De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Klagen en danken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Klagen en danken

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Het zijn de goedertierenheden van de Heere dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is. Klaagliederen 3:22

Het hebben over een klaaglied op of net na dankdag, is dat niet gewaagd? Komen we dan nog wel toe aan danken en ons verwonderen over Gods trouw en goedheid, over Zijn geduld en uithoudingsvermogen met deze wereld, met ons land en met onszelf?

De Bijbel bevat heel wat klaagzangen. Denk slechts aan de lijdenspsalmen met hun vergezichten en doorzichten tot op Christus. God geeft ruimte voor de klacht. Als klagen maar geen aanklagen van Hem wordt. Jeremia heeft er ook heel wat uitgegooid. In Klaagliederen 3:39 roept hij zichzelf tot de orde: Wat klaagt een mens eigenlijk? Laat eenieder maar klagen over zijn zonden.

De Klaagliederen zijn niet één lange treurzang, geen eindeloos gejeremieer. Integendeel. In hoofdstuk 3 klinkt verwondering in Jeremia’s woorden. Of is het zelfcorrectie? Te midden van een litanie van klachten klinkt plotseling een danktoon. We horen woorden van verwondering en aanbidding.

Crisistijd

Jeremia schrijft in crisistijd. De profeet heeft de secularisatie van Gods volk gezien. Hij heeft ertegen geprotesteerd. Hij heeft het einde van het koningentijdperk meegemaakt, de gevangenneming van de laatste koning, Zedekia. Hij moest zien hoe plunderaars huishielden in Jeruzalem, hoe verwoestend vuur zijn werk deed. Geen steen blijft op de andere. De stad ligt in puin. Van de tempel, de huizen en de paleizen rest weinig meer dan een zwartgeblakerde puinhoop. Veel volksgenoten zijn gedeporteerd, als ze al niet vermoord zijn. Oorlogen zijn wreed en bitter. Jeremia zucht hartbrekend. Hij huilt diepdoorleefd tussen de puinhopen. Hij is verslagen. Vooral over de oorzaak, de afval van de levende God. Wie van Hem afvalt, valt ten laatste in de godverlatenheid.

Omslagpunt

En dan ineens is er een wending, een omslagpunt, een keerpunt in dit droefboek. Het is alsof de profeet zichzelf tot de orde roept. Dat moeten wij soms ook doen. ‘Dít zal ik ter harte nemen, daarom zal ik hopen.’ En dan komt het: ‘Het zijn de goedertierenheden van de Heere dat wíj niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is.’ Die goedertierenheden zijn Gods genadebewijzen. Daarop valt volle nadruk. Zijn barmhartigheid roemt tegen een welverdiend oordeel. Die genade en barmhartigheid zijn ten volle geopenbaard in Christus. Tussen Gods toorn en Zijn genade staat Jezus’ kruis. Eerst klonk nog verwarring, verdriet, teleurstelling, zelfs boosheid en verontwaardiging. De profeet sprak afstandelijk over God. Zijn Naam werd niet eens meer genoemd. Het was aldoor ‘Hij’. Hij lijkt wel te zijn veranderd in een loerende beer, in een leeuw die het op mij als zijn prooi voorzien heeft. (...) Hij heeft Zijn boog gespannen en mij als het doelwit van Zijn pijlen gesteld. (...) Ik ben belachelijk geworden in de ogen van mijn volk. Ze drijven de spot met me. Ellende kan je blik versmallen, maar dan komt dat omslagpunt.

Vanbinnen

Wat is er dan veranderd? Jeruzalem is nog steeds een puinhoop. De tempeldienst is gestopt. En Jeremia komt straks in Egypte terecht. Alles blijft hetzelfde en toch ook weer niet, want het is vanbinnen anders. ‘Uw trouw’, dat zorgde voor het keerpunt. Gods trouw heeft te maken met Zijn hart. Iemand zei: dat hart is zo groot dat ik daar met al mijn zorgen en moeiten wel duizend en meer keren in pas.

Het omslagpunt leidt naar het hoogtepunt. Jeremia klemt zich vast aan de Heere. Eindelijk lezen we Zijn naam. In vers 21 was het nog: ‘daarom zal ik hopen’, nu is het (vs.24): ‘daarom zal ik op Hém hopen.’ Robuust klinkt het: ‘Goed is de Heere voor wie Hem verwacht.’

Zegeningen

Delen wij in die verwondering? Hebben wij verdiend dat er nog iedere dag eten en drinken op onze tafel is? Dat we niet als andere mensen in een oorlogssituatie terechtkwamen? Tel je zegeningen, tel ze één voor een, tel ze alle en vergeet er geen. Komen we dan geen vingers tekort?

Laat Hem je grootste bezit zijn, Hém Die Zichzelf in Christus geeft. Misschien staat u met lege handen. Baan kwijt. Bedrijf failliet. In je gezin loopt het niet. Je hele wereld is ingestort of staat op punt van instorten. ‘De Heere is mijn deel’, is een hoogtepunt na zoveel dieptepunten. Zeggen wij het Jeremia na?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Klagen en danken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's