geloof werd niet beschaamd. God is te vertrouwen, door de dood heen. De Opgestane Die gekruisigd is, staat garant.
Levenwekkende kracht
Op deze God leerde Paulus door de verdrukking heen vertrouwen. En vertrouwen is niets anders dan: vluchten in de Toevlucht, schuilen in de Schuilplaats. Dit toevluchtnemen brengt het geloof zijn zekerheid aan. Door de ontmoeting met Hem Die de Opstanding en het Leven in Persoon is, wist Paulus de beloften vervuld (Hand.13:32). Van toen voortaan had Gods levenwekkende kracht een unieke naam gekregen en was God voor hem: God in Christus, de Gekruiste en Verrezene.
Dat was het geheim van zijn leven geworden. Nooit werd het een vanzelfsprekendheid. Steeds weer werd het hem uit de verborgenheid onthuld, door het tegendeel heen. Zo verging het Paulus óók in Filippi. Daar raakte hij in een situatie waarbij het zingen je zou vergaan. Maar nee. Samen met Silas zong hij dat een lieve lust was, ondanks alles. Wat eraan voorafging, was geseling en gevangenschap, maar uitgerekend op het nulpunt, midden in de nacht, zong hij Gods lof. Paulus zong, omdat Christus voor hem de lofzang (Matt.26:30) had gezongen en hem voorzong. En door Zijn Geest zong Hij in hem door.
Troost bieden
Paulus laat de Korinthiërs in zijn bange hart kijken. Zijn geloofsgeheim was geen wapen dat hem op elk moment slagvaardig maakte, maar dit geheim werd hem keer op keer in eigen nood van hogerhand ontsloten. Juist toen Paulus zich met al het zijne in de dood gedreven wist, uiterlijk en innerlijk, was God voor hem de God Die doden opwekt, de grond van zijn vertrouwen.
Het is dit geheim dat de apostel met zijn ervaringsverslag aan zijn broeders en zusters van toen en nu wil doorgeven. Wat hij daarmee voorheeft, is zonneklaar: geen zelfbeklag, nog minder zelfverheffing, maar vertroosting. Troosten wil hij, met de troost waarmee hij zelf vertroost is. Zelf gered uit zijn benauwdheid, komt hij anderen in hun verdrukking tegemoet. Zo reikt hij ons de hand en reikt hij bemoediging uit. Niet met het advies om er de moed maar in te houden, maar vanuit de stelligheid dat ons de moed door Christus’ Geest wordt ingeademd. Zoals Jezus zelf Zijn troostersambt gestand deed, toen Hij Zijn discipelen op het hart bond: ‘In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.’ (Joh.16:33)
Met ons
De Geest trekt met ons mee en fluistert ons juist op het kritieke moment het vertroostende woord van Christus in: ‘Zie, Ik ben met u, alle dagen.’ Dat zijn dagen van vierentwintig uur, de zwartste nachten inbegrepen. Uitgerekend bij Zijn afscheid verzekert Christus ons dat Hij mét ons is. Onzichtbaar voor het oog, menig keer ook verborgen voor ons hart, maar nochtans waar en geloofwaardig.
Hoe ondoorgrondelijk Gods weg soms ook kan zijn, hoe zwaar de strijd ons ook kan vallen en hoe herhaaldelijk ons geloof ook op de zeef gaat, Hij Die het
beloofd heeft, is getrouw: ‘Ik met u.’ Daarin klinkt de naam Immanuël door: ‘Met ons God’!
Het loopt onze God nooit en nergens uit de hand. Hij wendt het lijden zó ten goede dat het ons in geen geval van Hem vervreemdt, maar ons te meer aan Hem verbindt. De dichter van die eindeloze psalm wist het al: ‘Het is mij goed dat ik verdrukt ben… Ik weet dat Gij mij uit getrouwheid hebt verdrukt.’
(Ps.119:71,75) Paulus kan het beamen. Dat God hem uit zijn angst en doodsgevaar verlost heeft, snoert hem des te hechter aan Zijn trouw. Hij Die mij gisteren heeft uitgered en Die vandaag mijn Trooster is, zal ook morgen Dezelfde zijn en Zijn werk voor mij voleinden. Zijn goedertierenheid – Zijn trouw – is tot in eeuwigheid (Ps.138:8).
