Door God bijeengebracht
Toen bracht Izak haar in de tent van zijn moeder Sara. En hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw en hij had haar lief. Zo vond Izak troost na de dood van zijn moeder. Genesis 24:67
Niet alleen Rebekka is samen met Eliëzer op weg gegaan naar het Zuiderland, ook Izak heeft zich op weg begeven – en wel in de richting waarin Eliëzer vertrokken is, lezen we in Genesis 24:62. Ter hoogte van de put van Beër Lachai-Roï heeft hij zijn tent opgeslagen.
Hij verblijft daar in afwachting van de terugkeer van Eliëzer. We treffen Izak aan bij het vallen van de avond, in het open veld, biddend.
Beër Lachai Roï
Het is niet op zomaar een plaats waar we Izak aantreffen. Het is de plaats waar de Engel van de Heere verschenen was aan de zwangere Hagar toen zij op de vlucht was voor Sarai. De naam Beër Lachai Roï betekent ‘Bron van de Levende Die naar mij omziet’. Bij deze bron heeft de Heere omgezien naar de zwangere Hagar. Uitgerekend bij deze bron heeft Izak zich nu (tijdelijk) gevestigd.
De betekenis van de naam van deze bron doet sterk denken aan de betekenis van de naam die Abraham gegeven heeft aan die andere bijzondere plaats in het leven van Izak: ‘De Heere zal erin voorzien’ (Gen.22:14). Beide plaatsen getuigen van het omzien van de Levende naar mensen. Een ‘omzien’ door erin te ‘voorzien’. Zoals in Genesis 22 staat dat ‘Abraham zijn ogen opsloeg en een ram zag’, een ram waarin de Heere had voorzien, zo lezen we hier dat Izak zijn ogen opsloeg terwijl hij aan het bidden was... en zie ‘er kwamen kamelen aan’ (vs.63). Ook van Rebekka lezen we dat ‘zij haar ogen opsloeg en Izak zag’ (vs.64). Op deze plaats waar de Heere al eerder voorzien had, voorziet de Heere opnieuw op wonderlijke wijze. Hij is het Die hier Izak en Rebekka bij elkaar brengt en aan elkaar schenkt.
Nauwkeurig verslag
Dan volgt vers 66. Dit vers vormt een nuancering van de gedachte dat Izak en Rebekka direct de tent van Sara zouden zijn ingegaan. Er wordt hier duidelijk gemaakt dat Eliëzer eerst nauwkeurig verslag heeft gedaan aan Izak van alles wat hem is overkomen. Wie nu, na al het voorgaande, toch nog leeft met de gedachte dat de woorden van vers 67 betekenen dat Izak ‘zomaar’ met Rebekka ‘de tent is ingedoken’ (vergeef me de manier van uitdrukken), die wordt door de woorden van dit vers zelf nog eens stevig gecorrigeerd. Want: waar stond de tent van Sara eigenlijk? Niet bij de put Beër Lachai Roï. Daar was Izak volgens vers 62 alleen naar toegegaan. Er staat met nadruk bij dat ‘hij (Izak) in het Zuiderland woonde’.
Deze woorden wijzen erop dat Izak zijn oude vader Abraham bij Hebron heeft achtergelaten (Gen.23:2). Hij is alleen Eliëzer tegemoet gereisd. Het is dan ook aannemelijk dat Sara’s tent daar staat waar Abraham verblijft. De woorden ‘Toen bracht Izak haar in de tent van zijn moeder Sara’ moeten we dus zo verstaan dat, nadat Eliëzer verslag heeft uitgebracht aan Izak, Eliëzer, Izak en Rebekka (gesluierd!) zijn teruggereisd naar Abraham, die te Hebron verblijft; daar waar ook de tent van Sara staat.
In de lege plaats
Dan volgt er nog een nuancering. Want wie nauwkeurig leest, ziet ook dat er niet staat dat Izak met Rebekka in de tent ‘verdwijnt’. Er staat dat Izak Rebekka ‘brengt in de tent van zijn moeder Sara’. Ook deze woorden hebben een rijke betekenis. Er wordt mee bedoeld dat Rebekka als aartsmoeder in de plaats van Sara treedt. Aartsmoeder Sara is gestorven, haar aardse tent stond leeg. Maar in de persoon van Rebekka heeft de Heere in deze lege plaats voorzien. Niet alleen voor Izak, maar ook in het licht van Zijn verbondsbeloften. Zoals Izak vanaf dit moment de plaats van aartsvader Abraham inneemt, zo ook Rebekka de plaats van Sara.
Pas daarna lezen we: ‘En hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw en hij had haar lief.’ Deze woorden drukken uit hoe deze aartsouders met elkaar verbonden worden. Voortaan is Izak de man van Rebekka en is Rebekka de vrouw van Izak. Door Gods hand op wonderlijke wijze bijeengebracht, door de Heere aan elkaar geschonken. Dit is een nieuw begin, waarin Izak en Rebekka samen de weg zullen gaan die ‘het woord dat van de Heere uitgaat’ hun zal wijzen.
Ten slotte vermeldt vers 67 nog heel mooi dat Izak, dankzij het huwelijk met Rebekka, zijn weg getroost verder gaat. De Heere heeft in de lege plaats van zijn moeder (van wie Izak zielsveel heeft gehouden) Rebekka gegeven, ‘en hij had haar lief.’ Van haar zal hij vanaf nu veel houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's