Hoop
Het is dan ook geen bravoure maar louter Godsvertrouwen, als Paulus schrijft: ‘Op Hem hebben wij onze hoop gevestigd dat Hij ons ook voorts verlossen zal.’ Dat staat niet nog te bezien, maar dat staat ieder die op Hem hoopt te wachten. De verdrukking gaat voorbij, de verlossing ligt gereed. Dat geldt telkens weer. God vergeet Zijn belofte niet: ‘In de benauwdheid zal Ik bij hem zijn. Ik zal hem eruit helpen.’ (Ps.91:15)
Het geldt tot en met de dag waarop we door de laatste engte gaan, wanneer ons hart het opgeeft en onze levenskracht vergaat. Daar zal blijken dat de hoop niet rust op fictie, maar ligt vastgeschroefd in Gods belofte, en dat het niet vergeefs is om te hopen dat Hij ons nog verlossen zal. Hij maakt het waar. Voor eenieder die zijn hoop op Hem gevestigd heeft, zal het eindpunt van de dood het keerpunt naar het leven zijn.
Getemperd
Wat heeft dit alles ons nu te zeggen? Dit, dat alle vreugde die God ons gunt voorlopig nog ten dele is, door moeite en verdriet getemperd. Elke roos die men plukt, is van doornen omringd. Al zal niet ieders lijdensweg zo heftig zijn als die van Paulus, geen christenmens ontgaat het kruis. Kruisdragen behoort tot de identiteit van een christen, hoe haaks dit ook staat op ons natuurlijke wensenpakket.
Het patroon van de wereld ziet er heel anders uit. Zeker ook in het culturele klimaat van vandaag koestert men idealen als vrijheid, zelfbeschikking, carrière, succes. Het kruis verstoort die droom. Voor velen vormt zo’n storing een van de motieven om kerk en christelijk geloof de rug toe te keren. Als de God van de Bijbel hun geen rozentuin zonder doornen belooft, dan houden ze het voor gezien. Dit afscheid doet ons pijn en wekt ons mededogen. Het heil is er immers mee gemoeid, en Gods eer niet minder.
Dwaalweg
Je zou er wat voor over hebben om deze afval te ver‑mijden en het tij te keren. Maar hoe dan? Zou het ons vrij staan om vanuit missionaire gedrevenheid dan maar een scheut water bij de wijn te doen, door de kruisgestalte van het christenleven te verzwijgen? Maar dan zouden we ook over het kruis van Christus Zelf moeten zwijgen. Het kan wellicht verleidelijk zijn, maar het is misleiding. Wie het kruis van Christus uit het Evangelie schrapt, pleegt verraad, jegens God, zichzelf en de ander. Wie de kruisweg inruilt voor een weg van welbevinden en comfort, die gaat niet in Christus’ voetspoor en gaat anderen op een dwaalweg voor. Daar is niemand bij gebaat.
Daarom dienen wij ons te wachten voor de propaganda van een verminkt Evangelie dat health and wealth (gezondheid en rijkdom) voorspiegelt. Zo’n boodschap klopt niet met de Bijbel, en is ook irreëel. Het spiegelt ons een optimisme voor dat even goedkoop als oppervlakkig is. Het is een ánder evangelie, terwijl er geen ander is. Een boodschap waar het kruis uit weggesneden is, suggereert een klimaat waarin de God van alle vertroosting overbodig is en bevordert een mentaliteit waarin een mens ongestoord en onbekommerd ‘dicht bij zichzelf’ kan zijn, in plaats van dicht bij de Gekruisigde.
Deze mentaliteit is wijdverbreid en hoogst besmettelijk. Ze kan ons zomaar in de greep krijgen.
Kruisdragen ligt ons niet. We gaan het liefst ongehinderd onze gang. Maar God komt ons in het kruisevangelie hinderen. Hij weet hoe heilzaam dat is. En wie aan genade genoeg leert hebben, die weet het ook. De kerkvader Augustinus had het begrepen: ‘In al Gods goede gaven heeft Hij een korreltje bitterheid gelegd, opdat de reiziger die op weg is naar zijn vaderland, de herberg hier beneden niet lief zou krijgen ten koste van zijn vaderstad daarboven.’
Perspectief
De verdrukking heeft een einde, Gods vertroosting is oneindig. Het lijden heeft zijn langste tijd gehad. Wat al Gods kinderen wacht, is eindeloze vrede.
Waar dit perspectief teloorgaat en het verlangen sterft, krijgt het lijden een gewicht dat niet te torsen is. Ook Paulus viel het lijden zwaar. Maar vergeleken met de glorie die hem was toegezegd, achtte hij het lijden ‘licht en kort van duur’ (2 Kor.4:17). Hij hield het erop dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die ons geopenbaard zal worden (Rom.8:18).
De route van een christenmens voert uitsluitend door de engte naar de ruimte. De engte knelt, maar de ruimte wenkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's